Op zoek naarwijsheid

Nu er eindelijk animo blijkt te zijn voor de discussie: voor of tegen, is de verwarring groot. Want wat betekent de Grondwet feitelijk?

Wat houdt deze in voor Nederland? En hoe zien we Europa eigenlijk? Het diffuse debat over een `best belangrijk' onderwerp.

Stemmen dus. Over de Europese Unie? Over de Europese Grondwet? Over een Europees Verdrag? Nog tien dagen en dan is het zover. Dan mogen ruim 12 miljoen stemgerechtigde Nederlanders bij de eerste nationale volksraadpleging ja of nee zeggen tegen... Inderdaad, tegen wat eigenlijk? Dat is misschien wel het grootste probleem van het referendum van 1 juni aanstaande. Ging het maar om iets `simpels' als voor of tegen de aanleg van een weg door een natuurgebied. Dan zou het debat overzichtelijk zijn geweest, met heldere argumenten pro en contra.

Maar het referendum betreft Europa. Dat is geen weg, maar een compleet stratenplan met bestaande kronkelpaadjes, achterafsteegjes, ringwegen, toekomstige snelwegen, onvindbare omleidingroutes en heel veel onverklaarbaar eenrichtingsverkeer. Probeer uit die wirwar maar eens een heldere vraag te destilleren waar men ongeclausuleerd voor of tegen kan zijn. ,,Bent u voor of tegen instemming door Nederland met het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa'', luidt de officiële vraag die met voor of tegen kan worden beantwoord. En niet met ja of nee zoals vele voor- en tegenstanders de kiezer proberen te overtuigen. Het onderwerp sprak in Nederland aanvankelijk zo weinig tot de verbeelding dat er nauwelijks enig debat over werd gevoerd. Nu de discussie dan eindelijk schoorvoetend van de grond is gekomen, heerst er vooral verwarring. Zo gaat het debat maar heel weinig over de vraag zelf, en heel veel over wat de vraag nu werkelijk inhoudt. Met daaraan gekoppeld welke argumenten wel en welke argumenten niet valide zijn.

Iets dat trouwens niet uniek is voor Nederland. In Frankrijk, waar drie dagen eerder een referendum over de Grondwet wordt gehouden, is sprake van een soortgelijke politieke potpourri aan argumenten. Waarover kunnen de kiezers nu precies een oordeel vellen? En mocht dat al duidelijk zijn, onder welke noemer kunnen dan vervolgens de voor- en de tegenstanders worden gebracht? Een heldere tegenstelling is er niet. Aan de tegen-kant bevinden zich bijvoorbeeld zowel het ultraliberale weekblad The Economist als de fel antiliberale Socialistische Partij. In het kamp van de voorstanders trekken de organisaties van werkgevers en werknemers – gewoonlijk elkaars antipoden – gezamenlijk op. Dat wil zeggen: in Nederland. In Frankrijk zijn de vakbonden juist weer tegen.

Wie vindt wat en waarom? De kakofonie van de afgelopen weken vormt een uitstekende weerspiegeling van dat zoveel besproken `project Europa' zelf: vaak ondoorgrondelijk, vaak onnavolgbaar en heel vaak ervaren als een voldongen feit. Dat laatste verklaart veel van het zich nu manifesterende ongenoegen. Niet voor niets is de voortdenderende trein de meest gebruikte beeldspraak als het om de vormgeving van Europa gaat.

Maar nu mag de bevolking zich dan eindelijk rechtstreeks uitspreken over het onderwerp dat door het ministerie van Buitenlandse Zaken sinds een jaar als `best belangrijk' aan de man wordt gebracht. Hoewel uitspreken? Daar ligt al weer een volgend obstakel. Strikt genomen gaat het om een raadgevend referendum. Het zijn de Tweede en Eerste Kamer die uiteindelijk met de Europese Grondwet moeten instemmen of deze moeten afwijzen. De uitslag van de volksraadpleging is slechts een advies. Maar een aantal van de grote partijen heeft al laten weten dit advies te zullen volgen of in elk geval zeer serieus te nemen als de opkomst minstens dertig procent bedraagt.

De meest pregnante vraag blijft of het referendum wel over die `best belangrijke' Europese Unie als zodanig gaat. Formeel niet. Als de Fransen op 29 mei of de Nederlanders op 1 juni tegen de Grondwet stemmen, houdt de Unie niet op te bestaan. De Grondwet is slechts bedoeld als instrument om de met steeds meer landen uitdijende Unie op een aantal terreinen slagvaardiger en doorzichtiger te laten functioneren. Niets meer en niets minder.

Maar tegelijkertijd gaat er wel degelijk een niet te negeren signaalfunctie uit van een afwijzing van de Grondwet. Als het debat in Frankrijk en Nederland nu al iets duidelijk maakt, dan is het wel dat het bejubelde ene Europa in elk geval voor de burgers veel minder een gegeven is dan voor de politieke elite.

