Pompeji

Bij Castel Sant'Elmo, een hoog gelegen kasteel in Napels vanwaar je een prachtig uitzicht op de stad hebt, sprak ik een nogal teleurgesteld Belgisch echtpaar. Ze kampeerden nabij Pompeji. Pompeji was Pompeji niet meer, zuchtten ze.

Jaren eerder hadden ze nog genoten van de mozaïeken en de fresco's in de opgegraven stad ten oosten van Napels, maar van die kunstschatten was daar weinig overgebleven. Veel was overgebracht naar het archeologisch museum in Napels, waar het beter geconserveerd kon worden. Bovendien bleken veel percelen voor het publiek afgesloten. De sloten waren soms al verroest, alsof de huizen nooit meer opengesteld zouden worden.

Daarom was het echtpaar naar Napels gekomen – om in het museum te aanschouwen wat ze in Pompeji hadden moeten missen. Helaas bleek het museum op deze dag gesloten.

Klein toeristenleed.

Als een gewaarschuwd man hobbelde ik de volgende dag zelf over de gladgesleten keien van Pompeji. Er was nog genoeg imponerends te zien, zoals Het Forum, een badhuis en de theaters, maar je krijgt het als toerist niet cadeau. Onder een pittig blakerend zonnetje liep ik langs een onafzienbare hoeveelheid geruïneerde huizen, die na een poosje steeds meer op elkaar begonnen te lijken.

Volgens mijn oppervlakkige waarneming was het ene muurtje wat hoger dan het andere muurtje, en de ene zuil wat minder gehavend dan de andere zuil, maar toen het enthousiasme daarover na enkele bloedwarme uren geluwd was, hoorde ik mezelf opeens oneerbiedig denken: wéér zo'n steenklomp.

Mijn informatie moest ik halen uit een gids met uitputtende zinnen (in dit geval Duitse) als: ,,Die Aussenverkleidung aus poRÖsem Kalkstein schmückte eine ausladende Mosaikdekoration, von welcher die bunte Darstellung des Odysseus an Ort und Stelle geblieben ist, wie er Achilles erkennt, der sich verkleidet und unter den Töchtern des Königs Lykomedes von Skyros versteckt hat.''

Ik begon naar het einde van Pompeji te verlangen, vooral toen ik merkte dat het Belgische echtpaar goed had opgelet. Aan de sporen op de muren was duidelijk te zien dat vooral veel fresco's weggehaald waren. Dat zal wel onvermijdelijk zijn geweest, maar jammer was het wel, want het veroorzaakte mede het gevoel van eentonigheid dat mij beving.

Met de toerist wordt te veel gesold in Pompeji. Pas ter plekke merkt hij welke kunstschatten weggehaald zijn en welke huizen gesloten zijn. Zo heb ik met enkele andere toeristen een poos vergeefs gezocht naar de befaamde fresco's in de Villa der Mysteriën, een grote villa even buiten de stadsmuren. Toch worden bij de ingang van Pompeji nog steeds gidsen verstrekt waarin deze fresco's als vast onderdeel van de Villa vermeld staan.

Ik nam aan dat ook deze fresco's naar het museum in Napels waren overgebracht. Maar toen ik me daar de volgende dag meldde, zei een suppoost nors: ,,Ze section of ze frescos izze closed.''

Klein toeristenleed.