Karzai: niet alle Amerikanen slecht

De Afghaanse president Karzai is `woedend' over de misdragingen van Amerikaanse militairen. Maar verder wil hij vooral blijvende steun van de VS.

,,Zelfs toen de jonge Afghaan stervende was voor hun ogen, bleven de Amerikaanse bewakers hem martelen.'' Zo begint het afgelopen vrijdag in The New York Times verschenen artikel waar in detail de mishandeling wordt beschreven van twee Afghaanse mannen in hun cel op de Amerikaanse bases in Bagram, zo'n 60 kilometer ten noorden van de Afghaanse hoofdstad Kabul. De twee, beschuldigd van lidmaatschap van de Talibaan, stierven op respectievelijk 4 en 10 december 2002.

De Afghaanse president Hamid Karzai reageerde woedend (,,Ik ben diep geschokt'') en eiste afgelopen weekeinde ,,zéér, zéér scherpe maatregelen'' van de Amerikaanse autoriteiten tegen de verantwoordelijken.

Die uitval is ongetwijfeld gemeend, maar toch minder spontaan dan op het eerste gezicht lijkt. De feiten over de dood van de twee Afghanen werden vorig jaar al bekend, alsmede het gegeven dat enkele betrokken Amerikaanse ondervragers later werden overgeplaatst naar de Abu Ghraib-gevangenis in Bagdad.

Dat Karzai zijn woede nu openlijk ventileert, is een poging de schade van het Amerikaans optreden in Afghanistan zoveel mogelijk te beperken – zonder de Amerikaanse dominantie in Afghanistan ter discussie te stellen. Juist dezer dagen is Karzai weer op bezoek bij zijn Amerikaanse broodheren in Washington, om te pleiten voor blijvende Amerikaanse steun aan de economische wederopbouw van Afghanistan en veiligheidsgaranties – met als centraal thema de vestiging van permanente Amerikaanse militaire bases in Afghanistan.

Karzai heeft de Amerikaanse steun, en die van de hele internationale gemeenschap, met name van de NAVO als bevelhebber van de vredesmacht ISAF, hard nodig om de nog altijd fragiele situatie in zijn land de baas te blijven. Tegelijkertijd moedigt hij binnenlands de `gematigde' Talibaan, de vroegere vijand, aan actief, of tenminste passief, mee te doen aan de cruciale parlementsverkiezingen in september. De minister van Buitenlandse Zaken onder de Talibaan, Muttawakil, heeft zich al gekandideerd. Maar grote groepen Talibaanstrijders volharden nog in gewapende strijd.

Daarom komen onthullingen over misdragingen van Amerikaanse militairen uiterst ongelegen. Hoe snel het anti-Amerikaanse sentiment zich onder de Afghaanse bevolking kan verspreiden, bleek recentelijk bij de protesten (totaal zestien doden) tegen de vermeende schending van de koran door Amerikaanse ondervragers in Guantánamo Bay (zoals gemeld en later weer ingetrokken door Newsweek). Volgens Karzai zijn die protesten ,,ongetwijfeld aangewakkerd door buitenlandse handen'' en extremisten die niet graag zien dat het democratisch Afghanistan een sterke staat wordt.

Maar ook in die demonstraties speelde onder andere in Nangarhar het Amerikaanse militaire optreden wederom een rol: veel Pathanen zijn woedend over het binnenvallen van hun huizen door Amerikaanse soldaten op zoek naar Talibaan en `buitenlandse' strijders van Al-Qaeda.

Maar, zei Karzai gisteren in Washington: de Amerikaanse misdragingen zijn niet symbolisch voor het gedrag van het Amerikaanse volk. ,,De inwoners van de Verenigde Staten zijn erg aardige en sympathieke mensen.''