Rwandezen vluchten voor volksrechtbanken

Duizenden Rwandese vluchtelingen zijn deze vanuit Burundi terug gestuurd. Toch blijven ze naar Burundi komen, uit angst voor volksrecht- banken in eigen land.

De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft geprotesteerd tegen de gedwongen terugkeer van duizenden Rwandese vluchtelingen vanuit Burundi. Deze week hebben Burundese autoriteiten samen met Rwandese functionarissen naar schatting 5.000 vluchtelingen naar hun land teruggestuurd. Dat is ruim tweederde van een groep van 7.000 vluchtelingen die in de voorbije maand vanuit Rwanda de grens met Burundi overstak.

Volgens de UNHCR gebeurde de gedwongen terugkeer met ,,grove intimidatie en fysiek geweld'' door Burundese militairen. Desondanks arriveerden donderdag weer 5.000 vluchtelingen in Burundi, merendeels vrouwen en kinderen.

De angst onder grote groepen Rwandezen houdt direct verband met de start van processen tegen verdachten van de genocide, die in 1994 aan ruim 900.000 mensen het leven kostte. Na jarenlange voorbereidingen zijn in Rwanda afgelopen maart volksrechtbanken – de zogenoemde gacaca – aan het werk gegaan voor de berechting van de vermoedelijk tienduizenden verdachten. De meeste vluchtelingen zijn Hutu's, die zeggen bang te zijn voor wraak en willekeurige procesgang. De genocide werd in 1994 uitgevoerd door Hutu's. Maar onder de vluchtelingen zijn ook Tutsi's die juist bang zijn voor represailles om hun getuigenverklaringen over wat ze tijdens de genocide hebben meegemaakt.

De `gacaca' rechtspraak vindt plaats bij ruim negenduizend rechtbanken op dorpsniveau. Verdachten worden door dorpelingen in vergaderingen gehoord, vrijgepleit of juist aangeklaagd, voornamelijk op basis van mondelinge getuigenissen. Juist het feit dat de verklaringen mondeling en dus willekeurig kunnen worden gegeven, heeft geleid tot panische angst onder vrijwel de gehele Rwandese bevolking. Niet alleen omdat de oude wonden uit 1994 worden opengereten, maar vooral omdat de vrees bestaat dat rekeningen worden vereffend die niets te maken hebben met de genocide. Overlevenden zijn bang dat hun verklaringen tot revanche leiden. Vorig jaar werden in Rwanda op verscheidene plaatsen mensen vermoord nadat ze hadden getuigd.

De gacaca dreigt zo een averechts effect te krijgen. In plaats van de berechting en verzoening, leidt de volksrechtspraak tot afrekening, haat en vervolging. Toch houdt de Rwandese regering vast aan het systeem. Ook hoge functionarissen moeten verschijnen. Recent werd Marcel Gatszinzi, de hoogste generaal in functie, opgeroepen op beschuldiging van deelname aan de genocide. President Paul Kagame liet eind april enkele hoge militairen uit zijn directe omgeving arresteren. Volgens het goed geïnformeerde blad Africa Confidential duidt dat op machtsstrijd in de Rwandese top en wordt de gacaca gebruikt om posities te versterken of af te breken.

De snel hoogoplopende spanningen zetten aan tot de vluchtelingenhausse van de voorbije weken. In Burundi verbleven de vluchtelingen in geïmproviseerde kampen in het grensgebied. De UNHCR wilde die kampen verplaatsen naar het binnenland uit veiligheidsoverwegingen. Aanvankelijk werkte Burundi mee, maar na zware druk van de Rwandese regering weigerden de Burundese autoriteiten nog elke medewerking en werd UNHCR verboden vluchtelingen naar veiliger oorden te verplaatsen. Daarna werden de vluchtelingen in de kampen opgezocht en volgens getuigenissen gedwongen naar Rwanda terug te keren. Mensen werden uit hun tentjes gesleept, hen werd verboden eten klaar te maken. Met Rwandese voertuigen werden ze over de grens gevoerd.

Dat speelde zich grotendeels af buiten het zicht van de Verenigde Naties. De VN-medewerkers mogen uit veiligheidsoverwegingen tussen vier uur 's middags en negen uur 's morgens niet in het veld aanwezig zijn. En dus troffen de VN'ers afgelopen week 's morgens vrijwel uitgestorven kampen aan.

Opmerkelijk is dat deze gedwongen terugkeer zich alleen in Burundi afspeelt en niet in het noordelijke buurland Uganda, waar zo'n 2.000 Rwandezen naar toe zijn gevlucht. Volgens de denktank Internationale Crisis Group komt dat door de zwakke positie van de Burundese autoriteiten. De politieke situatie in het land is uiterst fragiel.

Na een jarenlange burgeroorlog is er nu een overgangsregering, gebaseerd op broze vredesakkoorden tussen Hutu's en Tutsi's. Rwanda werkt vooral samen met het door Tutsi's gedomineerde leger van Burundi, Rwanda heeft zelf ook een regering waar Tutsi's de toon zetten.

Rwanda verwijt de vluchtelingen zelfs dat ze schuld bekennen door het land te verlaten. ,,Er zijn aanwijzingen dat zij zich aansluiten bij de genocidairs die nog als rebellengroepen in het buitenland verblijven'', aldus de minister voor lokaal bestuur, Protais Musoni, in een recente verklaring.