Kabinet en bureaucratie

Volgens een rapport van de inspectie van onderwijs hebben instellingen van het hoger onderwijs de handen vol aan een nieuw stelsel van drie jaar bachelor's en één jaar master's. Deze structuur is op Europees niveau afgesproken. Op de Nederlandse universiteiten en hogescholen is, ondanks ernstige gebreken in de uitvoering, gedurende twee jaar veel bereikt, concludeert de inspectie. Alleen is van het doel van deze grote administratieve operatie – meer Europese uitwisseling van studenten – weinig terechtgekomen. Verreweg de meeste Nederlandse studenten blijven op hun eigen universiteit en gaan zeker niet studeren in het buitenland. Er komen ook niet meer Europese studenten naar Nederland.

De staatssecretaris van Onderwijs, de VVD'er Rutte, buigt zich niet over de oorzaken van deze immobiliteit van studenten, maar voert inmiddels een heel nieuw leerrechtenstelsel in dat van nog grotere mobiliteit uitgaat. Studenten moeten voortaan elk jaar van instelling kunnen veranderen. De invoering van deze structuur is voor docenten en administratieve staven een zware taak naast de verwerking van bachelor's, master's. Naar het zich nu laat aanzien, zullen weinig studenten van de keuzemogelijkheden gebruikmaken, maar dergelijke feiten uit de praktijk spelen geen rol bij Rutte. Hij is als een loodgieter die bij een lek in de riolering een geheel nieuwe waterleiding aanlegt.

Een rapportje van de Raad voor Economische Adviseurs over overregulering heeft hoger onderwijs als voorbeeld genomen. De regelgeving in de Wet op hoger en wetenschappelijk onderwijs en aansluitende wetten is van 1986 tot nu alleen maar toegenomen. Vrijwel nooit wordt iets geschrapt. De invoering van nieuwe regels en stelsels maakt geen einde aan de oude weeffouten, maar roept slechts nog meer nieuwe regels op.

De overregulering beperkt zich niet tot het hoger onderwijs. Ook op veel andere terreinen voert het kabinet grootscheepse hervormingen in op papier, waarbij de gestelde doelen waarschijnlijk niet worden bereikt. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) wil volgend jaar een nieuw WAO-stelsel invoeren. In plaats van de succeselementen van de huidige wet, een boete voor bedrijven met veel WAO'ers en strengere controle- en keuringseisen via de Wet verbetering poortwachter, komt een stelsel dat minstens tien miljard euro aan extra premies zal kosten voor de invoering van concurrentie. Niettemin is het goed mogelijk dat het doel van de dure nieuwe wet, minder WAO'ers, niet wordt bereikt.

Volgens de Raad voor Economische Adviseurs zijn bureaucratisering en overregulering een rem op de economische groei. Er worden immers veel overbodige inspanningen vereist van burgers en uitvoerders. De raad wil beleidsstaven van departementen laten krimpen en taakevaluaties laten maken door een externe partij. Maar de belangrijkste externe partij die de overregulering kan beperken, is de Tweede Kamer. Het feit dat steeds meer Kamerleden zeggen dat ze de nieuwe, gecompliceerde, dure WAO-wetgeving niet begrijpen, is een goed teken. Ze zouden dat onbegrip moeten omzetten in een afwijzing van de wet. Alleen op die manier kan een kabinet dat meer geeft om nieuwe bureaucratie dan om de dagelijkse praktijk, worden afgeremd.