De majesteitelijke neigingen van VGE

De Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing is de geestelijk vader van de Europese Grondwet. In vergelijking met de hartstochtelijke pleitbezorger `VGE' lijkt president Jacques Chirac op `een tinnen soldaat'.

`Ernstige problemen' zouden ervan komen. Het tumult was niet van de lucht, toen Simone Veil, Frans oud-minister en oud-voorzitster van het Europees Parlement, begin deze maand besloot tijdelijk af te treden als lid van de Constitutionele Raad. Ze wilde campagne gaan voeren, omdat het `nee' tegen de Europese Grondwet, waarover Frankrijk aanstaande zondag een referendum houdt, onoverwinnelijk leek in de peilingen. Maar de `wijzen', zoals de leden van de Constitutionele Raad, een van de hoogste colleges van Staat, genoemd worden, zijn gehouden aan neutraliteit in politiek gevoelige kwesties. Tijdelijk terugtreden als `wijze' leek dus een oplossing.

Oud-voorzitters van de Raad en menig constitutionalist dachten daar anders over en laakten luidkeels Veils manoeuvre. Naast haar zorg over het constante `nee' in de peilingen kreeg ze er een probleem bij. Ze mocht, als holocaust-overlevende en als de minister die de legalisering van abortus heeft bewerkstelligd, één van de emblematische figuren van de Republiek zijn, ze werd niet minder dan ter verantwoording geroepen. Ze had moeten aftreden óf haar mond moeten houden.

Het was bizar – en niet omdat de critici per se ongelijk zouden hebben. Volgens de wet hebben ze zelfs gelijk. Het was bizar, omdat een andere `wijze', oud-president Valéry Giscard d'Estaing, al lang en breed aan het campagne voeren was voor de Grondwet. Dat deed (en doet) hij zonder Veils staatsrechtelijke zorgvuldigheid in acht te nemen en, vooral, zonder enige kritiek ontmoet te hebben. Terwijl de regels van terughoudendheid net zo goed van kracht zijn voor `VGE', al vloeit zijn Raadslidmaatschap voort uit zijn status als oud-president van Frankrijk en is hij niet, zoals Veil, gekozen als `wijze'.

De vrijbrief tekent het zondagskind dat de `ex' altijd geweest is. En zijn playboy-achtige allure. Hij doet wat hem goeddunkt en uitkomt – niemand die er wat van durft te zeggen. Hoewel: tijdens een lezing van Giscard over de Grondwet op een universiteit waagde een student een vraag te stellen over zijn `plicht' tot terughoudendheid. Hij vond het niet erg. Luchtig verwees hij naar het medisch geheim. Een arts mag niets over zijn patiënten zeggen ,,maar het is hem niet verboden om het over Beethoven en Mozart te hebben''. Precies hetzelfde gold voor hem en voor zijn mening over Europa.

VGE wéét waarover hij het heeft. De Europese Grondwet is zijn `kind'. Hij was de dwingende voorzitter van de Conventie, die van februari 2002 tot de zomer van 2003 gestalte gaf aan het nieuwe verdrag dat de met tien nieuwe lidstaten uit te breiden Europese Unie bestuurbaar moest houden. Ben van der Velden, oud-correspondent te Brussel van deze krant, beschrijft in zijn onlangs verschenen boek `De Europese Onmacht' de ,,majesteitelijke neigingen'' van Giscard. Alle dertien leden van het presidium van de Conventie tutoyeerden elkaar en noemden elkaar bij de voornaam – met uitzondering van de voorzitter.

De PvdA'er Frans Timmermans, vertegenwoordiger van de Nederlandse Tweede Kamer in de Conventie, noemt Giscard ,,iemand die je met moeite sympathiek kunt vinden en uiteindelijk toch aardig vindt''. ,,Met zijn onvoorstelbare arrogantie belichaamt hij alles wat je aan bestuurlijk Frankrijk tegenstaat, maar tegelijkertijd is hij iemand die niet bang is zijn kwetsbaarheid te tonen en zijn ongelijk te erkennen. Hij heeft een vorstelijke allure, maar is ook een landjonker, begaan met het lot van zijn pachters. Hij bezit een reusachtige denkkracht en een formidabele werklust. Ik zou willen dat ik op zijn leeftijd de helft van zijn energie heb.''

