Fragiel recht in Afrika

Het nieuwe Internationale Strafhof is wel vergeleken met een vliegtuig dat boven de volkeren rondvliegt, op de uitkijk naar grove oorlogsmisdaden. Maar als het op de plaats des onheils wil landen, geldt dat er òf geen vliegveld is, òf dat dit vijandig gezind is. Het Strafhof kan namelijk pas in actie komen als het betrokken land niet in staat is de misdaden zelf te berechten of daartoe niet bereid is. Is het vliegtuig nu ook nog eens bezig een U-bocht in te zetten? Deze vraag wordt gesteld in de International Justice Tribune, een nieuwsbrief op internet. Aanleiding vormt het onderzoek van aanklager Moreno Ocampo in Noord-Oeganda. Daar houdt al jarenlang het zogeheten Verzetsleger van de Heer (LRA) onder aanvoering van Joseph Kony huis. De gruweldaden behoren tot de ergste die Afrika de afgelopen twintig jaar heeft meegemaakt, noteerde de correspondent van deze krant onlangs.

De strafzaak tegen LRA werd eind 2003 officieel aangebracht door president Yoweri Museveni van Oeganda. In juli vorig jaar deelde het Strafhof mee dat het dossier in handen was gesteld van de `Kamer voor het vooronderzoek', waarin het Statuut voorziet als controleur van de aanklager. Een verwante zaak over massaslachtingen in de naburige Congolese provincie Ituri werd ook in behandeling genomen. Museveni is nu echter op zijn aangifte teruggekomen. Hij dringt erop aan het onderzoek te laten staken om een vredesakkoord dat zich aftekent niet in gevaar te brengen.

Dat plaatst aanklager Moreno Ocampo voor een klassiek dilemma: vrede of gerechtigheid? Het Statuut van het Hof bevat de bepaling dat het onderzoek kan worden gestaakt als het niet meer ,,in het belang van de justitie'' is. De kamer voor het vooronderzoek kan daar weliswaar een stokje voor steken, maar dat ontslaat Moreno Ocampo niet van een beslissing. Voor het bevriezen van het onderzoek pleit dat dit toch al selectief is. Alleen al uit logistieke overwegingen kan de aanklager er slechts een paar leiders uitpikken en moet voor de grote meerderheid van de verdachten een andere oplossing worden gezocht. Een ruil van het stoppen van verder bloedvergieten tegen een vrije aftocht voor de hoofdfiguur is in Oeganda al eerder vertoond: Idi Amin. De aanklager kan volgens het Statuut de zaak trouwens altijd later weer oppakken op grond van nieuwe feiten of informatie.

Daar staat tegenover dat het Strafhof nu net is ingesteld om de vicieuze cirkel van straffeloosheid (`impunity') te doorbreken, niet in de laatste plaats wegens de voorbeeldwerking voor toekomstige leiders. De zaak van Oeganda houdt bovendien niet alleen verband met de zaak van Congo, maar ook met Soedan. In dat laatste geval is het geweld in Darfur bij het Hof aangebracht door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat geeft een extra gewicht aan dit onderzoek. Een deal met de LRA heeft al gauw repercussies voor de twee verwante zaken, die ook politiek samenhangen. En dat nog voordat het Hof is toegekomen aan zijn eerste proces.

Het trio Oeganda-Congo-Soedan moet niet een Bermuda-driehoek worden voor het nog fragiele vliegtuigje van het Internationale Strafhof.