Een blues voor Co

Afscheid nemen is een kunst. Mannen kunnen het niet goed. Loop maar een halve dag rond op Schiphol en kijk hoe ze onhandig op schouders slaan en zich overschreeuwen. Het allerliefst bedwingen ze hun tranen achter de zoeker van een videocamera.

Zondag was Co Adriaanse aan de beurt.

Na een prachtig seizoen met een slap einde wilde AZ feestelijk afscheid nemen van de geliefde trainer. Een paar spelers tilden hem na het laatste fluitsignaal op hun schouders. Aan iedere vezel van Adriaanse was te zien dat hij liever weer op het gras stond, niet uit bescheidenheid, maar omdat je – volgens de wetten van Co – geen afscheid neemt met een verloren wedstrijd.

Op Co's voorhoofd stond onweer. Op het veld liep een elftal dat hij een paar weken geleden uitmaakte voor `kleuterklas'. Vandaag hadden de spelers hem wéér in de steek gelaten.

Het volle stadion in Alkmaar was het laatste competitieduel tegen RBC meteen vergeten. Adriaanse niet. De man die zo houdt van decor wilde het liefst als ether oplossen in de lucht. Iedereen dacht terug aan de ongelooflijke reeks in Europa, aan het mooie voetbal in de competitie en de successen van AZ-spelers in het Nederlands elftal. Adriaanse niet. Hij was het liefst meteen van de dug-out doorgelopen naar zijn auto op de parkeerplaats.

De UEFA-Cupwedstrijd in Alkmaar tegen Sporting Lissabon was mijn hoogtepunt van het voetbalseizoen. De plek waar ik die avond naar de televisie keek, hielp daar een handje aan mee. Ik logeerde in een huisje in de buurt van Werbomont, in de Ardennen. Boven op de vliering stond een oude televisie, nog net niet uit het tijdperk van zwart-wit. Ik moest met de sprieten van de antenne draaien om op de vliering een korrelig beeld te ontvangen. De commentator sprak Frans, dat maakte het spel van AZ alleen maar wereldser. De Alkmaarder Hout stond in vuur en vlam, het volk droop af na de dodelijke messteek in de laatste minuut. Ik was vanuit België voldaan en kapot tegelijk. Zo hoorde een voetbalwedstrijd te zijn.

Tot aan die avond was Co Adriaanse de hoeder van zijn elftal. Gisteren liep hij als een gebroken, gescheiden vader weg van zijn jongens. Ze probeerden hem nog te vermaken. Co moest een kaasmakerhoedje op. Het was om te huilen. Zo'n hoedje wil je eigenlijk nooit op, en zeker niet als je gezicht alleen maar ongemak en pijn verraadt.

Een stel journalisten gaf hem een presentje. Het had de vorm van een kistje met een paar flessen wijn erin. Het plakbandje op het pakpapier was aan één kant los, alsof in de haast oud inpakpapier was gebruikt. Een ingelijste foto van Co langs de lijn in de stromende regen werd door de scheidende trainer serieus ontvangen. Hij keek naar zichzelf en zei: ,,Heel symbolisch, ik voel me triest.''

Hoe moet het nu verder met Co Adriaanse? Clubs uit Schotland en Oekraïne hebben interesse in de trainer. Hij moet dat nog eens goed overdenken, ik bedoel, hoeveel regendagen tellen die landen? Dan liever naar FC Porto, Adriaanse kan wel wat warmte gebruiken.

Na de laatste plichtplegingen in Alkmaar trok Adriaanse zijn clubstropdas uit en slofte in een bluestempo naar zijn auto. Nog altijd trok hij dat zwaarmoedige gezicht. Je kunt iemand in deze gemoedstoestand niet alleen laten reizen. Dat is vragen om ongelukken. Ik durf de pagina met rouwadvertenties even niet te lezen. Ik had graag op de achterbank plaatsgenomen en een vrolijk wijsje gefloten voor een van de beste trainers van het seizoen. Al had het niet geholpen; Adriaanse en afscheid hebben een moeizame verhouding met elkaar.