Veel D doet niks

Jarenlang is gedacht dat extra vitamine D en calcium oudere mensen beschermen tegen botbreuken. Maar bij mensen die regelmatig buiten komen helpen die pillen niet.

EXTRA VITAMINE D en calcium kunnen nieuwe botbreuken bij ouderen niet voorkomen, zo blijkt uit twee grote Britse onderzoeken. De voor vitamine D ontluisterende publicaties komen op een moment dat de Verenigde Staten volledig in de ban zijn van de mega-doses vitamine D. Die zouden beschermen tegen allerlei kwalen, van diabetes tot kanker. Volgens vitamine D-expert prof.dr. Paul Lips, internist-endocrinoloog aan het VU medisch centrum in Amsterdam, is het nut van vitamine D en calcium bij al die ziekten niet bewezen. De vitamine-D- en calciumsupplementen hebben, stelt Lips, alleen zin bij mensen die lijden aan botontkalking (osteoporose) die een tekort hebben aan vitamine D en calcium.

Twee Britse medische tijdschriften brachten eind vorige maand prominent het nieuws dat vitamine D, al dan niet aangevuld met calcium, nieuwe botbreuken niet voorkomt bij ouderen met osteoporose. In The Lancet (online, 28 april 2005) was het een onderzoek onder 5300 Schotse bejaarden van 70 jaar en ouder. Onderzoekers in The British Medical Journal (BMJ, 30 april 2005) volgden ruim 3300 vrouwen van 70 jaar oud. De deelnemers aan het onderzoek hadden allemaal al eens een been, heup of ander bot gebroken, of hadden andere aanwijzingen dat ze brosse botten hadden.

dosis

Nog geen twee weken daarna publiceerden Amerikaanse onderzoekers in het Journal of the American Medical Association (11 mei 2005) een analyse van twaalf eerder gepubliceerde placebo-gecontroleerde onderzoeken naar het nut van vitamine D-supplementen. Hun conclusie staat lijnrecht tegenover die van de twee Britse onderzoeken. Extra vitamine D werkt wel degelijk, stellen de Amerikanen. In de met 700 tot 800 IE (internationale eenheid) vitamine D behandelde groepen kwamen gemiddeld 26 procent minder botbreuken voor. IE staat voor internationale eenheid, omgerekend naar gewicht komen 40 IE overeen met 1 microgram (een miljoenste gram) vitamine D. Een dosis van 400 IE had geen effect.

Bij beide Britse onderzoeken kreeg de helft van de deelnemers dagelijks 800 IE vitamine D3, al dan niet samen met 1000 milligram calcium, en de andere helft een placebo. De extra vitamine D en calcium hielpen niet: na twee tot vijf jaar waren er in de behandelde groep evenveel botbreuken geteld als in de placebogroep. De dosis die de Britten kregen was wat hoger dan de aanbevolen dagdosis voor volwassenen en kinderen die regelmatig blootshoofds en met blote armen buiten komen. Die hebben dagelijks 100 tot 600 IE nodig.

Volgens Lips hebben de Britse onderzoekers wel mensen geselecteerd met een verhoogd risico op botbreuken, maar is niet goed vastgesteld of de deelnemende bejaarden vitamine D-tekort hadden en of ze weinig zuivelproducten aten. Lips: ``De concentratie vitamine D in het bloed is maar bij enkele deelnemers bepaald. Vitamine D- en calciumsupplementen werken nu eenmaal alleen als er een écht tekort bestaat. Dat is vaak het geval bij ouderen in verpleeghuizen of bejaardenhuizen. Die komen te weinig buiten en als ze naar buiten gaan, komen alleen hun gezicht en handen in de zon. Ook allochtonen lopen veel risico door de gesloten kleding en hun vaak donkerder huid. Een derde risicogroep zijn kinderen die afwijkende voeding krijgen, bijvoorbeeld een macrobiotisch dieet. Bij de Britse onderzoeken ging het om bejaarden die veelal nog thuis woonden. Ze hadden al eens een botbreuk gehad, maar botbreuken horen bij de oude dag. Op tachtigjarige leeftijd heeft de helft van de mensen ooit een breuk gehad. Dat hoeft dus niet te betekenen dat die mensen allemaal ook een tekort aan vitamine D en calcium hebben.'' Om een goede conclusie te kunnen trekken hadden de Britten de vitamine D-concentratie bij de deelnemers moeten meten, vindt Lips.

zonlicht

In onze voeding zit niet veel vitamine D – alleen vette vis, zoals haring, makreel en sardines is er rijk aan. Aan margarine wordt het toegevoegd. Vroeger was levertraan een belangrijke bron voor vitamine D. De meeste vitamine D die we nodig hebben wordt in onze huid geproduceerd onder invloed van ultraviolet in het zonlicht. Mensen met een donkere huid produceren minder vitamine D.

