De ral van Nozeman

Onder het portret van de 18de-eeuwse vogelkenner Cornelis Nozeman is een dode waterral gevonden. Wat zoekt een schuwe moerasvogel in een Rotterdamse kerk?

Versdood in een plastic Hema-tasje kwam hij binnen. De vinder, Wilco Tuinman, bracht hem persoonlijk naar het Natuurmuseum: ,,Een waterral, dood gevonden in de kerkenraadskamer van de Remonstrantse kerk, hier vlakbij, tegenover Museum Boijmans!'' De determinatie is juist. Slank lichaam (27 cm van snavel tot staart), spitse rood-zwarte snavel, lange poten en tenen die voorbij de staart steken, veren van de bovendelen zwart met brede olijfbruine randen, onderdelen leigrijs en flanken fijn zwartwit gestreept. Onmiskenbaar een waterral (Rallus aquaticus), maar de vindplaats is onwaarschijnlijk. Wat doet een schuwe moerasvogel in een kerk in het centrum van Rotterdam?

Nadere inspectie van het vogellijkje maakt een eind aan mijn twijfel. Tussen de lange tenen zitten sporen van (eigen) ontlasting en dikke plukken stof. Dat loopt een ral niet op wanneer hij rondstapt over de zachte modderbodem van zijn natuurlijke leefgebied. Nee, deze vogel is overduidelijk binnenshuis aan zijn einde gekomen. De brievenweger wijst 55 gram aan, de helft van het gemiddelde gewicht van een waterral. Als de vogel ter conservering uitgevild wordt, blijft er inderdaad een mager, ingeteerd boutje over. Het betreft een (overigens gezond) volwassen wijfje met rijpe follikels in het ovarium. Zij wordt als balg met nummer NMR 9989-02216 bewaard.

Mijn speurtocht krijgt een vervolg in het kerkgebouw dat tegenwoordig alleen op zondag godshuis van de Remonstrantse Gemeente Rotterdam is en verder onder de naam Arminius functioneert als podium voor kunst, cultuur en debat. De medewerkers zijn zichtbaar aangeslagen wanneer ik vertel dat het onfortuinlijke waterralletje in hun bijzijn en nota bene onder Gods oog is weggekwijnd van honger, dorst en ellende. Directrice Gabriëlla Anceaux heeft wel wat gescharrel gehoord achter het orgel maar er verder geen aandacht aan geschonken. Zelfs Tommy – een hondje van een kortpotig ras – is niet door de vreemde kerkganger gealarmeerd. ,,Hij moet tijdens de expositie van Dora Dolz, toen alle deuren wagenwijd open stonden, naar binnen gevlogen zijn'', luidt de gezamenlijke conclusie.

Wilco brengt me naar de kerkenraadskamer en wijst de plek aan op het parket waar hij het ralletje dood aantrof. De ruimte is sfeervol ingericht, voorzien van mooie houten lambriseringen, en rondom hangen portretten van alle Rotterdamse remonstrantse predikanten. ,,Hier lag hij, zowat onder het portret van Nozeman, die ken je vast wel van zijn strijd voor de zaligheid van deugdzame heidenen en als auteur van de Nederlandsche Vogelen.''

Ik moet toegeven dat mij slechts het vogelkundige werk van Cornelis Nozeman (1721-1786) bekend is. De veelzijdige geleerde legde de basis voor het eerste standaardwerk over de avifauna van Nederland dat tussen 1770 en 1829 in vijf delen verscheen. En nu sterft er in deze kerk onder zijn beeltenis een vreemde vogel. Wat is hier gebeurd? De hand van God?

,,U moet bij ZKW op de derde zijn'', zegt een vriendelijke medewerkster van de Centrale Bibliotheek aan de Hoogstraat. De afdeling Zeldzame en Kostbare Werken bevindt zich achter glas, een beetje weggestopt achter de buitenlandse romans. Van Adrie van der Laan leer ik dat de afdeling tegenwoordig Erasmuszaal heet. ,,We hebben hier 's werelds grootste verzameling originele werken van Erasmus, maar ook een complete Nozeman'', zegt de classicus enthousiast. De vijf delen Nederlandsche Vogelen; volgens hunne huishouding, aert, en eigenschappen beschreeven komen op een karretje uit het geklimatiseerde magazijn. Ze hebben het royal-folio formaat (5639 cm) en de zware halflederen banden kraken als ik ze doorwerk. In deel drie, uitgegeven in 1797, kom ik de waterral tegen. De vier pagina's tellende beschrijving (,,De Kop, Hals, Keel en Borst zijn bekleed met graauwe sierlyk wit gesprenkelde Pluimen'') heeft echter geen betrekking op de waterral maar op het porseleinhoen (Porzana porzana), een andere rallensoort. Ook voor de twee bijbehorende handgekleurde kopergravures heeft overduidelijk het porseleinhoen model gestaan. Hoewel tijdgenoot Linnaeus vanaf 1758 voor eenduidigheid in de biologische naamgeving zorgde, maakten Nozeman en de zijnen zich schuldig aan een slordige naamsverwarring.

Feitelijk ontbreekt de waterral dus in de Nederlandsche Vogelen en het lijkt er veel op dat hij ruim twee eeuwen later dominee Nozeman met zijn neus op de feiten heeft willen drukken. Dat moet wel met een beetje hulp van boven gebeurd zijn, voeg ik daar als deugdzaam heiden aan toe.