Europa is voor afzonderlijke individuen vooral een eigen voorstelling van zaken met een eveneens eigen verwachtingspatroon. Dat maakt het debat over de Grondwet dan ook zo diffuus. Het wordt immers uit totaal verschillende invalshoeken gevoerd. Voor de professionals is de Europese Grondwet een autonoom onderdeel van het raderwerk. Maar voor veel kiezers die straks kunnen gaan stemmen is de Grondwet veel meer een symbool voor Europa zelf. Het Europa dat vervolgens weer zoveel verschillende definities kent.

Heel grof geschetst zijn er drie soorten interpretaties van Europa die elk hun eigen aanhang hebben. Allereerst is er het Europa van het ideaal: het Europa van de naoorlogse wederopbouwgeneratie die zich liet leiden door het `nooit-meer-oorlog'-streven. De Europese samenwerking is in die gedachte een opdracht en een droom tegelijk. Zeker deze maand toen de zestigste verjaardag van de bevrijding op talloze plaatsen in Europa werd herdacht is hier weer vaak aan gerefereerd. Zoals minister-president Balkenende vorige maand in een vraaggesprek met deze krant zei: ,,Ik ben in Auschwitz en Yad Vashem geweest; die beelden raken mij nog elke dag. Je hebt elkaar in Europa echt nodig om zulke dingen te voorkomen. Daar mag best meer aandacht voor zijn.''

Daarnaast is er het Europa van de vanzelfsprekendheid. Het Europa van bijvoorbeeld de werkstudent, die bij Albert Heijn de vakken vult met tomaten uit Spanje, asperges uit Griekenland, kaas uit Frankrijk en met zijn verdiende geld met een van de vele prijsstunters vanuit België naar Rome wil vliegen. Om te kijken of hij in de Italiaanse hoofdstad verder kan studeren. Kortom, het Europa om gebruik van te maken, niet om van te houden.

En tenslotte is er het Europa van het wantrouwen en de achterdocht. Het ongrijpbare Europa dat zich op onverwachte momenten manifesteert met ogenschijnlijk onaantastbare maatregelen waarvan de toegevoegde waarde voor de individuele burger in veel gevallen onduidelijk is. Het is het Europa dat wordt beschouwd als niets en niemand ontziende stoomwals.

Al deze verschillende percepties van Europa spelen een rol in het huidige debat. Het begrip `eenheid in verscheidenheid' zit dan ook vastgeklonken aan de Europese Unie. Dat geldt niet alleen voor de huidige 25 lidstaten met elk hun eigenaardigheden, maar ook voor de verschillende waardering van Europa door de burgers. Europa is één, zo heet het. Samen de economie versterken, samen een effectief milieubeleid voeren, samen een dam opwerpen tegen het terrorisme. Tegelijkertijd is Europa het samenwerkingsverband waar de 25 lidstaten elk hun eigen grenzen kunnen stellen. De nationale identiteit moet worden gerespecteerd, zegt de Grondwet uitdrukkelijk. Anders gezegd: de Britten kunnen links blijven rijden en het Nederlandse drugsbeleid zal gewoon kunnen blijven voortbestaan.

Maar waar houdt nationale soevereiniteit op en begint Europees beleid. ,,Wij blijven onszelf, ook met de nieuwe grondwet'', zegt het voorlichtingsmateriaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ,,Niemand kan ons Oranjegevoel afnemen. Wij houden onze vlag, ons volkslied, onze leeuw. Ook onze taal, ons koningshuis en onze feestdagen zijn van ons.''

Maar daar tegenover staat dan weer het feit dat de Europese Grondwet ertoe zal leiden dat Nederland in minder zaken dan nu de `oranje voet' tussen de deur kan zetten. Net als overigens alle andere lidstaten. Het vetorecht waardoor één land de besluitvorming in de Europese Unie kan blokkeren, wordt beperkt. Is dit dan de opmaat voor de Europese superstaat, zoals de tegenstanders beweren? Nee, zeggen op hun beurt de voorstanders, want in de Grondwet wordt ook de mogelijkheid geschapen voor nationale parlementen (als zij voldoende medestanders weten te vinden) om Brussel van Europese wetgeving af te houden. Althans dan zal Brussel de zaak opnieuw bekijken, wat voor de critici weer aanleiding is om te zeggen dat het recht van de nationale parlementen niets voorstelt.

Europa krijgt een grondwet. Nodig om de burgers meer bij het voor de wereld zo unieke project te betrekken, zo stelden de regeringsleiders vier jaar geleden in een plechtige verklaring waarmee toen het startschot voor de voorbereiding van de Grondwet werd gegeven. Want ,,de burgers vinden dat alles veel te veel boven hun hoofd bedisseld wordt en willen een betere democratische controle''.

Die burgers mogen over tien dagen over het eindprodukt stemmen: in totaal 448 artikelen verdeeld over 482 pagina's. De kiezer wordt veel wijsheid gewenst.