Helft van gestolen kunst uit museum Bagdad is terecht

Bijna de helft van de 15.000 voorwerpen die na de val van Saddam Hussein uit het Nationale Museum van Bagdad verdwenen, zijn inmiddels teruggevonden. Dit heeft John Curtis, conservator Oudheid en het Nabije Oosten van het British Museum, gisteren op een conferentie in Londen over fraude in de kunstwereld verklaard.

Een woordvoerder van het Art Loss Register, een particuliere Britse organisatie die bijhoudt welke kunstvoorwerpen vermist raken, noemde het vanmorgen ,,heel bemoedigend'' dat er zoveel is teruggevonden. Wel wees hij erop dat de helft van de veertig Iraakse voorwerpen uit het museum met de grootste cultuur-historische waarde nog altijd spoorloos is.

Curtis meldde gisteren dat er in totaal 7.000 voorwerpen uit het museum zijn teruggevonden. In Irak zelf zijn 4.000 geplunderde artefacten opgespoord.

Een relatief groot deel is in beslag genomen in het buitenland. In de Verenigde Staten werden 1.000 voorwerpen aangetroffen, in Frankrijk 500 en in Zwitserland 250. Ook in de buurlanden Jordanië, Syrië, Turkije, Koeweit en Iran zijn honderden voorwerpen teruggevonden.

Enige opschudding op de conferentie veroorzaakte een claim van Paul Craddock, een wetenschappelijk medewerker van het British Museum. Deze stelde dat de meeste oudheidkundige voorwerpen die tegenwoordig op de Britse kunstmarkt worden aangeboden, vals of gestolen zijn. Paul Craddock, wiens specialisatie het is om aan de hand van de gebruikte materialen vast te stellen of artefacten authentiek zijn, verwees naar het recente voorbeeld van een rijke Amerikaanse verzamelaarster. Deze had in korte tijd een grote collectie juwelen uit het Midden-Oosten bij elkaar gekocht, maar het merendeel bleek bij onderzoek door experts vals te zijn.

Deskundigen uit de kunstwereld, die vertrouwder dan Craddock zijn met wat er op de kunstmarkt gebeurt, wezen zijn bewering dat de meeste voorwerpen op de markt vals of gestolen zijn echter onmiddellijk van de hand. ,,Het is belachelijk dat te zeggen, dat denkt verder echt niemand'', aldus Alexandra Smith van Art Loss Register. Volgens Smith weerspreken de feiten Craddocks stelling. Het aantal gestolen voorwerpen dat op veilingen wordt aangeboden is volgens haar de laatste tijd juist afgenomen.

Dit kan verband houden met nieuwe, strengere regels die de Britse regering onlangs heeft ingevoerd om de fraude in de kunstwereld tegen te gaan. Zowel banken als veilinghuizen moeten tegenwoordig eerst vaststellen of het om gestolen of vervalste kunst gaat, wanneer ze betrokken raken bij de verkoop van voorwerpen. Tot ergernis van veel kunstkenners liet de regering echter onlangs een plan varen om een grote database op te zetten, die het mogelijk moest maken om na te gaan welke kunstvoorwerpen als vermist waren opgegeven.