Afgaand op zijn vanzelfsprekende gezag mag gevoeglijk worden aangenomen dat inderdaad `alle Franse eisen zijn ingewilligd', zoals Giscard binnenlandse kritiek op de Grondwet steevast pareert. Een ander bewijs is de benaming van het nieuwe verdrag; dat moest `Grondwet' heten, vond de voorzitter, om duidelijk te maken dat het niet om de zoveelste bureaucratische tekst ging, maar om de uitdrukking van een gemeenschappelijke ambitie. Al was het maar omdat de van oudsher zeer pro-Europese Giscard kans zag een historische rol te spelen, moest de tekst niet alleen de economische samenwerking regelen, maar aanzet zijn tot een werkelijk politieke unie. Hij kreeg zijn zin. En sloeg daarmee twee vliegen in één klap. Toen de Franse president Jacques Chirac aarzelde over het uitschrijven van een referendum over de tekst, was de `vader' ervan, tevens aartsvijand van het staatshoofd, er als de kippen bij om hem te kapittelen. Het volk moest zich toch zeker kunnen uitspreken over zoiets belangrijks als een Grondwet? Chirac, wiens geloofwaardigheid afhangt van de uitslag van de volksraadpleging – het is Giscard niet ontgaan – kon niet anders dan blijk geven van ook zijn democratische gezindheid.

`Monsieur le Président', zoals Giscard in Frankrijk en trouwens ook daarbuiten nog altijd eerbiedig wordt aangesproken, ontleent zijn overwicht niet alleen aan zijn, voor zijn generatie, boomlange gestalte, van 1,90 meter. Hij is van adel, al heeft zijn grootvader de titel gekocht: echtgenote Anne-Aymone is wel van oude aristocratie. Hij was – en is dat sindsdien gebleven – de jongste president van de Vijfde Republiek, toen hij in 1974 op 48-jarige leeftijd het Elysée betrok. Hij brak met de belegen stijl van zijn voorgangers De Gaulle en Pompidou en liet op film vastleggen hoe hij, voortsnellend in zijn Citroën DS, met een draadloos apparaat zijn kaken scheerde. Een nieuwe tijd was aangebroken, ook Frankrijk had zijn Kennedy.

Als president ging de aristocraat bij gewone Fransen op bezoek, een filmploeg in zijn kielzog. Dat was een omstreden soort sociale betrokkenheid, maar er bleek uit dat Giscard begreep hoe zwaarwegend het beeld zou worden in het televisietijdperk. Na zijn nederlaag nam hij, wederom op film, dramatisch afscheid van de Fransen – met een ,,tot ziens'', waarna hij uit het beeld liep.

Zijn zorgvuldig in scène gezette imago werd geen geweld aangedaan door de jonge, langbenige dames – secretaresses, assistenten – met wie de president zich nog altijd bij voorkeur laat omringen. Het is niet het enige blijk van een zekere kinderlijkheid. De roemruchte affaire van de diamanten die hij tijdens zijn ambtstermijn aannam van de toen nog niet tot keizer gekroonde Afrikaanse leider Bokassa is erop terug te voeren. Maar ook zijn recente, succesvolle campagne om, als auteur van slechts een erotisch getint prulromannetje, als `onsterfelijke' te worden toegelaten tot de Académie FranÇaise, getuigt van zijn zwak voor glans en glitter. Voor de eveneens recente, niet geheel onberispelijk tot stand gekomen aankoop van het zogenaamde `familie'-kasteeltje in het Zuid-Franse plaatsje D'Estaing, geldt hetzelfde.

Hoewel al meer dan twintig jaar `ex' weet de inmiddels 79-jarige Giscard nog altijd invloed uit te oefenen. Hij moest en zou voorzitter worden van de Conventie – en werd het. Zijn ambitie om de eerste vaste voorzitter te worden van de Europese Raad (van staatshoofden en regeringsleiders), een nieuwe in de Grondwet opgenomen functie, is een publiek geheim. De inperking van de macht van de Europese Commissie ten gunste van de Raad van Ministers, houdt verband met dat persoonlijke doel. Ter verklaring van zijn machtshonger citeert Giscard niemand minder dan Leonardo da Vinci: ,,Ik zal nooit moe worden me nuttig te maken''.

Frankrijk lacht veel en graag om Giscard. Wegens zijn evidente drang zich `nuttig te maken' en zijn megalomanie: het drie jaar geleden ondanks veel protest geopende Vulcania, een themapark in een beschermd vulkanisch natuurgebied in de Auvergne, moest volgens Giscard niet alleen een mondiale trekpleister voor toeristen worden, maar ook een persoonlijk monument. Het laatste is het in zekere zin geworden. ,,Giscardland is geen Disneyland'', concludeerde het satirische weekblad Le Canard Enchaîné onlangs. Niet alleen door de driemaal hoger uitgevallen bouwkosten (130 miljoen euro) is het exploitatietekort nu al ruim twee miljoen euro per jaar. De `wereldattractie' blijkt volgens onderzoek geen enkele bezoeker van buiten de directe omgeving van tweehonderd kilometer te trekken. De regionale bewoners houden het na een eerste bezoek voor gezien.

