Tuinfluiter

Op een zonnige namiddag in het oude land van Holland, langs een rijkbegroeide wetering vol fluitekruid door de streek van Rijn en Gouwe, klonk vanuit de dichte sleedoorn de haastige middagzang, als van een versneld afgedraaid merellied, van de tuinfluiter. Alles aan deze veertien centimeter tellende zanger heet `onopvallend' te zijn. De bovenzijde is effen grauwbruin zonder opmerkelijke tekening. Het postuur is gedrongen en de keel- en onderzijde zijn geelbruin tot isabel gekleurd. In grote tuinen met zowel loofhout als onderbegroeiing en heesters komt de tuinfluiter (Sylvia borin) in de broedtijd veelvuldig voor. Ook doornstruiken horen bij de biotoop. Het nest maakt de zanger diep in het struweel. Ondanks dat het mannetje enkele proefnesten bouwt, in de veronderstelling van een solide onderkomen, is het uiteindelijk nest tamelijk los en fragiel. Het bevindt zich vlak boven de grond. De zang van de tuinfluiter is verrukkelijk: een telkens herhaald wijsje met welluidend timbre, allesbehalve onopvallend. Voor je het weet is het weer herfst, dan vertrekt de kleine zanger naar Afrika, ten zuiden van de Sahara.

Illustratie;

Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl