Het beeld

In 1975 won Nederland voor het laatst het Eurovisie-songfestival. Het is ook dertig jaar geleden dat een Nederlandse speelfilm meedeed in de competitie van het filmfestival van Cannes.

Er wordt wel eens gesuggereerd dat Fransen niet van onze prachtfilms houden. In de grootste krant van Nederland verscheen zaterdag een kop over de hele breedte van de voorpagina dat het songfestival wordt beheerst door vriendjespolitiek. We zouden na uitschakeling in de halve finale nooit meer moeten meedoen aan `die nepshow van Oostbloklanden'.

Van het filmfestival werden we de afgelopen twaalf dagen ruimhartig en met kennis van zaken op de hoogte gehouden door het R.A.M Cannes journaal (VPRO). De Gouden Palm ging voor de tweede keer in zes jaar naar de Waalse gebroeders Dardenne, die een niet bij uitstek marktgericht soort films maken. Op dat terrein zijn de Belgen ons dus veruit de baas, maar op het songfestival falen wij gezamenlijk. Het was alleen niet bepaald het nieuwe Oost-Europese spook (aspergestekers! ex-communisten!) dat er in Kiev met de buit vandoor ging. Of zou De Telegraaf Griekenland (eerste) en Malta (tweede) ook rekenen tot landen rond het IJzeren Gordijn?

Van de eerste tien naties zou je er slechts vier het stempel `Oostblokland' kunnen opplakken: Roemenië (drie), EU-partner Letland (vijf), debutant Moldavië (zes) en, vooruit, Servië en Montenegro (zeven). Het Griekse liedje My Number One van zangeres Elena Paparizou kon op de meest geraffineerde show bogen. De Nederlandse televoters schonken de Griekse inzending op een na de meeste stemmen; net als in vorige jaren was in Nederland en Duitsland Turkije favoriet. Als je iedere burger een gelijke stem biedt, dan wint immers het meest gemotiveerde contingent.

Pikant in het kader van het referendum over de Europese Grondwet was dat de vier als nettobetalers aan de European Broadcasting Union (EBU) automatisch geplaatste `grote landen' Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Spanje op de onderste vier plaatsen eindigden. Het waren ook vier buitengewoon zwakke liedjes.

Net als bij het wielrennen en het schaatsen doen er steeds meer (nieuwe) landen mee aan het Eurovisie-festival. De kans dat die paar van oudsher meetellende naties er met de prijzen vandoor gaan, wordt dus ook steeds kleiner. De zelfverzekerdheid van de Nederlandse equipe in Kiev, overtuigend geschilderd in Michiel van Erps bliksemsnel gemonteerde, vlak voor de finale vertoonde documentaire Glennis in Kiev (NOS Actueel), was nogal gênant. In Nederland is het songfestival een nichtenhobby, die door de rest van het land niet serieus genomen wordt. De Grieken hadden het onderste uit de kast getrokken om na het EK voetbal en de Olympische Spelen ook in deze arena hun moderniteit en superioriteit te demonstreren. De Oekraïense president Joesjtsjenko kuste Elena's hand, waar Hellas' vlag over was gedrapeerd. Dat beeld ging over de wereld. Wij stikken in onze verongelijkte superioriteit en gaan balorig tegen Europa stemmen, want we willen de gulden terug.