Surinaamse bruggenbouwer

Je kunt ook te veel Surinamer zijn. Zoals de man die daar nu president is en het na de verkiezingen van overmorgen weer wil zijn: Ronald Venetiaan. Je hebt een Gabriel Garcia Márquez nodig om zijn leven te beschrijven. Hij is, als je het goed bekijkt, op sommige punten behoorlijk on-Surinaams, want niet geneigd tot een oneerlijkheidje hier of daar, maar ook niet tot een vrolijkheidje, noch hier, noch daar.

Oud-wiskundeleraar, niet gezegend met schone trekken, een beetje tragisch uiterlijk dat redelijk in overeenstemming lijkt met zijn tragische karakter. Een lach is bij hem een geforceerde grijns en een danspasje een spastische reflex. Op mij komt hij over als een eenzame man. Eenzaam en in zichzelf gekeerd. Hij is gespeend van allerlei menselijke zwakten: dranklust, vechtlust, hebzucht, heerszucht – lusten en zuchten in het algemeen, ze zijn aan hem niet besteed. Hij heeft wel een grote nationale trots en lange tenen, in die zin is hij behoorlijk Surinaams.

Hoe wordt zo'n rare man president van zo'n raar volkje? Veel is te wijten aan toeval. Hij was er, zou je kunnen zeggen, en toen de echte leiders een voor een vielen of vluchtten, bleef hij over. Ook een manier om president van een land te worden. Je kunt zeggen dat hij president is geworden, omdat hij geen eigenschappen heeft. Zonder eigenschappen kom je ver, aan onze eigenschappen gaan we ten onder.

Maar ik overdrijf. Misschien kun je beter zeggen dat waar hij een tekort aan heeft, zijn naaste concurrenten een teveel aan hebben. Aanstaande woensdag moeten de Surinamers kiezen tussen Ronald Venetiaan, Jules Wijdenbosch en Desi Bouterse. De twee laatsten zijn schurken, dat weet iedereen die geen last heeft van geheugenverlies. Maar Wijdenbosch en Bouterse zijn flamboyant, zwierig, joviaal, ze zijn altijd opgewekt en gevat en ze hebben de glamour van de volksjongens die swingend door het leven gaan.

Nee, van politieke ideeën of idealen hebben ze geen enkele last. Bouterse is een grote showman en hij heeft behalve zijn show niets anders te bieden. Zelfs niet zijn schuld. Hij is verantwoordelijk voor de decembermoorden in 1982 op vijftien prominente Surinamers, journalisten, advocaten, vakbondsleiders, academici, wat hij achteloos wegwuift met de opmerking: het was zij of wij. Een zin uit een spaghettiwestern, dat vinden veel jonge Surinamers gevat.

Wijdenbosch kwam op als stroman van Bouterse. Er waren in de jaren '80 en begin jaren '90 nog niet zoveel mensen met geheugenverlies en Bouterse vond het handiger om een wat onbestemde ex-ambtenaar uit Amsterdam naar voren te schuiven als zijn man in het presidentiële paleis. Maar zoals het soms gaat met stromannen: ze krijgen de smaak van de macht te pakken en willen voor zichzelf beginnen.

Dat deed Wijdenbosch tijdens zijn presidentschap in de tweede helft van de jaren '90, hij begon zo voortvarend voor zichzelf dat de staatskas snel leeg was en hij bezorgde het land een zo hoge inflatie dat de verkopers van aardappelen in de middag hogere prijzen moesten rekenen dan in de ochtend. Hij bracht wel dynamiek in de economie, op zijn manier.

Maar hij deed ook iets slims: hij gaf de Surinamers een geheugensteuntje mee voor zijn presidentschap, in de vorm van een brug over de Surinamerivier, die hij naar zichzelf vernoemde. Die brug heeft grote symbolische waarde. Suriname wordt doorsneden door vier machtige tropische rivieren en het niet hebben van bruggen over deze rivieren zagen Surinamers als een bewijs van de nalatigheid van de vroegere kolonisators. Nederlanders die zulke goede bruggenbouwers zijn en die niet één fatsoenlijke brug in Suriname achterlieten, niet over de rivieren en niet tussen de etnische bevolkingsgroepen.

Die Wijdenbosch-brug is natuurlijk puur een symbool, omdat er aan de overkant van de Surinamerivier niets te halen valt, er is daar geen stroom en geen water, de plek aan de overkant heet niet voor niets `Meerzorg'.

Maar Wijdenbosch kan in ieder geval zeggen dat hij een brug beloofde en een brug bouwde. Zoals hij nu tijdens de verkiezingscampagne een kerncentrale belooft. Geen windmolens voor deze Don Quichotte, maar kerncentrales.

Venetiaan heeft geen bruggen gebouwd. Hij heeft niets tastbaars nagelaten en Surinamers hebben tastbare geheugensteuntjes nodig. Men is allang weer vergeten wat een kilo aardappelen kostte in de tijd van Wijdenbosch. En hoe je dood kon gaan aan een simpele blindedarmontsteking, omdat het ziekenhuis in Paramaribo niet over hechtmateriaal beschikte.

Venetiaan heeft niet alleen geen bruggen gebouwd, hij heeft bruggen verbrand. Tijdens de onderhandelingen over de onafhankelijkheid was hij minister van Onderwijs. Nederland en Suriname hadden tot dan toe een culturele samenwerkingsovereenkomst, die voorzag in bibliotheken in Suriname, musea, muziekscholen, dansscholen, theaters, kunstacademies. Venetiaan zegde de culturele samenwerking op, trots als hij is, omdat Suriname voortaan zijn eigen cultuur zou bekostigen.

Venetiaan was te veel Surinamer en te weinig wereldburger. De bibliotheek, de muziekschool, het theater, alles raakte sinds 1975 hopeloos in verval. Nu pas, door toedoen van Surinamers in Nederland en vooral door toedoen van cabaretier Jörgen Raymann is de muziekschool, die tien jaar geleden door brand werd verwoest, herbouwd en van acht piano's voorzien. De muziekschool gaat binnenkort open en naar verluidt zal de opening worden verricht door, o ironie, Ronald Venetiaan – tenminste, als hij weer president wordt. De muziekschool is een belangrijkere brug dan die over de Surinamerivier, het is een brug naar de wijde wereld, maar kan Venetiaan daarop wijzen? Niet als er nog mensen zijn die zich herinneren dat hij in de eerste plaats verantwoordelijk was voor het verval. Maar het Surinaamse geheugen is kort.

Hij kan het goedmaken: door iets minder Surinamer en iets minder trots te zijn, kan hij tijdens de opening aankondigen dat de culturele samenwerking met Nederland zal worden hervat. In één klap wordt Ronald Venetiaan de grootste bruggenbouwer van de Surinaamse geschiedenis. Dan zullen ze hem niet vergeten.

ramdas@nrc.nl