`Pornobladen profiteren ook van kunstgelden'

Sigrid Hemels ontdekte bij haar promotie 800 miljoen aan indirecte cultuursubsidies – die vaak niet de kunst ten goede komen. ,,Overheidsgeld gaat óók naar breiboeken en busboekjes.''

Dat in Nederland kunstsubsidies worden verstrekt, is bekend. Als eens in de vier jaar de pot met kunstgeld wordt verdeeld, laten de Raad voor Cultuur, de politiek en het culturele veld allemaal luid van zich horen. Vorig jaar gaf de overheid in totaal 752 miljoen euro aan kunstsubsidies uit – ook de hoogte van dat bedrag is vaak inzet van openbare discussie.

Maar de kunst wordt ook op een minder zichtbare manier ondersteund. Wie een boek of tijdschrift koopt, naar de film gaat, een monument bewoont of geld aan een museum schenkt, ondervindt daarbij belastingvoordeel. Volgens fiscaal-econome Sigrid Hemels, die afgelopen woensdag op het onderwerp promoveerde aan de Universiteit Leiden, kosten deze indirecte kunstsubsidies de overheid dit jaar ruim 800 miljoen euro aan gederfde inkomsten.

Hemels (1973) is geen tegenstander van het steunen van de kunst via de belastingen. Integendeel: naast docent belastingrecht en advocaat bij Allen en Overy in Amsterdam is ze ook kunstliefhebber. Maar ze heeft veel kritiek op de in totaal 36 maatregelen die ze voor haar proefschrift Door de muze omhelsd heeft onderzocht.

Bijna de helft daarvan dateert van de afgelopen tien jaar. ,,Toen in 1994 de Zalm-norm werd ingevoerd, waren er geen extra subsidies meer mogelijk'', vertelt Hemels. ,,Maar vanaf 1997 trok de economie weer aan. In het culturele veld en op het ministerie van OCW ging men toen allerlei creatieve manieren verzinnen om toch geld naar de kunsten te laten vloeien, via de achterdeur zeg maar. Toenmalig staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend, een PvdA-er die de kunsten een warm hart toedroeg, voerde ze graag door. Fiscalisten hadden vanaf het begin kritiek. Die houden niet van belastingsubsidies, omdat ze het stelsel ingewikkelder maken en omdat ze slecht te controleren zijn. Maar fiscalisten treden niet zo snel naar buiten.''

Kunt u enkele voorbeelden van misstanden noemen?

,,De film-cv was aanvankelijk zo ruim opgezet dat iemand die een Nederlandse catering en een paar figuranten inhuurde, er al gebruik van kon maken. Daar zijn de voorwaarden nu scherper gesteld. Maar bij het verlaagde BTW-tarief voor boeken, tijdschriften en kranten, dat Nederland al sinds 1934 kent, zijn de definities nog veel te ruim. Alles wat meer dan 32 pagina's heeft en ingebonden is, heet een boek. Dus óók breiboeken, busboekjes, kruiswoordpuzzelboekjes. Onder tijdschriften vallen óók roddel- en pornobladen. Moet de overheid die wel steunen? Daar denkt niemand over na, terwijl het de staat dit jaar zo'n 577 miljoen euro kost.''

Wat zou er moeten veranderen?

,,Deskundigen op kunst- en cultuurgebied zouden moeten worden gevraagd om de maatregelen en detail te bekijken. Zíj zouden ook moeten bepalen wat een kunstwerk is, wat een museum is enzovoort. Van alle maatregelen zou eens in de vijf jaar moeten worden gekeken wat ze kosten. En ze moeten kloppen met de doelstellingen van het cultuurbeleid.''

Wat zouden die doelstellingen moeten zijn?

,,Ik ben fiscalist, ik kan daar geen precieze uitspraken over doen. Ik vind wel dat overheidssteun moet gaan naar cultureel erfgoed en naar kunstuitingen waar nog weinig publieke waardering voor is, niet naar commerciële bioscopen of glossy tijdschriften. Maar de details laat ik graag aan experts over. Ik weet wel dat het ook voor hen lastig is, er bestaat geen precieze definitie van kunst en cultuur. Maar nu is het alsof je loodgieters laat beslissen over een medicijn tegen kanker, of zoiets.

,,De overheid zou ook betrokkenheid van de burger bij de kunsten moeten kweken. In Zuid-Europese landen is er een gedetailleerde wet op het mecenaat ingevoerd: zo kan een Frans bedrijf dat voor een muzikant een instrument aanschaft dat als aftrekpost opvoeren. Voor een Nederlands bedrijf valt het sponsoren van kunst nu nog onder `reclamekosten'; een advertentie op tv of je naam verbinden aan een museum, komt dus op hetzelfde neer. Voor privé-personen is de situatie overigens al veel beter.''

Toch is het mecenaat hier nog niet erg ingeburgerd. ,,Dat klopt, maar dat is een mentaliteitskwestie – aan ons fiscale stelsel kan het onmogelijk liggen. Dat wordt nu als schaamlap gebruikt, en dan wordt Amerika aangehaald als voorbeeld van een land waar de staat privé-schenkingen pas echt aanmoedigt. Bij ons zijn de regels net zo gunstig, zo niet gunstiger. Het ontbreekt hier vooral aan een culture of giving.''