Meeliften met de euro

Het zou natuurlijk aan het aanstaande referendum kunnen liggen, maar de laatste weken beginnen de renteverschillen tussen de staatsobligaties van eurolanden weer wat op te lopen. Dat is hoog tijd, want die renteverschillen zijn de enig overgebleven straf op een uit de hand lopende begroting van een euro-lidstaat. Het andere strafmiddel, het Stabiliteitspact, werkt in de praktijk niet meer.

Dat de renteverschillen nu oplopen, moet overigens niet worden overschat. Neem Italië, met een torenhoge staatsschuld, een verwacht begrotingstekort van richting 4 procent en is nog gisteren op de vingers getikt wegens begrotingstrucs in de afgelopen twee jaar. Italië betaalt nu voor leningen met een looptijd van tien jaar 3,55 procent rente, en dat is maar 0,2 procentpunt meer dan Duitsland – het anker van de euro-obligatiemarkt. Griekenland, met een verwacht begrotingstekort van 4,5 procent, betaalt 0,16 procentpunt meer dan Duitsland. Portugal, met een verwacht tekort van tegen de 7 procent de grofste schender van de begrotingsafspraken, kent een nog kleiner renteverschil.

Dat klopt niet: aan de vooravond van de invoering van de euro was verwacht dat de verschillen op zouden kunnen lopen tot tegen de 1 procent. Nu dat hooguit een vijfde is, is de straf te klein om het gedrag van begrotingsovertreders te kunnen beïnvloeden.

Een idee dat de laatste tijd opgeld deed was dat de kleine verschillen terug te voeren zijn op het technische beleid van de Europese Centrale Bank. Die accepteert alle staatsobligaties van eurolidstaten als gelijk onderpand van commerciële banken die aankloppen voor euro's op de geldmarkt. En als de ECB geen onderscheid maakt tussen Duits en Portugees papier, waarom zouden beleggers dat dan wel doen? Beter zou het zijn als de ECB in onderpand te geven staatsobligaties van landen met begrotingsproblemen zou voorzien van een lagere beoordeling als onderpand. De koersen van die obligaties zouden dan ook lager zijn, en hun effectieve rente dus hoger.

Zo ver komt het niet. ECB-bestuurder Issing zei er afgelopen weekeind niets voor te voelen, mede omdat de centrale bank zich in dat geval politiek zou manifesteren. Een gemiste kans. Want het kan heel goed zijn dat, omdat er geen renteverschillen zijn, de budgettaire overtreders op dit moment ongemerkt het gemiddelde renteniveau van de hele eurozone omhoogtrekken. Met andere woorden: de landen die zich zo goed en kwaad als het kan aan de begrotingsregels houden, dragen dan in feite de rentelasten van de landen die dat niet doen. En dat kan aan de vooravond van de invoering van de euro niet de bedoeling geweest zijn. Toch?