Moby meteen op live-cd, maar niet goed

Nog geen kwartier na de laatste toegift van Moby kon in de Amsterdamse Music Hall een dubbel-cd worden aangeschaft van het twee uur lange optreden dat zojuist was afgerond. Een mooie service voor concertbezoekers in een tijd dat de verkoop van reguliere cd's onder druk ligt, vooral in het hypothetische geval dat het hier een legendarisch optreden betrof. Helaas mocht het niet zo zijn. Moby heeft wel eens betere dingen laten zien, in de tijd dat hij met het album Play (1999) een brug sloeg tussen rock, house en soul.

Voor een artiest die zelf eigenlijk maar een dun stemmetje heeft en die na al die jaren nog steeds een beetje schutterig op het podium staat, heeft de achterkleinzoon van Moby Dick-auteur Herman Melville het slim aangepakt. Richard Melville Hall (zijn ware naam) behaalde zijn eerste successen in de anonieme dancewereld, waar hij met het op het Twin Peaks-thema geënte Go dansvloeren vulde zonder zelf op het podium te hoeven staan. Het succes van Play was vooral te danken aan de subtiele manier waarop hij samples van doorleefde blues- en gospelfragmenten van synthesizervegen en dansbeats voorzag.

Zes jaar later is Moby het meeliften op andermans muziek beu, en laat hij de sampletechniek achterwege op de grotendeels door hemzelf volgespeelde cd Hotel. Hij weet inmiddels hoe hij een fijn klinkend popalbum vol moet spelen, met veel vertrouwde jaren tachtig-citaten en pastiches van zijn helden David Bowie en New Order. Het probleem begint pas nu hij die pure werkwijze ook op het podium wil volhouden, waarbij hij de matige zangeres Laura Dawn opzadelt met de zware taak om al die sferen en stijlen bij elkaar te houden.

De schelle Dawn is niet de warme gospelzangeres die de ingehouden tragiek van Natural blues en Why does my heart feel zo bad? recht kan doen. Ter compensatie vloog ze een paar keer gillend uit de bocht, in muziek die zo vals klonk dat je er zelfs je grootste vijand nog geen live-cd van zou toewensen.

Als gitarist, bandleider en showman mist Moby de uitstraling die zo'n grootschalig optreden zou moeten rechtvaardigen. Omdat hij er toch een soort `greatest hits' van wilde maken, met de house van Go naast de samplesoul van Find my baby naast de rockende punksong That's when I reach for my revolver, werd het een schizofreen concert dat maar niet van de grond wilde komen. Een housedeejay zou er uitbundige videoprojecties bij vertoond hebben en een rockmuzikant zou gepronkt hebben met virtuoos muzikantschap of een wilde show, maar Moby bracht niets van dat alles.

Maar goed dat er niet meteen een dvd van verkocht werd, want dan was hij om zijn gebrek aan een boeiende show helemaal door de mand gevallen.

Concert: Moby. Gehoord: 22/5 Music Hall, Amsterdam.