Europeanen in de contramine tegen Grondwet

Het lijkt erop dat de gevestigde politieke orde in Europa twee zware weken tegemoet gaat. De Duitse regering heeft afgelopen zondag een gevoelig verlies geleden bij de regionale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen. De Franse gaat het referendum over de Grondwet van de EU van aanstaande zondag waarschijnlijk verliezen, zij het met een klein verschil. En de Nederlandse dreigt een soortgelijk referendum op 1 juni eveneens te verliezen, maar dan met een groot verschil. Deze Europese neiging om alles af te wijzen kan niet echt nieuw genoemd worden. Zij heeft gestaag aan kracht gewonnen sinds de Spanjaarden in maart 2004 hun regering naar huis stuurden. Ook de Italiaanse regering wordt erdoor gehinderd. En als de oppositie sterker was geweest, was de Britse premier Blair bij de verkiezingen van begin deze maand tegen een nederlaag aangelopen.

Wat is er aan de hand? De steeds kleiner wordende schare Europa-propagandisten kan op een lange lijst van speciale factoren wijzen, uiteenlopend van de klaarblijkelijke leugens van de voormalige Spaanse regering tot de onvolwassenheid van de Nederlandse kiezers, die voor het eerst met een referendum geconfronteerd worden. Maar het is beter om deze afwijzende houding te zien als een pan-Europees fenomeen. Kiezers hebben niet langer het idee dat het veel uitmaakt of ze op een linkse of een rechtse partij stemmen. In plaats daarvan heeft de gevestigde politieke orde een gemeenschappelijke Europese agenda gepresenteerd: een bescheiden toename van de globalisering en de inter-Europese integratie, een klein beetje minder overheidscontrole op de economie en de toelating van Turkije tot de EU.

De meerderheid van de Europese kiezers is op z'n zachtst gezegd niet erg enthousiast over deze agenda, en staat behoorlijk vijandig tegenover bepaalde onderdelen ervan. Franse en Nederlandse kiezers maken zich druk over de toetreding van Turkije tot de EU. Op economisch gebied wijzen zij de werkloosheid af, maar omarmen zij de sociale uitkeringen. Een beleid dat is gericht op de vrije markt is weinig populair.

In politiek opzicht lijkt de EU zich steeds meer tot een onherkenbaar gedrocht te ontwikkelen. De afwijzende houding zal beleggers vermoedelijk parten gaan spelen. Hoewel de anti-kapitalistische retoriek van de Duitse bondskanselier Schröder niet volstond om het tij in Noordrijn-Westfalen te keren, heeft de oppositie zich niet gehaast om de `sprinkhanen' (zoals Schröder buitenlandse beleggers noemde) in bescherming te nemen. En de voornaamste kritiek van het Franse `nee'-kamp op de Grondwet is het liberale karakter ervan.

Met name de euro is kwetsbaar. De schepping van een sterke eenheidsmunt was het hoogtepunt van de agenda van de gevestigde politieke orde. Die orde is nu op zijn retour.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.