Maar de volgens Le Canard `oude vulkaan' Giscard werkt ook anderszins op de lachspieren. Zelfs zijn vijanden erkennen zijn gevoel voor ironie en zijn welbespraaktheid. Het door hem afgedwongen referendum over de Grondwet verdedigt hij als ,,een goed idee, mits het een ja oplevert''. Dagblad Le Monde beschreef onlangs het frappante verschil tussen een televisie-optreden van Giscard en president Chirac ten gunste van de Grondwet. ,,VGE lijkt te geloven in wat hij zegt en het leuk te vinden om voor het ja te pleiten, terwijl Jacques Chirac zich gedraagt als een tinnen soldaat.'' Met de Grondwet, zo betoogde een inderdaad opgewekte Giscard in het programma, hervindt Frankrijk ,,de plaats, de rang en de macht'', die verloren zijn gegaan in het sinds 2000 geldende Verdag van Nice, ,,dat briljante resultaat van de Franse diplomatie''.

Slechts een zeer slecht verstaander kon de steek onder water aan het adres van Chirac, die onderhandelde over het Nice-verdrag, ontgaan. Giscard verwijt Chirac nog altijd rechts in 1981 uiteengespeeld te hebben, waardoor zijn herverkiezing niet doorging en hij het veld moest ruimen voor de socialist FranÇois Mitterrand. Waar en wanneer het maar kan, neemt hij wraak. Hij heeft Chirac ,,niet geloofwaardig'' genoemd als verdediger van de Grondwet en vindt dat de president de eventuele toetreding van Turkije duidelijker van de Grondwetkwestie zou moeten scheiden. Door net als hijzelf zich hoe dan ook tegen eventuele Turkse toetreding te verklaren.

In 2000 publiceerde Giscard een bitter-zoet pleidooi voor de beperking van de zevenjarige presidentiële ambstermijn tot vijf jaar. Het was niet alleen door de elegante stijl onontkoombaar. Hier sprak een man die het weten kon. Jacques Chirac kon na enig gesputter niet anders dan tot een referendum over de kwestie `besluiten'. Waarna het `quinquennat', de vijfjaartermijn, conform de wil van de kiezers inderdaad werd ingesteld.

Giscard won het pleit, alleen al doordat hij openlijk, zij het gratuit, zijn ,,eigen vergissing'' terzake erkende. Hij had de verkorte termijn zelf al moeten instellen. ,,In landen die veerkracht ontberen, is er altijd een probleem van te lange periodes'', zo sprak de zelf niet weg te branden politicus onlangs. Bovendien ,,was het een sterk argument geweest in mijn campagne''. Op een of andere manier valt Giscards particuliere belang altijd samen met dat van het land.

Curriculum Vitae

Valéry Giscard d'Estaing is geboren 2 februari 1926 in Koblenz, Duitsland. Hij ging naar het Lycée Blaise-Pascal in Clermont-Ferrand, Louis-le-Grand in Parijs en Ecole Polytechnique in Parijs.

1949-1951 Ecole Nationale d'Administration, kweekvijver van politieke elite.

1952 Adjunct directie Inspectie bij ministerie van Financiën.

1956 tot 2002 Afgevaardigde van Puy-de-Dôme.

1962 Minister van Financiën, later met de titel Minister van Staat.

1966 Voorzitter van de Nationale Federatie van Onafhankelijke Republikeinen.

1969-1974 Minister van Economie en Financiën.

19 mei 1974 gekozen als President van Frankrijk, de jongste van de Vijfde Republiek, verslagen door socialist FranÇois Mitterrand op 19 mei 1981.

1995 Benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van Financiële en Economische Wetenschappen van Spanje.

2001 Benoemd tot voorzitter van de Conventie die Europese Grondwet gestalte heeft gegeven.

2003 Gekozen tot lid (`onsterfelijke') van de Académie FranÇaise.

Publiceerde een tiental boeken, waaronder twee delen van zijn memoires Le Pouvoir et la Vie. Beschikt als oud-president over een door de overheid betaald bureau van tien medewerkers.