Vitamine D is nodig voor de calciumopname uit het voedsel in de darm. Hoe essentieel zonlicht daarbij is, bleek rond 1900 in de grote steden in Engeland. Door de steeds hogere bebouwing en de luchtvervuiling kregen de kinderen daar te weinig zon en daardoor te weinig vitamine D. Dat leidde tot een calciumtekort met als gevolg O-benen en een bochel, de zogenoemde Engelse ziekte (rachitis). Toen de oorzaak duidelijk was kregen alle kinderen extra vitamine D. Vroeger ging dat in de vorm van een dagelijkse lepel levertraan (zolang de r in de maand zat) en nu bevat alle babyvoeding extra vitamine D en calcium. In moedermelk zit ook een kleine hoeveelheid van die vitamine. In combinatie met een paar minuten zonlicht per dag is dat vaak toch onvoldoende om de behoefte te dekken. Daarom raadt het consultatiebureau aan om met de borst gevoede kinderen vitamine D-druppels te geven.

Een deel van de allochtonen in Nederland loopt door hun kleding en hun donkere huidskleur veel risico op een vitamine D-tekort. Lips: ``Pas hadden we nog een patiënte die aan tetanie leed: haar handen waren verkrampt door vitamine D-gebrek. Ze had onregelmatig vitamine D-tabletten gebruikt maar daarbij borstvoeding gegeven en was zo extra calcium kwijtgeraakt. En als de calciumconcentratie laag is, versnelt de vitamine D-stofwisseling, waardoor het gebrek nog ernstiger wordt. Een bijkomend probleem is dat Ghanezen en Ethiopiërs vaak aan een lactase-intolerantie lijden, waardoor ze melk slecht kunnen verdragen. Yoghurt en kaas verdragen ze wel, maar ze lopen het gevaar erg weinig calcium binnen te krijgen.''

Zoals bij de patiënte met tetanie blijkt, is vitamine D niet alleen nodig voor de botten maar ook voor de spieren. En vitamine D zou zelfs een rol spelen bij auto-immuunziekten en kanker. Lips: ``Daarom zijn er in de Verenigde Staten mensen die hoge doses vitamine D slikken. Uit onderzoek is gebleken dat een tekort aan vitamine D op jonge leeftijd meer kans geeft op auto-immuunziekten, zoals diabetes mellitus type 1 en waarschijnlijk ook multiple sclerose. Een tekort aan vitamine D speelt dus zeker een rol bij auto-immuunziekten maar het gaat hier om maar een van de factoren. Alleen vitamine D is onvoldoende.''

De Amerikaanse mega-doses vitamine D mogen dan overdreven zijn, een dagelijkse dosis van 600 tot 800 IE is verstandig voor ouderen van boven de zeventig en voor allochtonen, zeker bij onvoldoende zonblootstelling.

Een probleem – zeker voor deze groepen – is dat vitamine D sinds 1 januari 2004 niet meer vergoed wordt. Lips vreest dat vitamine D-gebrek door dit overheidsbeleid weer een volksziekte kan worden: ``Ik ben daarom een groot voorstander van toevoeging van vitamine D aan melk, yoghurt of vruchtensap. Dat gebeurt in de VS en Zweden en daar is de vitamine D-toestand van de bevolking veel beter dan hier.''

Lips verwacht dat botbreuken in de toekomst steeds vaker zullen voorkomen. Lips: ``Toen ik in 1982 promoveerde kregen jaarlijks 8 à 9000 mensen een heupfractuur. Nu zijn dat er 16.000, vooral omdat er meer mensen oud worden. Met iedere zeven jaar toename in leeftijd verdubbelt het risico op een heupfractuur. Als een ouder iemand eenmaal een botbreuk door osteoporose heeft gehad, schrijf ik meestal bisfosfonaat voor. Dat medicijn remt de botafbraak en daarmee kunnen we 30 tot 50 procent van de nieuwe botbreuken voorkomen. Jonge mensen met osteoporose adviseer ik daarnaast regelmatig in de zon te gaan zitten en drie à vier zuivelconsumpties per dag te gebruiken, dus een glas melk, een bakje yoghurt en een boterham met kaas. Alleen ouderen boven 70 jaar en allochtonen schrijf ik ook nog vitamine D en calcium voor.''