Solidair bij grote rampen

Art.I-43 (1) De Europese Unie en de lidstaten treden uit solidariteit gezamenlijk op indien een lidstaat getroffen wordt door een terroristische aanval, een natuurramp of een door de mens veroorzaakte ramp.

Wie haar burgers ,,een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht'' belooft, zoals de EU in de Europese Grondwet (art.I-3, lid 2) doet, moet er ook veel aan gelegen zijn de spreekwoordelijke `ramp na de ramp' te voorkomen.

Wordt een lidstaat gewapenderhand binnengevallen, dan rust op de overige lidstaten de plicht ,,met alle middelen waarover zij beschikken'' hulp te verlenen (art.I-41, lid 7). Naast deze `bijstandsverplichting' introduceert de Grondwet als nieuwtje de `solidariteitsclausule'.

Of het nu de ontploffing in een vuurwerkfabriek in Nederland is of bosbranden in Portugal of treinbommen in Madrid zijn, telkens blijkt dat bestrijding van grote rampen een riskant vak apart is. Het managen van de bestrijders en de evaluatie daarvan gelden inmiddels als professionele groeimarkten, die ook in Brussel zijn ontdekt.

Maar wat is een ramp en wat kan de Europese Unie doen? Daarover is de Grondwet vaag. In het artikel over `toepassing van de solidariteitsclausule' (art.III-329) staat niet veel meer dan dat er een verzoek moet zijn van de politieke autoriteiten van het rampland en dat de collega-lidstaten hun optreden in de Raad van Ministers moeten coördineren. Hiervoor krijgt de Raad bijstand van een speciaal op te richten `permanent comité'. Dat moet er voor zorgen dat ,,de operationele samenwerking op het gebied van binnenlandse veiligheid wordt bevorderd en versterkt'' (art.III-261).