`Hockey hoeft helemaal niet bescheiden te zijn'

Als coach debuteerde recordinternational Jacques Brinkman (38) zondag met SCHC in de play-offs om de landstitel. ,,Maak hockey niet moeilijker dan het is.''

Onophoudelijk rinkelt zijn mobiele telefoon deze middag. Eerst spreekt international Geert-Jan Derikx het verlossende woord (,,Ik kom naar SCHC!''), vervolgens stromen de felicitaties binnen. Van spelers én de opgeluchte huisfinancier van Stichtse. Trainer-coach Jacques Brinkman (38) kan zijn geluk niet op. ,,Weer een slag geslagen.''

Vier dagen later volgt de ontnuchtering, wanneer de club uit Bilthoven op eigen veld weer met beide benen op de grond wordt gezet. Het gelouterde Oranje Zwart wint het eerste halve-finaleduel uit de play-offs: 3-4. En het klonk nog zo mooi, op die stralende woensdag in zijn achtertuin: ,,We zijn nieuw, we zijn de outsider. Die rol moeten we uitbuiten; we hebben niets te verliezen, alleen maar te winnen.''

Als speler droeg hij het hart op de tong. Voor `een stevige quote' was je bij Sjek altijd aan het goede adres. Maar die tijd lijkt voorbij. ,,Diplomaat? Zo erg is het niet. Ik heb leren relativeren en leren genieten, dat is het. Als speler deed ik dat niet of nauwelijks. Het ene doel was amper bereikt of je was al weer bezig met het volgende. Zo werkte dat, althans bij mij.''

Na een stormachtige maar mislukte entree als speler-coach bij Amsterdam (spelersopstand) zocht Brinkman na de Spelen van Sydney (2000) de luwte op: hij trad aan als trainer-coach bij overgangsklasser Schaerweyde uit Zeist. ,,Daar is mijn carrière als coach begonnen. Iedereen heeft het maar over die roerige periode bij Amsterdam, toen ik op verzoek van de spelers de rol van speler-coach op me nam. Maar toen was ik vooral speler, en zo gedroeg ik me ook.''

Hij liet zich onlangs tijdens een trainingskamp in Barcelona in het nieuw steken door zijn spelers, maar een speelbal van zijn selectie zegt Brinkman niet te zijn. ,,Het klinkt als een open deur, en toch is het waar: spelers maken de coach, niet andersom. Ik kan wel op mijn strepen gaan staan en zeggen: acht uur trainen en wie ook maar één minuut te laat is, zit zondag op de bank. Dat werkt niet; dan had Schaerweyde zo'n beetje elke week met acht man op het veld gestaan.''

Maar denk niet dat Brinkman, in het dagelijks leven zelfstandig ondernemer in hockeyattributen, soft is geworden. ,,Ik ben nog altijd `bloedjefanaat', maar ik erger me niet meer zo snel. Als speler ging ik uit m'n dak als een collega bij het ontbijt de krant zat te lezen. Die tijd heb ik gehad. Ik heb nergens spijt van, maar met de kennis van nu had ik meer van mijn carrière kunnen genieten.''

Te klagen heeft de voormalige stofzuiger op het middenveld evenwel niet. Geen hockeyer in Nederland die zo'n indrukwekkende erelijst kan overleggen als de recordinternational (337 caps) uit Bilthoven: hij won alle prijzen, als speler van SCHC, Kampong, Amsterdam en het Nederlands elftal. Maar zijn zonen? Die voetballen; de jongste (acht jaar) bij Ajax, terwijl de oudste (tien) zijn geluk het afgelopen seizoen beproefde bij Feyenoord.

En wat zegt de vader tegen zijn kinderen? ,,Geniet ervan, want voor je het weet is het voorbij.'' Dat klinkt als een waarschuwing, en zo bedoelt Brinkman het ook. ,,Zeker in het hockey wordt jong talent overstelpt met technisch-tactische informatie, waarvan ik denk: moet dat nou? Hou het simpel, hou het leuk. Geef ze een bal en laat ze lekker hockeyen. Maak het niet moeilijker dan het is.''

Hij begrijpt het wel, al die ,,overdreven aandacht voor de video-analyse omdat de broodtrainers hun uren zonodig vol moeten maken''. Maar: ,,Alles met mate. Zelf werd ik er soms gek van. Hele uiteenzettingen over een zogenaamd nieuwe variant die de tegenstander had uitgevogeld. Ach, zei ik dan, die jongen kan gewoon niet aangeven.'' Hij weet het dan ook zeker: ,,Te veel wetenschap leidt uiteindelijk tot te weinig creativiteit, want je geeft spelers te veel stof tot nadenken.''

Met gemengde gevoelens volgde hij de afgelopen weken de discussies over de toekomst van het hockey. Op uitdagende toon: ,,Het is allemaal leuk en aardig hoor, wat er zo links en rechts geroepen wordt, maar het gaat mij niet ver genoeg. Hoofdklasse inkrimpen? Ik pleit voor het tegendeel: uitbreiden van twaalf naar achttien clubs, maar noem het dan wel eredivisie. Hoofdklasse suggereert amateurisme, en die tijd is voorbij. Entree heffen? Waarom niet? Het is eigenlijk van de gekke dat je bij een competitiewedstrijd zomaar naar binnen kan wandelen, terwijl je bij een internationaal toernooi in Amstelveen diep in de buidel moet tasten, en iedereen dat nog zonder mokken doet ook.''

Zijn credo? ,,Hockey moet niet bescheiden zijn; `we' zijn inmiddels de vijfde sport van Nederland, en de snelst groeiende teamsport. Ik voel veel voor een Europese competitie. Dat is, mits goed doordacht en uitgewerkt, helemaal niet zo'n luchtkasteel als sommigen willen doen geloven. Atlétic Terrassa-SCHC, op een doordeweekse avond in Barcelona waarom niet? Je moet als sport niet berusten in bestaande kaders, je moet de vastgeroeste patronen willen doorbreken. Dat moet het streven zijn.''