Waar vrouwen preventief gillen

Het geschreeuw aan de andere kant van het veld was zo luid, dat zelfs mijn hondjes er van schrokken. Tikki, de Cocker Spaniel, een onversaagde senior van tien jaar oud, keek verstoord op van de boom waar hij net lekker tegen aanhing en gooide zijn lange oren in zijn nek. Blanca, de onstuimige Retriever, een blondine van nog maar vier maanden oud, was van angst in het hoge gras gesprongen van het park in Johannesburg, Zuid-Afrika. Aan het einde van de lange werkdag is dat park dagelijks, vlak voor het ondergaan van het ondergaan van de Afrikaanse zon, mijn wereld.

Te horen aan de schelheid van de gil, was er een vrouw in nood. Ook al konden hondjes en ik dat vermoeden aan deze kant van het hoge gras niet meteen op waarheid controleren. Maar vrouwen in nood, die moeten gered worden, zeker in Zuid-Afrika. Daar waren hondjes en ik het wel over eens. We zetten het op een rennen, door het droge gras. We negeerden de uitwerpselen van de andere bezoekers aan onze wereld. We trokken ons niets aan van de doornige netels die zich venijnig in de vacht van de hondjes en mijn spijkerbroek boorden. We draafden door, zo hard als we konden.

Aan de andere kant van het gras troffen we inderdaad een vrouw, blank, van middelbare leeftijd, bepaald niet onaantrekkelijk. Waar we verder ook keken, nergens in de wijde omtrek vonden hondjes en ik maar de geringste aanwijzing voor het gevaar dat een mens op een zonnige dag als deze aan het gillen zou zetten. Er was natuurlijk de poedel aan het rode riempje die meteen de aandacht van de hondjes trok. Nieuwsgierig roken ze aan haar witgrijze krullen. En ik, een beetje gegeneerd voor mijn verfomfaaide verschijning, vroeg de eigenaresse dus maar of alles okay was. Zoals je dat in Zuid-Afrika zegt: ,,Howzit, everything okay?''

Nu wel, lachte de vrouw. ,,Maar ik zag net twee zwarte mannen door het park lopen.'' Ik keek alsof ik haar niet begreep. Ik zie hier ook wel eens zwarte mannen door het park lopen. Meestal op een drafje. Zwarten houden niet van de honden van blanken. Honden van blanken trouwens ook niet van zwarten, moet ik met enige schaamte bekennen. Ook mijn hondjes lijken nog wel eens te blaffen op basis van latent racisme.

,,Ik heb het meteen maar op een gillen gezet'', vervolgde de vrouw haar verhaal. ,,Tja, je kunt nooit weten'', wees ze in de richting van de poster die een week eerder bij de ingang was opgehangen. `Tien berovingen in drie dagen', stond erop die poster. Een waarschuwing aan alle bezoekers aan het park voortaan portemonnee en mobiele telefoon niet meer mee te nemen. ,,Goed hè'', lachte de vrouw met trots. ,,Ze renden meteen weg.''

Hondjes stopten even met het snuffelen aan het achterste van de poedel. Na drie jaar in dit land, dachten we de grenzen van de gekheid van Zuid-Afrikanen toch verkend te hebben. We kenden de hoge muren. Het prikkeldraad. De particuliere bewakers met kogelvrije vesten. De getrapte alarmsystemen. De handwapens in het dashboardkastje. Maar blanke vrouwen die preventief gaan gillen bij het zien van een zwarte? Nee, dat hadden we nog niet eerder gehoord.

Hondjes en ik leren nog elke dag in mijn wereld, tussen vijf en zes, als die prachtige Afrikaanse zon net aan een snelle afdaling is begonnen.