Bloedbad Oezbekistan blijft mistig

Duizend doden of `slechts' 169. Moslimextremisten of toch democraten?

Bijna twee weken na het bloedbad in Oezbekistan blijven nog veel vragen onbeantwoord.

Anderhalve week na de schietpartij in de Oezbeekse stad Andizjon blijft de toedracht onduidelijk. Media en hulporganisaties worden door het dictatoriale bewind van president Islam Karimov buiten de deur gehouden.

Moslimfundamentalisten waren de aanstichters volgens de Oezbeekse president. Bewapend in het buitenland en uit op de stichting van een islamitische staat. Getuigen van de opstand en het bloedbad dat volgde, vertelden The New York Times daarentegen dat het lokale mannen waren, ontevreden met de sociale omstandigheden. Zeker is dat het hun ging om de bevrijding van 23 lokale islamitische ondernemers die waren beschuldigd van lidmaatschap van de fundamentalistische groepering Hizb ut-Tahrir.

Een reconstructie op basis van tot nu bekende feiten: even na middernacht op 13 mei ramt een bewapende groep met een gestolen legertruck de gevangenis en verschaft zich zo toegang. Drie bewakers komen hierbij om. Met metalen staven forceren ze de celdeuren en bevrijden volgens getuigen tot 2.000 gevangenen. Hoofdaanklager Rashid Kadyrov houdt hun aantal op 526. Over wat er direct daarna gebeurt, verschillen de lezingen ook. Volgens Kadyrov deelden de overvallers wapens uit, de bevrijde gevangenen ontkennen dat. Op hun tocht door de stad, waarbij ze het politiebureau en het regeringsgebouw bezetten, gijzelen zij volgens Kadyrov vijftig overheidsfunctionarissen, volgens de gevangenen ongeveer vijftien.

In de vroege ochtend, als het nieuws zich over de stad verspreid heeft, trekken duizenden betogers naar het plein voor het regeringsgebouw. Ze roepen om ,,vrijheid'' en ,,gerechtigheid''. Sprekers betogen over de armoede van de bevolking, de corruptie en de onderdrukking door president Karimov. Er worden geen islamitische leuzen gehoord.

Een nabijgelegen bioscoop en theater vliegen in brand, een daad waarvan de overheid en de opstandelingen elkaar beschuldigen. Ondertussen wordt telefonisch onderhandeld tussen een van de opstandelingenleiders, Abdulzjon Parpiev, en de minister van Binnenlandse Zaken, Zakir Almatov. Een getuige hoort Parpievs eisen: vrijlating van politieke gevangenen, het respecteren van mensenrechten en politieke vrijheid, en een overheidsafvaardiging naar de demonstranten. Volgens de overheid hebben de onderhandelingen twaalf uur geduurd.

Tegen tien uur in de ochtend hebben legervoertuigen het plein omsingeld, melden getuigen in Le Monde. Militaire helikopters hangen boven het plein. Vanuit een legervoertuig in een van de zijstraten wordt voor het eerst op de opstandelingen gevuurd. Er valt een onbekend aantal slachtoffers. Rond twaalf uur wordt vanuit een tweede voertuig geschoten. Betogers brengen gewonden en tien à twintig doden naar het bezette regeringsgebouw.

Rond vijf uur, terwijl de onderhandelingen met Almatov nog altijd voortduren, volgen de salvo's elkaar snel op. De legervoertuigen rijden al vurend langs de uiteenstuivende menigte, die zich steeds hergroepeert om de doden en gewonden weg te halen. Hoeveel doden er vallen is onbekend.

Een groep, volgens getuigen zo'n 1.500 tot 2.000 mensen, vlucht via een zijstraat, gegijzelde overheidsfunctionarissen als menselijk schild gebruikend. Ongewapend, zeggen de getuigen. Daar zitten ze in de val. Scherpschutters vuren vanuit woningen, soldaten met mitrailleurs vanuit legervoertuigen. Ze worden neergemaaid, aldus de getuigen. Wie kan, vlucht via de zijstegen.

Als de opstandelingen elkaar weer vinden, begint een groep van ongeveer 500 mensen aan de twintig kilometer lange tocht naar de grens met Kirgizië. Voordat ze toestemming krijgen om de grensrivier over te steken, worden ze weer beschoten, waarbij volgens getuigen nog acht doden vallen. Volgens Karimov vinden de Kirgizische grenswachten 73 geweren bij de vluchtelingen. Maar een hoge grensbeambte ontkent dat.

Het door de regering gehanteede dodenaantal is 169: 32 militairen en 137 burgers. Mensenrechtenorganisaties en getuigen beweren dat er honderden, zo niet duizend doden zijn gevallen. Hulporganisaties hebben nog geen toegang gekregen tot de ziekenhuizen en mortuaria.

Voor deze reconstructie is gebruikt gemaakt van verslagen uit The New York Times, Le Monde en AP.