Ruhrpott kan zwarte goud niet loslaten

In de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen zijn zondag verkiezingen. Het traditioneel rode bolwerk zucht nog steeds onder het lot van de mijnen.

Voetbalclub Schalke 04 denkt mee met zijn fans. In de `Arena auf Schalke' kan men niet alleen naar voetbal kijken, men kan er ook zijn kind laten dopen. In een kleine kapel, in de catacomben onder de businessclub. En men kan er in het huwelijk treden, op voorwaarde dat men niet gekleed is in de kleuren van de club. Wie per se in blauwwit wil trouwen moet genoegen nemen met een burgerlijk huwelijk. Desgewenst komt de ambtenaar van de burgerlijke stand van de stad Gelsenkirchen dan naar een van de `incentive-boxen' onder het dak van de arena.

De fans denken ook mee met hun club. Voor de hoofdingang staat een meterslange blauwe muur met grijze naamplaatjes. De `1.000 vrienden muur'. Elke fan die 250 euro doneerde voor de bouw van het stadion is er vereeuwigd. De innige band tussen fans en club is legendarisch. ,,Schalke is religie'', zeggen ze in Gelsenkirchen.

De arena biedt een grandioos uitzicht over de omgeving. Op Schalke is goed te zien wat Gelsenkirchen is: tientallen schoorstenen waar mensen tussen wonen. De meeste schoorstenen roken al lang niet meer. De groene heuvels in de verte zijn bergen kolengruis.

Kolen en voetbal. In Gelsenkirchen is dat nog steeds een Siamese tweeling – ook al zijn bijna alle mijnen in Noordrijn-Westfalen jaren geleden gesloten. In de voetbalclub leeft het roemrijke verleden van de Ruhrpott voort.

Op Schalke kun je alleen betalen met een speciale creditkaart, de Knappen- ofwel mijnwerkers-kaart. In een klein museum is te zien hoe het allemaal begon. In de vorige eeuw, met de Kampfbahn Glückauf. Het eerste stadion van Schalke werd gebouwd op grond die ter beschikking was gesteld door kolenmijn Consol. Tijdens de feestelijke opening speelde Bergwerkskapelle Consolidation. Ook toen doneerden de fans van Schalke al geld voor het nieuwe stadion.

Gelsenkrichen gaat nog steeds gebukt onder de sluiting van de mijnen en de teloorgang van de zware industrie. De werkloosheid is er twintig procent. Op vrijdagmiddag schuifelen in de woonwijk Schalke, ten zuiden van het stadion, bleke gezichten langs lege etalages.

Als de armlastige steden uit de voormalige DDR weer eens in Berlijn bedelen om meer subsidie steekt de burgemeester van Gelsenkirchen steevast zijn vinger op: wij ook. Het noordelijke Roergebied staat er ongeveer even beroerd voor als de voormalige DDR. Op de economische ranglijst van vijftig middelgrote Duitse steden bungelt Gelsenkirchen op plaats zesenveertig.

Noordrijn-Westfalen heeft inmiddels veertig jaar ervaring met structurele economische hervormingen. Ooit telde het gebied 550.000 mijnwerkers, nu nog maar 34.000. Sommige regio's in de grote deelstaat – het bbp is vergelijkbaar met het nationaal inkomen van Australië – gaat het voor de wind. Bonn, bij voorbeeld. Of Düsseldorf. Of het district Rhein-Sieg, ten noord-oosten van Bonn. Keulen heeft in de mediasector veel nieuwe banen geschapen. Aken heeft een universiteit die veel bedrijven trekt. Het platteland in het noorden leunt op landbouw, de Rijn profiteert van toerisme. Gelsenkirchen heeft, op een enkel lichtpuntje na, eigenlijk alleen maar dat stadion.

De structurele omwenteling was het grote project van de SPD. In 1966, net toen de eerste Zechen buiten gebruik werden gesteld, namen de sociaal-democraten in NRW de macht over van de CDU. Zondag moet minister-president Peer Steinbrück het SPD-bastion verdedigen.

Steinbrück is populair. Zesenveertig procent gunt hem een nieuwe ambtstermijn. Slechts 31 procent ziet liever tegenspeler Jürgen Rüttgers van de CDU aan de macht. Maar premiers worden niet direct gekozen. Partijen worden gekozen. En de SPD van Steinbrück ligt in de peilingen 9 procentpunten achter op de CDU.

