Veilig westerse zelfmoordmonoloog

Met zijn grote, blote buik zit acteur Tom Jansen in een blankhouten kist. Een blanke vijftiger, met een prachtige, diepe stem, die hij dit keer een hoog zittende, gespannen ondertoon meegeeft. In de monoloog Zeg het maar. Of heb je liever dat wij het zeggen? speelt hij een Palestijnse zelfmoordterrorist, zonder moeite te doen daarop te lijken.

De tekst van Hans Aarsman is nogal concreet politiek, daarom bedacht regisseur Josse de Pauw een abstracte, verstilde vorm: de kist met daarop een grote spot gericht. Jansen zit gevangen in zijn eigen doodskist. Niet voor niets zegt de Palestijn: ,,Wij zijn al dood. wij houden van de dood.'' Zes blazers leveren passende religieuze muziek: de schelle, over elkaar heen buitelende hemelbazuinen uit Arvo Pärts Arbos (1986). Zeg het maar is na De wijze van zaal 7 en Ruis de derde theatermonoloog van de Nederlandse fotograaf-schrijver. Zijn eerdere monologen schreef Aarsman vanuit zijn eigen gezichtspunt: dat van de toeschouwer. Nu verdiept hij zich voor het eerst in een deelnemer. Hij werd geïnspireerd door de fotoserie Tot in het Paradijs van Ad van Denderen, die op de Westelijke Jordaanoever affiches fotografeerde waarop zelfmoordterroristen werden herdacht. Afgezien van de voorstelling afgelopen donderdag zou Zeg het maar geheel aan Nederland voorbij zijn gegaan, ware het niet dat ze werd geselecteerd voor het Theaterfestival in september.

Aarsmans Palestijn beschouwt de tijd tussen het besluit om zichzelf op te blazen, en de daadwerkelijke daad, als de mooiste tijd in zijn leven. Hij raakt onthecht van het harde leven, kan fantaseren over zijn toekomstige heldendom, over de roem en het geld dat dit zijn ouders zal opleveren. Het fundament van zijn haat wordt duidelijk getoond. Zijn belangrijkste motief: een einde maken aan de schaamte. Aarsman treft goed de vernedering van de Palestijnen door Israël. Hij toont echter weinig verrassende inzichten: zijn visie strookt precies met die uit de kranten. Zijn kracht ligt in het strak vastleggen van het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan.

Op enkele punten is hij wel verrassend en geestig. Bijvoorbeeld in de passage over de afscheidsbrief van de Palestijn die wegens de voortreffelijke stijl een prijs op zijn school wint. De grote verrassing van de monoloog komt na de aanslag, als de Palestijn in het moslim-paradijs zijn eerste toegezegde maagden aantreft. De monoloog wordt nu ineens overgenomen door de souffleuse (eerder gespeeld door actrice Abke Haring, nu door Oda Spelbos). Met haar rug naar de zaal geeft zij een stem aan de maagden, die de kersverse martelaar nogal spotziek en vrijmoedig te woord staan.

De Palestijn krimpt ineen: heeft hij zijn leven gegeven voor de heilige zaak, blijken de maagden in het paradijs precies zo te praten als de westerse bitches die hij altijd verfoeide. Binnen een paar zinnen verschrompelt zijn heilige doel, zijn stoere heldendom, zijn mannelijkheid. Wat overblijft is een mokkend jongetje dat een standje krijgt. Hij wordt zelf maagd. De monoloog stijgt naar een ander niveau: moslims worden macho-jongens die bang zijn voor de vrije, westerse vrouwenmaatschappij.

Jammer dat Aarsman op deze wijze veilig binnen het westerse denkkader blijft. De maagd benadert de Palestijn op typisch westerse ironische, psychologische wijze, waaronder alles van waarde moet sneuvelen. Het zou onrustbarender zijn geweest als we tot het einde toe met de Palestijn hadden kunnen meegaan. Nu blijven we veilig aan de overkant toekijken.

Voorstelling: Zeg het maar. Of heb je liever dat wij het zeggen? van Hans Aarsman, door Het Net. Gezien 19/5 Rotterdamse Schouwburg. Nog te zien: september Stadsschouwburg, Amsterdam. Inl. 0032-50-338850 of www.het-net.be