Nederlandse vestingen

Deze zomer wordt de eerste officiële ommuurde wijk van Nederland een feit. Uit politiek correcte overwegingen moet de poort voorlopig overdag open blijven: `gated communities' zijn taboe in Nederland. Hierdoor blijven de mogelijkheden van het fenomeen onbenut.

De oprijlaan van kasteel Leliënhuyze is een modderpoel en aan de rechterflank kijk je nog op de kale betonnen constructie, maar het centrale binnenplein en het poortgebouw geven al een goede indruk van de nostalgische sfeer die hier wordt opgeroepen. Dichtgemetselde nepramen, richels met opzettelijk misvormde bakstenen en loze boogconstructies moeten ervoor zorgen dat de 67 nieuwbouwwoningen een middeleeuwse indruk maken.

,,'s Avonds is het kasteel afgesloten door een slagboom. Deze kunt u vanuit uw woning bedienen.'' Het is slechts een onopvallend regeltje in de uitgebreide verkoopbrochure van dit kasteel ten noordwesten van 's-Hertogenbosch, maar het betekent wel dat Nederland binnenkort zijn eerste echte gated community krijgt. De eerste woningen zijn in maart opgeleverd, de slagboom wordt aan het einde van de zomer geplaatst als alle bewoners het kasteel hebben betrokken.

Terwijl in Amerika al sinds de jaren zestig ommuurde wijken worden gebouwd en inmiddels ruim een op de acht Amerikanen in zo'n wijk woont, bleek het Nederlandse taboe op privatisering van de openbare ruimte tot nu toe sterk genoeg om deze wereldwijde ontwikkeling het hoofd te bieden. Maar nu is het dan zover, want Leliënhuyze voldoet aan de twee formele criteria van een gated community: de toegangsweg en de binnenpleinen zijn collectief eigendom van de bewoners en een poort houdt ongewenste bezoekers buiten. Het is zelfs een dubbele poort: eerst is er de slagboom uit de verkoopfolder die de toegangsweg voor auto's afsluit, in het erachter gelegen poortgebouw komt een hekwerk dat ook voetgangers en fietsers de toegang verspert.

Leliënhuyze is het vierde kasteel van het complex Haverleij. Bij de andere drie zijn de binnenterreinen openbaar, ze worden dan ook door de gemeente onderhouden. Weliswaar hebben deze kastelen een eigen vlag en een statige oprijlaan die een weinig uitnodigende indruk maakt, maar poorten en slagbomen ontbreken hier. ,,Het concept van wonen op een kasteel en de bijbehorende sociale controle zorgen al voor een veilig gevoel'', zegt Kees Schipper van projectontwikkelaar Heijmans.

Vanwaar de omslag bij Leliënhuyze? Is de roep om veiligheid en privacy zo groot geworden? Volgens Schipper is de collectieve eigendom geen ideologische keuze, maar vloeit hij voort uit praktische overwegingen: ,,Het is ruimtelijk zo'n ingewikkeld wooncomplex dat privé, collectief en publiek eigendom niet goed te scheiden zijn.'' Ook het hek in de toegangspoort is er min of meer per ongeluk gekomen: ,,Anders hadden we bij alle zeven opgangen van de parkeergarage een apart hek moeten zetten.'' Maar volgens architect Sjoerd Soeters – die de term gated communities niet interessant vindt omdat een flat er volgens hem ook een is, maar dan toevallig een verticale – is het hek wel degelijk een bewuste keuze: ,,Bij een kasteel hoort een hek, dat weet iedereen die op schoolreisje is geweest naar Slot Loevestein. Aanvankelijk wilden we zelfs een heus valhek maken.'' Uiteindelijk werd het een hek dat keurig wegdraait tussen de kolommen van het poortgebouw. ,,Ik vermoed trouwens dat het hek overdag gewoon open zal staan omdat de ogen van de bewoners voor afdoende sociale controle zullen zorgen. Maar als de Vereniging van Eigenaren dat wil, dan gaat het gewoon permanent op slot.''

Dat laatste blijkt niet te kloppen: de gemeente 's-Hertogenbosch eist dat voetgangers en fietsers van zonsopgang tot zonsondergang het kasteel in moeten kunnen, alleen 's avonds en 's nachts mogen de bewoners hun terrein afsluiten voor vreemden. Schipper: ,,Bij de overdracht van de grond is dat als `kwalitatieve verplichting' gesteld, een harde eis dus. Maar ja, handhaving van die openstelling zal in de praktijk natuurlijk lastig zijn.''

