Onverschilligheid is een slechte raadgever 2

De veranderingen die de Grondwet brengt zijn beperkt. In de eerste plaats een voorzitter nieuwe stijl van de Europese Raad (van regeringsleiders) zonder concrete bevoegdheden (verre van een `president van Europa').

Daarnaast moeten een beperkte wijziging in de stemverhouding bij de Raad van Ministers, afslanking van de Europese Commissie en wat meer bevoegdheden voor het Europees Parlement de besluitvorming in Europa vlotter doen verlopen, overigens met behoud van vetorecht van elke lidstaat bij allerlei niet direct economische zaken. De nieuwe `minister' van Buitenlandse Zaken heeft nauwelijks meer bevoegdheden dan de huidige coördinator; zo behoudt elke lidstaat zijn eigen minister en blijft voor een gemeenschappelijk beleid unanimiteit vereist.

Een verwerping van de Europese Grondwet lijkt weinig schokkende gevolgen te hebben, omdat de veranderingen zo beperkt zijn. De kiezer zal het echter met enig recht uitleggen als een stem tegen het integratieproces. Niet alleen tegen verdere integratie, maar ook tegen wat al tot stand is gekomen. Straks weet niemand meer waarvoor het verenigde Europa eigenlijk staat, namelijk voor vrede, vrijheid en welvaart. Als we die wezenlijke zaken door onwetendheid en onverschilligheid aan de voogdij van de Europese Unie onttrekken en weer terugvallen op de vrije markt van de nationale staten, belooft dat weinig goeds. De kans op een herhaling van de fouten uit de geschiedenis neemt toe, als we de zo zorgvuldig opgebouwde en zo succesvol gebleken structuur om zo'n herhaling te voorkomen, ondermijnen op basis van irrationele gevoelens.