Pendelend parlement

Art.I-20 (1) Het Europees Parlement oefent samen met de Raad [van Ministers] de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit.

De opstellers van de Europese Grondwet hebben hun vingers niet gebrand aan een kwestie die het Europees Parlement elke maand weer op een rondreizend circus doet lijken: met jan en alleman van Brussel naar Straatsburg, en terug.

Verstopt in het 6de protocol van de EU-Grondwet staat dat het Europees Parlement zijn zetel in Straatsburg heeft, alwaar elk jaar twaalf voltallige zittingen, met inbegrip van de begrotingszitting, moeten worden gehouden. Bijkomende zittingen zijn in Brussel, waar ook de commissies van het Parlement zetelen. Het secretariaat blijft in Luxemburg. Zo is het veertig jaar geleden beklonken en daarna vele malen bevestigd. En zo blijft het dus, vooral omdat Frankrijk er per se niet van af wil.

Wat in de Europese Grondwet wel verandert, is dat het Parlement andermaal zijn bevoegdheden ziet uitgebreid. Zo krijgt het bijvoorbeeld voor het eerst medezeggenschap over het gemeenschappelijk landbouwbeleid een majeure sector waarin ongeveer de helft van het totale EU-budget omgaat.

In de EU-Grondwet is verder vastgelegd dat het Europees Parlement uit niet meer dan 750 volksvertegenwoordigers bestaat, met een minimum van 6 en een maximum van 96 per lidstaat. Momenteel telt het Parlement 732 leden, onder wie 27 Nederlanders. Er is dus nog enige ruimte voor Bulgarije, Kroatië en Roemenië, die al in de EU-wachtkamer zitten. Maar als zij toetreden, wordt het voor de afvaardigingen uit de andere lidstaten hoe dan ook inschikken in het Europees Parlement.