Guardia

Kort voor mijn vertrek naar Napels las ik berichten dat de plaatselijke politie de scooter uit de historische binnenstad wil weren. Er zouden al, toe maar, zestig boetes van vijfendertig euro zijn uitgedeeld. Dit vooral om de tasjesroof vanaf de scooter tegen te gaan. ,,Wij kunnen het niet langer tolereren dat straatschuimers de reputatie van Napels besmeuren'', aldus een ambtenaar.

Ferm gesproken, maar weinig aannemelijk. Het lijkt verdacht veel op een pr-stuntje kort voor het nieuwe vakantieseizoen. Het criminele imago van Napels moet even verzacht worden. Ik heb nu tien dagen door de historische binnenstad gelopen en niet één boete zien uitdelen.

Het is ook niet altijd nodig. Overdag, als de Italiaanse jongens naar school of aan het werk zijn, is het goed toeven in de oude stad. Pas 's avonds, vooral in de weekends, scheuren de ragazzi als tijgers door de straatjes – en dan nog eerder om de meisjes te imponeren dan om te roven. Aan verkeersregels hebben ze lak, net als de fietsers van Amsterdam.

De vergelijking met fietsers gaat in meer opzichten op. De scooter is een uiterst handig, want wendbaar vervoersmiddel om de soms onmogelijke knopen van het Napolitaanse verkeer te ontwijken. Een scooter kan overal langs, desnoods via je voet als je hem niet op tijd terugtrekt. Sommigen wagen zich aan de bizarste capriolen. Ik zag een rijder die tussen zijn benen een metershoge ladder vervoerde. Er zijn vaders die hun hele gezin – moeder en twee kinderen – op de scooter meenemen.

De scooter belichaamt bovendien de extraverte volksziel, als ik me deze generalisatie mag veroorloven. Ook daarom kan ik me niet voorstellen dat de politie écht van plan is hem uit het straatbeeld te verwijderen.

De politie, overal ter wereld, is wel meer van plan.

In de Via Toledo, de drukste winkelstraat van Napels, heb ik een poosje gekeken naar de politiële aanpak van de illegale, Afrikaanse straatverkopers. Deze verkopers worden door de politie niet beboet of opgepakt, maar gepest.

Het is een zielig kat- en muisspel – zielig voor de verkopers. Die worden telkens genoodzaakt om hun boeltje bij elkaar te pakken als zo'n zwarte auto van de Guardia di Finanza tergend langzaam nadert. De verkopers wachten in een zijstraatje tot de politieauto verdwenen is en komen dan weer terug. Voor hooguit vijf minuten, want dan hebben de politiemensen hun auto gekeerd.

Gelukkig is de mens vindingrijk. De verkopers hebben dozen zonder boven- en onderkant geconstrueerd waarop ze een plank met hun waren leggen. Het hele zaakje kunnen ze met één handbeweging dichtklappen.

Op zeker moment hield de auto van de Guardia di Finanza stil voor de bar Augustus. De drie agenten verhieven hun achterwerken, klommen in hun grijze uniform-met-stropdas en zwarte pistoolholsters zuchtend uit de auto en betraden de bar om een kopje koffie te drinken. De straatverkopers stonden vanuit hun straatjes zenuwachtig de bar te beloeren.

Zou het niet nuttiger zijn als de politie zich concentreert op de machtige Camorra, de Napolitaanse maffia? Alleen al in `het milieu' vonden er vorig jaar ruim 130 afrekeningen plaats – een cijfer waarvan de Amsterdamse maffia verlegen zou worden.