Advocaten onnodig vaak naar Hoge Raad

Advocaten spannen vaak cassatieprocedures bij de Hoge Raad aan, terwijl al vaststaat dat die kansloos zijn. Dit levert de Hoge Raad een hoge werkdruk op en geeft cliënten valse hoop.

Dat stelt de Hoge Raad der Nederlanden in zijn jaarverslag 2003/2004, dat vandaag is gepubliceerd.

Kansloze procedures voor cassatie (hoger beroep in laatste instantie) komen voor in belasting-, straf- en civiele zaken. Bij strafzaken is meer dan 30 procent van de cassatieprocedures op voorhand kansloos. Volgens de Raad hebben advocaten een verantwoordelijkheid om als `zeef' te functioneren en ervoor te waken kansloze procedures aan te spannen.

,,Het noodzakelijke sluitstuk van de rechtspleging, de rechtspraak in cassatie, moet voor de Hoge Raad beheersbaar blijven,'' aldus het jaarverslag.

De Hoge Raad waarschuwt verder voor overbelasting van de gerechtshoven omdat de werkdruk ,,op negatieve wijze'' de kwaliteit van de cassatierechtspraak beïnvloedt. De Raad voor de Rechtspraak heeft volgens de Hoge Raad de verantwoordelijkheid om daarmee rekening te houden in de afspraken met rechtbanken en gerechtshoven over het aantal te behandelen zaken.

Begin dit jaar waarschuwde advocaat-generaal bij de Hoge Raad mr. N. Jörg al voor afnemende kwaliteit van de Nederlandse rechtspraak bij rechtbanken en gerechtshoven. De Hoge Raad moet daardoor steeds vaker gewezen arresten corrigeren en gebreken en fouten daarin herstellen. Zo komt het voor dat rechters in vonnissen onvoldoende de strafmaat motiveren, terwijl dat een wettelijk vastgelegde verplichting is.

Herstel van dergelijke onvolkomenheden leidt in de praktijk overigens meestal niet tot vernietiging. Vaak corrigeert de Hoge Raad het appèl of vult hij aan wat de rechter in eerste aanleg bedoeld heeft.

De reden dat advocaten een kansloze cassatieprocedure aanspannen, is om de uitvoering van opgelegde (vrijheids-)straffen op te schorten. Bij belastingzaken levert een dergelijke procedure tijdwinst op bij het terugbetalen van een vordering door de fiscus. Om de hausse aan kansloze procedures te beteugelen, hanteert de Hoge Raad inmiddels een verkorte procedure, waarbij versneld een beslissing wordt genomen.

Volgens de Amsterdamse cassatie-advocaat mr. G. Hamer komt het in complexe strafzaken vaak voor dat het gerechtshof pas met een gemotiveerd arrest komt als de termijn voor een cassatieprocedure al is verstreken. ,,Een verkort arrest is er meestal wel binnen 14 dagen, maar het uitvoerige arrest vaak pas na 4 of 6 maanden. Pas dan kan een advocaat zien of een cassatieberoep moet worden doorgezet.'' Volgens Hamer is het goed functioneren van cassatieprocedures ook niet de verantwoordelijkheid van de individuele advocaat. ,,Die moet letten op de belangen van zijn cliënt. Dat is zijn hoofdzaak en primaire taak.''