Overleg over begroting EU zit muurvast

De besprekingen over de Europese begroting voor de periode 2007-2013 zitten nog muurvast. Dit is gisteravond gebleken tijdens een ingelast overleg van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken.

Zo willen de Britten niets weten van een extra verhoging van hun bijdrage aan de Europese Unie. Tegelijkertijd voelt de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, niets voor bezuinigingen op de door haar voorgestelde begroting.

Ondanks de tegenstellingen gaat de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken, Jean Asselborn, wiens land dit halfjaar voorzitter van de Unie is, er van uit dat de EU-regeringsleiders volgende maand tijdens hun bijeenkomst in Brussel een akkoord over de begroting zullen weten te bereiken.

De Luxemburgers presenteerden vorige week een globaal voorstel om de tegenstellingen te overbruggen. Hierin stond onder andere de suggestie om de sinds de jaren tachtig bestaande kortingsregeling op de Britse afdrachten aan de Europese Unie vanaf 2007 te beperken. Aan de andere kant zouden de bijdragen van Nederland, Duitsland en Zweden aan de Unie worden beperkt. Deze drie landen zijn nu relatief de grootste contribuanten aan de begroting van de Unie.

Over de totale gemeenschappelijke uitgaven van de Unie bestaat ook nog geen overeenstemming. De Europese Commissie heeft vorig jaar voorgesteld deze op te voeren tot 1,24 procent van het totale bruto nationaal inkomen (bni) van de EU-landen. Dit komt neer op een bedrag van ruim 1.000 miljard euro. Een groep van zes landen bestaande uit Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Nederland, Zweden en Oostenrijk vindt dat de Unie in de periode 2007-2013 de uitgaven moet beperken tot 1,0 procent van het bni. Volgens de `club van zes' zijn er voldoende posten waarop de Unie kan bezuinigen.

Om de diverse aan de begroting gekoppelde programma's goed te kunnen voorbereiden zouden de regeringsleiders van de Unie volgende maand een akkoord moeten bereiken. Het wordt alom uitgesloten geacht dat de Britten, die vanaf 1 juli het EU-voorzitterschap bekleden, er gezien hun bijzondere betalingsregeling in zullen slagen een akkoord te bereiken. Vervolgens is vanaf 1 januari de beurt aan de Oostenrijkers. In die periode zal in Groot-Brittannië het referendum over de Europese Grondwet worden gehouden. Dat wordt ook geen gunstig moment geacht voor een begrotingsakkoord waarvan één onderdeel is dat de Britten meer zullen moeten betalen aan de Unie.