Het is meer dan Fortuyn

[...] Het belang van Nederland voor de Europese Unie – en dus ook de betekenis van een Nederlands 'nee' tegen de Grondwet – mag niet worden onderschat. Net als Frankrijk was Nederland in de jaren vijftig een van de zes oprichters van de Europese Economische Gemeenschap. Het verdrag dat resulteerde in één Europese munt is gesloten in Maastricht, en een later verdrag in Amsterdam. De eerste president van de Europese Centrale Bank was een Nederlander. Met zijn zestien miljoen inwoners kun je Nederland niet afdoen als een klein land. Het is bovendien van oudsher solide pro-Europees, zonder een equivalent van de Franse gaullistische traditie. Dat alles in aanmerking genomen zou een Nederlandse afwijzing van de EU-Grondwet in bepaalde opzichten nog schokkender zijn dan een Franse.

De campagnes in Nederland en Frankrijk zijn langs heel verschillende lijnen gevoerd. Franse klachten dat de EU is gekaapt door `ultralinkse' economische hervormers vinden in Nederland nauwelijks weerklank. In plaats daarvan klinken de Nederlandse Eurosceptici veel meer als hun Britse tegenhangers: zij waarschuwen dat hun land een provincie van een Europese superstaat dreigt te worden.

Toch komen de Franse en Nederlandse campagnes in één opzicht aardig met elkaar overeen. In beide landen wortelt de nee-campagne in sterke anti-establishmentgevoelens. In Nederland zijn alle belangrijke politieke partijen, die samen 85 procent van het parlement vertegenwoordigen, voor een `ja'. Zo ook de werkgevers, de vakbonden en bijna alle kranten. Maar deze consensus onder de elite zou in feite weleens contraproductief kunnen werken. Sinds in 2002 Pim Fortuyn [...] plotseling ten tonele verscheen, is men in Nederland volop te hoop gelopen tegen de gevestigde orde. Michiel van Hulten, de coördinator van de ja-campagne, tobt erover dat het referendum ,,een confrontatie begint te worden tussen de politieke elite en het Nederlandse volk''.

De nee-campagne behelst echter veel meer dan enkel onsamenhangende rancune jegens de heersende klasse; de Nederlanders hebben ook goede redenen tot misnoegen over de EU. Per hoofd van de bevolking zijn zij de grootste nettobetalers aan het EU-budget, en dat is duidelijk niet eerlijk, want Nederland is zeker niet het rijkste lid. Bovendien gelooft men in brede kring dat de vervanging van de gulden door de euro de inflatie heeft opgedreven. Slechts 39 procent van de Nederlanders meent dat de nieuwe munt een succes is, en dat is minder dan in alle andere eurolanden. De ontgoocheling is nog vergroot doordat de Nederlandse regering hard heeft gevochten voor een strenge interpretatie van de regels voor begrotingstekorten in de eurozone, die Frankrijk en Duitsland vervolgens naast zich neer hebben gelegd. De nee-campagne wijst erop dat dezelfde elite die voor de euro heeft getekend en die zonder het publiek veel te vragen massaal immigranten heeft toegelaten, zich nu achter de EU-Grondwet schaart. ,,De mensen zeggen dat te veel belangrijke veranderingen hebben plaatsgevonden zonder een echt debat'', geeft staatssecretaris voor Europese Zaken Atzo Nicolaï toe, ,,en daar hebben ze gelijk in.'' [...]

Toen de referendumcampagne helemaal mis dreigde te lopen, heeft de Nederlandse regering zowel paniekerig als halfhartig gereageerd. [...]

Er is een zeer reële kans dat een land met zo'n sterke geschiedenis van steun aan de Europese zaak uiteindelijk de Grondwet zal steunen. Maar als in Frankrijk of in Nederland de Grondwet wordt afgewezen, hebben de krachten die de Grondwet steunen hun verklaring zó bij de hand. De Fransen, zal men zeggen, hebben eigenlijk gestemd over de hoge werkloosheid en hun afkeer van Jacques Chirac. En de Nederlanders bevinden zich nog in de greep van de door Fortuyn ontketende nationale paniek. Maar een dubbele afwijzing kan een verontrustender gedachte doen opkomen: dat het probleem niet lag bij de Fransen of de Nederlanders, maar bij de Grondwet zelf.

`Charlemagne' in The Economist.