Driewerf nee

De Bossche eis om de hekken van kasteel Leliënhuyze overdag open te zetten, illustreert de Nederlandse communis opinio over gated communities: segregatie is slecht, menging en openbare ruimte zijn goed. Tijdens een debat over `hekwerkwijken' dat het Utrechts debatcentrum Tumult en de Volkskrant afgelopen november organiseerden, constateerde de voorzitter al na een half uur dat debatteren niet lukte omdat iedereen het met elkaar eens was: wij willen geen Amerikaanse toestanden.

Het beeld van ommuurde wijken is inderdaad Amerikaans. Tijdens het symposium Gated Community, Angstmachine of veilige thuishaven? dat in januari in Arnhem plaatsvond – blijkbaar komen we graag bij elkaar over zaken waar iedereen tegen is – werd een Amerikaanse commercial voor zo'n wijk vertoond: een zilvergrijs echtpaar, hand in hand wandelend over het strand, terwijl een bronzen mannenstem opklinkt: ,,Een veilige haven, een exclusieve vrijplaats, verborgen voor de wereld, waar u kunt bouwen aan nieuwe herinneringen.'' Nee, driewerf nee, dat willen wij niet.

Ook projectontwikkelaars schrikken terug voor `het g-woord'. Kees Schipper van kasteel Leliënhuyze: ,,Het begrip gated community speelt niet bij onze kopers, niemand vraagt daarnaar.'' Er is wel een sterke en nog steeds groeiende behoefte aan veiligheid, maar daaraan wordt op discrete wijze tegemoet gekomen. In de public relations gaat het zo min mogelijk over concrete veiligheidsmaatregelen, maar over de combinatie `veiligheid en comfort' of over de trias `veiligheid, vrijheid en exclusiviteit'. Schipper: ,,Hekken zijn een beladen onderwerp.'' Op de artist impression ontbreken de slagboom en het hekwerk dan ook, de toegang over de slotgracht lijkt uitnodigend open te liggen. Precies zoals Nederlanders het graag zien, ons zelfbeeld is nu eenmaal doortrokken van transparantie en openheid.

Deze dubbele symboliek – formeel is het gebied toegankelijk, maar impliciet luidt de boodschap: u bent alleen welkom als u hier iets te zoeken heeft – past in een breder stedenbouwkundig streven naar isolatie. Nieuwe wijken sluiten zich steeds meer af van het stedelijk weefsel, ze hebben slechts één toegangsweg en als je er op de bonnefooi in loopt, vragen kinderen je binnen de kortste keren: `Wat komt u hier doen?'

Hekken voor openbaarheid

Manuel Aalbers, als stadssocioloog verbonden aan het Amsterdam Study Centre for the Metropolitan Environment, vindt dat de preoccupatie met Amerika het zicht op de Europese werkelijkheid vertroebelt: ,,We hebben een sterke overheid, kleine inkomensverschillen en lage criminaliteitscijfers. De behoefte aan ommuurde wijken is daarom veel kleiner, bovendien krijgen ze hier een andere vorm.'' Hij vindt dat we beter naar de Scandinavische landen kunnen kijken. ,,Gated communities ontstaan daar niet door een falende overheid, maar vanuit de coöperatieve traditie. In de Zweedse volkshuisvesting is het de gewoonte voorzieningen groepsgewijs te verzorgen.''

Daarnaast constateert hij een `verdoelgroeping' van het wonen: mensen gaan op basis van culturele en sociale kenmerken bij elkaar wonen. ,,Je kunt rouwig zijn om deze segregatie'', stelt hij, ,,maar het is wel de werkelijkheid. Rijken regelen hun veiligheid en voorzieningen vervolgens zelf wel, waarom zou je hun aanpak ook niet voor mensen zonder veel geld gebruiken?''

Toch maar even naar Amerika gekeken, waar gated communities niet alleen al zijn afgezakt naar de middenklasse en zelfs de lagere middenklasse, maar waar het concept inmiddels ook wordt toegepast in de sociale woningbouw. In de achterbuurten van West Oakland (Californië) heeft een non-profit projectontwikkelaar een verloederd social housing project nieuw leven ingeblazen. Eenderde van de woningen is gesloopt, eenderde verkocht, eenderde bleef sociale woningbouw. Er kwamen basketbalveldjes, een zwembad, een kinderdagverblijf, naschoolse opvang. En een hek, dat je alleen met een pasje kunt openmaken.

