`Verantwoordingsdag' is leeg zonder debat

Verantwoordingsdag in de Tweede Kamer blijkt helaas maar moeizaam voet aan de grond te krijgen in de parlementaire begrotingscyclus. Afgelopen woensdag presenteerde minister Zalm (Financiën, VVD) voor de zesde keer de rekening van het voorbije begrotingsjaar in het parlement. De volgende dag sprak de Kamer daar over, maar het werd een gemankeerd debat. De belangrijkste oorzaak hiervan was het besluit van de fractievoorzitters Verhagen (CDA), Van Aartsen (VVD) en Dittrich (D66) om de plenaire behandeling te mijden. Zij gaven er de voorkeur aan om gedrieën in Utrecht campagne te voeren voor de Europese Grondwet. De afwezigheid van de hoofdrolspelers van de coalitiepartijen veroorzaakte een onbalans in het debat, omdat namens de overige fracties wel de fractievoorzitters het woord voerden. Dit wakkerde tevens de polarisatie aan tussen de regeringscoalitie en de rest van de Tweede Kamer. Van een debat tussen beide kampen, waarbij af en toe ook naar elkaars argumenten wordt geluisterd, was in ieder geval geen sprake. Het politieke discours verschraalt en daarmee is de democratie niet gediend.

Het argument van de regeringspartijen dat niet-fractievoorzitters toch ook heel goede Kamerleden zijn, was een beetje flauw en bezijden de kern van de zaak. Vorig jaar was immers afgesproken, nota bene op basis van een motie van de VVD, dat het debat over de verantwoording van de rekening zou geschieden door de fractievoorzitters ten overstaan van het voltallige kabinet. De achtergrond hiervan was dat de eerste experimenten met Verantwoordingsdag bleekjes afstaken bij de tegenhanger, de Algemene Politieke Beschouwingen. Daarbij buigt de Tweede Kamer zich na prinsjesdag over de begroting van het komende politieke jaar. De ervaring was dat de debatten tussen de financiële woordvoerders te veel bleven steken in allerlei technische details. Het was een goede gedachte dat debat op politieke hoofdlijnen, gevoerd op fractievoorzittersniveau, beter uitdrukking kan geven aan de controlerende functie van de Kamer.

PvdA-leider Bos had dus gelijk met zijn verwijt aan het adres van de absente collega-fractievoorzitters dat het geen pas geeft weg te blijven bij een debat waarin de regering verantwoording aflegt over de besteding van de belastingmiljarden. Natuurlijk is het belangrijk dat Haagse politici hun best doen in de campagne over de Grondwet, maar de drie fractievoorzitters van de coalitie wekten de indruk dat het hun eerder te doen was om een politiek pesterijtje, door in de Kamer via een sms'je te wijzen op het belang van de straat.

Kamervoorzitter Weisglas was begrijpelijk zeer gepikeerd over deze gang van zaken. Hij had gelijk toen hij de fractievoorzitters contempt of parliament verweet. Welbeschouwd was er ook sprake van minachting van de burger. Het gaf geen pas dat de drie spijbelaars impliceerden dat zij met hun actie afstand namen van het gebruikelijke `Haags geneuzel'. Verantwoordingsdag is misschien niet prettig voor regeringsfracties, zeker niet als een kabinet op zoveel terreinen zo diep wil ingrijpen als dit kabinet doet. Maar daarvoor wegduiken onder het mom van hogere democratische verplichtingen is een politiek testimonium paupertatis.

Een nieuwe traditie als Verantwoordingsdag moet het hebben van de inhoud. Zonder dat zijn de koetsjes en de minister van Financiën die een zelfde soort koffertje als op prinsjesdag presenteert aan de volksvertegenwoordiging een leeg ceremonieel. Daaraan bestaat geen behoefte.