In NRW moesten de sociaal-democraten de neergang begeleidden en nieuwe wegen zoeken. Lang niet iedereen was bereid om met de toekomst van de SPD mee te gaan.

Hannes (71) bijvoorbeeld. Hannes is er nog nooit geweest, in de nieuwe arena. Het is te duur. Te groot. Te ver weg. Te modern. Hannes woont al zijn leven lang vlak naast de oude Kampfbahn Glückauf in het centrum. Daar drinkt hij ook zijn biertjes. In het oude Vereinslokal, een knus café met een minimum aan daglicht waar de muziek nog uit een buisradio komt. Op de kaart staan louter regionale specialiteiten zoals kookworst met friet. Een bordje geeft aan wat de vaste stek was van Ernst Kuzorra (1905-1990), de grootste aller Schalke-sterren.

,,Vroeger was het leven heel simpel'', zegt Hannes. ,,Werken ondergronds, voetballen bovengronds. Meer was het niet. De mijnwerkers en de staalarbeiders hadden alleen maar Schalke.''

Zelf werkte Hannes zijn hele leven in een staalfabriek van Thyssen-Krupp. Hannes praat graag. Over vroeger, toen hij als 14-jarige loopjongen liefdesbrieven in de fabriek bezorgde. Over zijn tijd als amateur, toen zijn moeder weigerde het rode grint uit zijn witte broek te schrobben. Over de hypermoderne kolenwasserij van kolenmijn Graf Bismarck in het noorden van de stad.

Alleen over politiek is Hannes heel kort. ,,Ik ga niet stemmen. Ze maken er toch niets van. Wat moet je dan stemmen? Mijn partij, de communistische KPD, bestaat niet meer.'' En de SPD? Geen antwoord.

Van de Graf Bismarck staat alleen nog maar het waslokaal, tegenwoordig een evenementenhal en een vaste halte op een culturele route met industriële monumenten: `Mythe Roergebied'. In een klein zaaltje is Peer Steinbrück vol lof over de gehaktschijven en de aardappelsalade. Steinbrück eet staccato. Steinbrück praat staccato. Steinbrück probeert zo veel mogelijk verkiezingscampagne in zo min mogelijk tijd te persen. Hij ligt achter.

De voorzitter van de SPD, Franz Müntefering, zelf afkomstig uit NRW, wierp Steinbrück een paar weken geleden een reddingsboei toe. `Münte' lanceerde een frontale aanval op de uitwassen van het kapitalisme, op participatiemaatschappijen die als een sprinkhanenplaag de economie kaalvreten. Steinbrück ontkent dat het antikapitalisme een strategische zet was. Maar hij heeft het onderwerp wel overgenomen en is ervan overtuigd dat de partijvoorzitter een gevoelige snaar heeft geraakt.

,,Ik zeg ja tegen een sociale economie'', zegt hij later in de grote zaal van de wasruimte die tot de nok is gevuld met leden van de mijnwerkersbond, IGBCE. ,,Ik zeg nee tegen een meedogenloze economie.''

Het is een van Steinbrücks centrale thema's: alleen dankzij de SPD is structurele omwenteling nog enigszins geordend en menselijk verlopen. Wie kiest voor de CDU kiest voor minder ontslagbescherming, minder medezeggenschap, minder loon, hogere overheidsschuld en voor de invoering van collegegeld.

Wie voor de CDU kiest, kiest ook voor een snelle afschaffing van de subsidies voor steenkool. Dat is in de Graf Bismarck een schot voor open doel.

In Gelsenkirchen praat Peer Steinbrück minutenlang over een industrietak die vrijwel is weggevaagd. Niet omdat er zo veel mijnwerkers zijn, maar omdat er heel veel mensen zijn die met het lot van de mijnen zijn vergroeid. Klassieke SPD-stemmers. Als die zondag thuisblijven is Steinbrück verloren. ,,De mensen identificeren zich met de regio en kolen zijn daarom nog steeds erg belangrijk'', zegt Thomas Kania na afloop van Steinbrücks toespraak. Thomas is zeventien.