Lazarus op de voorgrond in traag Passiespel

Zijn lendendoek is misschien wat korter geworden, maar verder lijdt en sterft Jezus al sinds 1931 precies hetzelfde tijdens de Passiespelen van Tegelen. In het Limburgse plaatsje wordt in de open lucht het Bijbelse verhaal van de vervolging en marteldood van Jezus Christus, verlosser en zoon van God, gespeeld. De traditie grijpt terug naar de middeleeuwen, toen passiespelen in heel Nederland gewoon waren. Het massaspel – met honderden amateurspelers – vormt nog altijd een hoogtepunt in het katholieke jaar; de première vond gistermiddag plaats in aanwezigheid van kerkleiders kardinaal Simonis, bisschop Wiertz.

Gelijk de rooms-katholieke kerk schippert Tegelen de laatste jaren tussen traditie en vernieuwing. Natuurlijk moet Jezus net als altijd met een doornenkroon en een kruis op zijn nek een ronde over het grote podium maken, drie keer vallen om uiteindelijk op het heuveltje links te sterven. Natuurlijk moet de haan kraaien als Petrus zijn meester drie keer heeft verloochend, en moet gouverneur Pilatus zijn handen in onschuld wassen. En ook in de vormgeving verandert er weinig: Jezus en volgelingen hebben baardje, lang haar en sandalen, het volk loopt in terracotta lompen, de Romeinen in kleurrijk rood en glimmend ijzer.

Maar niet alleen de voortschrijdende inzichten binnen de kerk, ook films als Jesus Christ Superstar (waaruit de de Herodes-scène is gekopieerd) en The Last Temptation of Christ hebben hun invloed gehad. Zo krijgt bijvoorbeeld verrader Judas een plausibel motief: hij wilde Jezus uitdagen tot grotere daden. Bovenal wordt in deze versie het twijfelende, zoekende, menselijke geloof van Jezus geplaatst tegenover de ijzeren waarheden van de hogepriester; zoals er in de Nederlandse rooms-katholieke kerk ook een strijd is tussen het progressieve voetvolk en de door Rome gestuurde kerkleiders.

Wiel Kusters, dichter en schriftgeleerde, schreef dit keer de tekst, die hij Levend Bewijs noemde. Zoals vorige keer, vijf jaar geleden, Judas centraal stond, zo staat dit keer Lazarus op de voorgrond. Deze volgeling wordt door Jezus uit de dood opgewekt. De opstanding van Lazarus is een pendant van Jezus' eigen wederopstanding, en van die van alle gelovigen in de toekomst. Kusters laat Lazarus mokken. Lazarus voelt zich een levende dode, hij weet niet of hij blij moet zijn met zijn verlengde leven. Pas als Jezus zelf sterft, begrijpt hij de zin van zijn opwekking: net als Jezus is hij het levend bewijs van Gods liefde, die de dood overwint.

Kusters leverde nogal veel tekst, die eerder filosofisch en poëtisch dan dramatisch is. Dat leidt tot een meer statische en taalgerichte voorstelling dan de vorige keer, toen regisseur Ben Verbong voor flink wat kleur en spektakel zorgde. Vooral de eerste helft is stroperig. Dat komt ook door de onhandige montage van regisseur Pierre Driessen, die de scènes niet soepel in elkaar laat overlopen, maar die na iedere scène het podium laat ontruimen, wat voor vertragende troepenverplaatsingen zorgt.

Maar als Jezus eenmaal aan zijn kruisgang begint, en de 3.400 toeschouwers (bijna twee keer Carré) hun adem inhouden, dan is het wonder van Tegelen toch weer geschied: dankzij de bewonderenswaardige inzet van de honderden Limburgse vrijwilligers komt het tweeduizend jaar oude lijdensverhaal tot leven.

Voor wie daar gevoelig voor is, is dat altijd weer een indrukwekkende belevenis.

Voorstelling: Passiespelen Tegelen. Gezien 22/5 Openluchttheater De Doolhof, Tegelen. Aldaar t/m 11/9. Inl. 077-3263100 of www.passiespelen.nl.