Evolutie: toeval of intelligent plan?

Minister Van der Hoeven wil een discussie over evolutie. Ze noemt in haar weblog het idee intelligent design, dat uitgaat van een `schepper' van aards leven.

De evolutietheorie en de theorie van Intelligent Design zijn wetenschappelijk gezien niet gelijkwaardig. Het bestaan van evolutie is in de loop der jaren gestaafd door een omvangrijk en coherent stelsel van overtuigende aanwijzingen. Intelligent Design (ID), een theorie die beweert dat er een Intelligente Ontwerper (God) aan de wieg van het leven stond, komt vooralsnog niet verder dan het niveau van een idee.

Charles Darwin ontvouwde zijn beroemde evolutietheorie in zijn boek On the Origin of Species dat op 24 november 1859 verscheen. Evolutie omschreef hij als het ontstaan van nieuwe soorten door geleidelijke verandering en aanpassing aan de omgeving. Dat alles gestuurd door blind toeval. In 1871 deed Darwin er nog een schepje bovenop met The Descent of Man, waarin hij duidelijk maakte dat ook de mens het product was van evolutie.

De ideeën van Darwin hadden van meet af aan een enorme invloed op de wetenschap en de maatschappij. En die invloed is alleen maar groter geworden. Tegenwoordig is er geen bioloog meer die aan het bestaan van evolutie twijfelt.

De aanwijzingen dat evolutie de motor is achter de diversiteit van het leven zijn overweldigend. Om enkele voorbeelden te noemen: fossielen leveren een beeld op van soorten die verdwijnen en verschijnen onder invloed van evolutie en DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat alle organismen aan elkaar verwant zijn. Ook wijzen computermodellen uit dat geavanceerde ogen met een lens zich stapje voor stapje kunnen ontwikkelen uit een lichtgevoelige vlek op de huid.

Volgens de moderne interpretatie van Darwins theorie is aards leven ontstaan doordat eenvoudige systemen gedurende de vier miljard jaar dat de aarde bestaat steeds ingewikkelder interacties aangingen, zodat uit zichzelf kopiërende moleculen cellen ontstonden, die samen gingen werken en uiteindelijk planten, dieren en schimmels vormden zoals wij die nu kennen.

De populariteit van de evolutiegedachte werd in religieuze kringen in toenemende mate als een bedreiging ervaren. Het idee dat het leven op aarde en alle materie in de kosmos door toeval is ontstaan, is geheel in strijd met het bijbelse idee dat God het heelal heeft geschapen. Men beraadde zich op een antwoord dat zou afrekenen met de evolutietheorie. Met name vanuit fundamenteel-christelijke hoek in de Verenigde Staten hebben de zogeheten creationisten getracht het verhaal van de Bijbel met wetenschappelijk onderzoek te onderbouwen, terwijl zij evolutie probeerden te ontkrachten.

Creationisten zijn er nooit in geslaagd een samenhangende theorie te formuleren. Ze konden het onder meer niet eens worden over hoe letterlijk de Bijbel genomen moest worden. Sommigen probeerden te bewijzen dat de Aarde slechts zesduizend jaar oud was, anderen zochten aanwijzingen voor de Zondvloed in aardlagen. En weer anderen hielden vol dat fossielen in de bodem wel leken te wijzen op het bestaan van evolutie, maar dat dit in feite een ultieme test van God was om het geloof van de mensen op de proef te stellen.

In de jaren negentig deed de theorie van Intelligent Design zijn intrede in creationistische kringen. Met het boek Darwins Black Box van Michael Behe in 1996 kreeg de theorie wijdere bekendheid. De gevestigde wetenschap heeft het boek van Behe evenwel afgewezen als `pseudo-wetenschap.'

Aanhangers van Intelligent Design onderscheiden zich graag van de creationisten. Hun theorie laat tot op zekere hoogte wel evolutie toe, maar het basisontwerp van het leven is volgens hen geleverd door een intelligent wezen. Een wetenschappelijke aanwijzing voor zo'n intelligent wezen ontbreekt.