SchRÖder dreigt gevangene van links te worden

De laatste keer dat de Duitse bondskanseliier Gerhard SchRÖder op verlies stond in verkiezingstijd - in 2002 - wist hij het tij nog te keren door aan te haken bij het anti-Amerikanisme dat opgeld deed door de dreigende oorlog in Irak. Probeert hij nu hetzelfde te doen door aan te haken bij de kritiek op hedge funds en buitenlandse beleggers?

Het meezingen met het koor van anti-marktstemmen lijkt een wanhoopspoging van SchRÖder. Maar hij heeft een gevoelige snaar geraakt in Noordrijn-Westfalen, het hart van de Duitse industrie en de machtsbasis van de sociaaldemocraten, waar zondag verkiezingen worden gehouden die de SPD - naar alom wordt verwacht - zal verliezen. SchRÖder moet ook zijn partij zien terug te winnen, waar de kloof tussen links en rechts breder is geworden.

Als de SPD Noordrijn-Westfalen verliest, moet SchRÖder, die op een centrumprogramma is gekozen, misschien de hand reiken aan links om zijn steun te vergroten in de aanloop naar de nationale verkiezingen van september 2006.

Dat althans is de politiek-tactische uitleg van zijn stap. Maar hoe zit het met de inhoud? Het valt moeilijk in te zien dat SchRÖder de veranderingen ongedaan wil maken die het oude 'Rijnlandse' model van het gereguleerde kapitalisme moeten transformeren. Het is ook niet duidelijk of hij dat wel kan, zelfs als hij het zou willen.

Het financiële systeem dat ten grondslag lag aan het Rijnlandse kapitalisme is niet door Berlijn opengebroken, maar door de Europese regels die staatssteun verbieden en strengere kapitaaleisen stellen, waardoor de mogelijkheden van banken om goedkope leningen te verstrekken worden beperkt. Het daaruit voortvloeiende verlies aan goedkoop kapitaal dwingt bedrijven hun inkomsten te verbeteren - door onoverzichtelijke conglomeraten op te splitsen en de fabrieksmatige productie naar het buitenland te verplaatsen.

In plaats van deze veranderingen een halt toe te roepen, heeft de regering-SchRÖder juist wetten doorgevoerd die ze bevorderen, zoals de afschaffing van de belasting op kapitaalwinsten over de verkoop van wederzijdse belangen door bedrijven.

Ondanks alle anti-marktretoriek heeft SchRÖder niets concreets gedaan om een dam op te werpen. Het gaat vooral om gewauwel over het effenen van de ruwe randjes van het kapitalisme. Dat lijkt bij hem te passen, afgaande op de ervaringen van 2002.

Destijds bracht SchRÖder sfeermuziek ten gehore toen dat nodig was omdat hij kin de peilingen op verlies stond. Hij veranderde naderhand echter weer even handig van toon. Van alle landen in de anti-oorlogscoalitie was Duitsland het eerste dat de betrekkingen met Washington weer herstelde.

Niettemin is het niet altijd even makkelijk van een wagen af te springen die eenmaal in beweging is. Kanselier SchRÖder wil de Duitse economische hervormingen dan misschien niet terugdraaien, maar als hij te hard tekeer gaat tegen de markt, moet hij wellicht een paar kluiven naar antikapitalistisch links gooien.

Dat kan ertoe leiden dat Duitsland een protectionistischer industriebeleid gaat voeren, ten gunste van grote Europese bedrijven. En dat zou een stap terug zijn voor Duitsland, maar ook voor Europa.