Het is de huisartsenzorg, stupid!

Er moet worden bezuinigd in de gezondheidszorg. Heleen Dupuis vraagt zich af: waarom bespreken we dan niet de concrete eigen bijdragen van de patiënt?

Huisartsen zijn lastige jongens, althans volgens minister Hoogervorst van Volksgezondheid. Zij hebben als groep al veel (geld) binnengehaald, terwijl op andere groepen zorgverleners is bezuinigd. Ze zijn nooit tevreden, willen steeds meer, en nu gaan ze ook nog staken.

De huisartsen verwijten de minister op hun beurt onbegrip voor hun grote, nuttige en ook nog relatief goedkope aandeel in de gezondheidszorg, en miskenning van de bureaucratie die hun werklast doet toenemen en hun werklust ernstig vermindert. De minister zegt niets meer voor hen te kunnen doen, omdat hij dat ook niet kan doen voor anderen, en ,,er moet nu eenmaal bezuinigd worden''.

Dat laatste is inderdaad het kernprobleem. Er kan bij gezegd worden dat de almaar stijgende kosten van onze gezondheidszorg niet de huisartsen te verwijten valt. Maar ook lijkt het juist om te stellen dat het wel de huisartsen zijn die knel zijn komen te zitten tussen een minister die financiële grenzen moet gaan stellen, ziektekostenverzekeraars die de begrenzing moeten gaan realiseren en de patiënt, om wiens gezondheid het uiteindelijk gaat.

Het is triest dat het zo ver gekomen is, en ook onnodig. Ondanks het feit dat het onmogelijk is om zelfs maar alle kernpunten van het nu al jaren voortslepende conflict tussen de huisartsen en de ministers van Volksgezondheid volledig te doorgronden, doe ik hier toch een poging de hoofdzaken neer te zetten.

Huisartsen koesteren verschillende grieven, en ze gaan bepaald niet uitsluitend over geld, maar deels wel.

De eerste grief is dat er meer gewerkt moet worden voor minder geld. Dat is wellicht niet de bedoeling van de minister, maar het is een wijdverbreide vrees onder huisartsen. Als het waar is, is dat ernstig. Een beroepsgroep die steeds meer voor zijn kiezen krijgt (meer ongeletterde patiënten, meer hoogbejaarden, en meer agressie van veeleisende patiënten) behoort zo niet door de overheid behandeld te worden. Als het niet waar is, is het een ernstige omissie van het departement dat dit niet duidelijk is gemaakt.

De geldkwestie is onder te verdelen in drie concrete problemen. Het eerste heeft betrekking op de nieuwe financiering van de huisartsenzorg: 48 euro per ingeschreven patiënt en 7 euro per consult lijkt redelijk, maar is psychologisch moeilijk te aanvaarden. De 48 euro worden immers als praktijkkosten gezien, en de betalingen voor de consulten als inkomen. Dat voelt niet goed. De bedoeling is dat degene die meer doet, ook meer verdient, maar had dat niet anders geregeld kunnen worden?

Verder is er de kwestie van de ongeveer 90 miljoen euro (uiteindelijk nog meer), die onder huisartsen herverdeeld gaat worden door de zorgverzekeraars. Hierover moet onderhandeld worden.

Hoe kan iemand het bedenken? Ik heb de stapels formulieren gezien die nodig zijn om contracten met de verzekeraars binnen te halen. Bovendien is het buigen of barsten. In je eentje kun je nooit op tegen de diverse (hoeveel zijn het er soms niet) verzekeraars, en als groep moet je eindeloos vergaderen om gemeenschappelijk te kunnen onderhandelen. Inderdaad meer werk, maar dan niet het soort werk waarvoor iedere huisarts negen jaren is opgeleid. En zijn de ziektekostenverzekeraars wel voldoende geëquipeerd om dit soort cruciale zaken te regelen? Ik ben er gezien het verleden niet van overtuigd.

Ten slotte is er een derde punt: de vergoeding voor de weekend- en nachtdiensten: 48 euro per uur. Wil je daarvoor een collega inhuren – wat veel huisartsen doen – dan zijn de kosten 65 euro per uur. Ook dat is misschien nog wel te begrijpen vanuit de verzekeraars, maar het voelt niet goed. Mij lijkt het onredelijk.

De tweede grote grief is de reeds lang aan de gang zijnde bureaucratisering. Wie het slagveld van papieren beziet dat iedere huisarts op zijn bureau krijgt, kan niet anders dan zich afvragen waarom dit niet simpeler kan. En nogmaals: het zijn niet de huisartsen die de voortdurende kostenstijging van onze gezondheidszorg veroorzaken. Integendeel. Hier ligt een simpele waarheid: wie de huisartsen tegen de haren instrijkt, is financieel altijd slechter af. Niet doen dus.

Een derde kwestie is die van de professionele (be)handelingsvrijheid. Het gaat hierbij om de zorg voor de patiënt met al zijn klachten. Deze vrijheid is de laatste jaren in de ogen van veel huisartsen al ernstig ingeperkt, maar wordt in het nieuwe systeem geheel gemarginaliseerd. Verzekeraars proberen (en zullen dat steeds meer doen, precies de bedoeling van minister) op vele manieren artsen te bewegen tot een zuinig voorschrijfbeleid, tot terughoudendheid op het ene front, maar tot meer interventies op het andere (zoals preventie, en zorg voor diabeten). Dit gebeurt via geboden en verboden, maar ook door financiële stimulansen. Daarvoor is wel wat te zeggen, maar hoever gaat het?

Hier zijn we terug bij de noodzaak tot beperking van de kosten van de gezondheidszorg. Dat die er is, is evident. De vraag is: hoe?

Er is een oplossing die veel huisartsen niet bevalt (en de Tweede Kamer in meerderheid evenmin), maar waarvoor toch veel te zeggen is. Waarom niet meer eigen bijdragen van patiënten? Waarom niet beperkte, en fatsoenlijke drempeltjes opwerpen voor de patiënt met het oog op diens gebruik van gezondheidszorg, ook van de eerste lijn? In Duitsland heeft dit tot een enorme verandering geleid in het vraaggedrag van de verzekerden. Kosten per patiënt per jaar: maximaal 40 euro. Resultaat: minder vraag, lagere premies, druk van de ketel.

Dit is het probleem in Nederland: de onbespreekbaarheid van reële, concrete eigen bijdragen van degene om wie het draait: de patiënt.

Totdat dit wordt gerealiseerd, zouden minister en huisartsen het beste naar een goede bemiddelaar kunnen zoeken.

Heleen Dupuis is voormalig hoogleraar medische ethiek aan de Universiteit Leiden. Ze is lid van de Eerste Kamer en maakt deel uit van de fractie van de VVD.