Ook Nederland heeft sinds kort zo'n ommuurde wijk voor huurders: Marconiplaza, dat pal naast de hoerenbuurt van Eindhoven ligt. Een gated community mag je het officieel niet noemen omdat het binnenplein eigendom is van een woningcorporatie en niet van de bewoners, maar de poort is niet over het hoofd te zien. Anders dan in Leliënhuyze zijn de hekken hier niet weggemoffeld, integendeel: de metershoge stalen hekken en roosters stralen een niet mis te verstane boodschap uit: no pasaran. Het begin dit jaar opgeleverde complex bestaat uit 54 woningen, vijf ateliers, bijna vierduizend vierkante meter kantooroppervlak en wijkvoorzieningen als een politiepost. De appartementen en maisonettes zijn al bewoond, de bedrijfsruimtes staan nog leeg.

Het hart van Marconiplaza is een verhoogd plein, waar met kunstgras een trapveld is gecreëerd. Door grote uitsparingen stroomt rood tl-licht vanuit de ondergelegen parkeergarage op het binnenplein. De rode tl-balken verlichten ook het naastgelegen Baekelandplein, waar sinds februari de raamprostitutie van de Edisonbuurt, een verpauperde arbeidersbuurt in Woensel-West, is geconcentreerd. ,,Ik heb dit complex indertijd volkomen intuïtief ontworpen'', zegt architect Paul Diederen. ,,Pas achteraf heb ik me gerealiseerd dat ik een gated community heb gebouwd.''

Groot verschil met klassieke Amerikaanse gated communities, maar ook met Leliënhuyze, is dat er geen monocultuur heerst: wonen en werken zijn hier gemengd en bezoekers van de wijkvoorzieningen en bedrijven maken overdag gebruik van het binnenplein. In een deel van de parkeergarage start deze zomer Bazaar Woensel-West, een overdekte markthal die mikt op de overwegend allochtone bewoners van de omliggende wijk. Diederen: ,,Confrontatie tussen verschillende groepen is wezenlijk voor een stad, en daar hoort een beetje angst bij. Als architect moet je mensen een veilige plek geven en ze tegelijkertijd over hun eigen grenzen laten heenkijken.''

Om die reden is Marconiplaza niet naar binnen gericht, zoals traditionele ommuurde wijken, maar naar buiten. Vanaf de uitspringende balkons en vanaf het binnenplein zie je de prostituees en hun keurende klanten, omgekeerd zijn ook de bewoners zichtbaar vanaf het hoerenplein. Paul Diederen had daarin nog wel een stap verder willen gaan, maar vond de pooiers – ,,Een uiterst behoudend gezelschap'' – tegenover zich. Toch leveren de 24 hoerenkasten met de schuin erboven zwevende balkonnetjes ook nu al een intrigerend beeld op, de overwegend zwarte prostituees baden in het rode licht dat uit de parkeergarage stroomt. Alex van Warmerdam had het voor een film nauwelijks beter kunnen ensceneren.

Marconiplaza laat zien dat een gated community niet per se een antistedelijk karakter hoeft te hebben. Het illustreert de prikkelende aanbeveling die planologen Hajer en Reijndorp in hun boek Op zoek naar een nieuw publiek domein deden: ,,Hekken voor openbaarheid.'' Volgens hen hoeft een ruimte niet in strikte zin openbaar te zijn om als publieke ruimte te kunnen functioneren, soms kan een hek zelfs helpen om het publieke karakter te versterken. Voor het Eindhovense binnenplein, waar bewoners, werknemers en bezoekers elkaar overdag treffen, geldt dat natuurlijk veel sterker dan voor de binnenplaats van kasteel Leliënhuyze, waar alleen gewoond wordt.

Blinddoek

Veiligheid is ook in de architectuur en stedenbouw een centraal thema geworden. De private sfeer breidt zich uit en dat betekent volgens architectuurcriticus Harm Tilman niet dat hier gated communities ontstaan, ,,maar eerder hoe dit verschijnsel in Nederland zijn beslag gaat krijgen.'' In het recente themanummer over veiligheid van het tijdschrift Open constateert hij: ,,In binnensteden komen grote `dikke' gebouwen tot stand die geheel afsluitbaar zijn en de bewoners een gevoel van geborgenheid en veiligheid bieden.''

Deze gebouwen krijgen steeds meer voorzieningen binnen hun muren, het worden steden in de stad. In het Rotterdamse appartementencomplex de Hoge Heren beschikken de bewoners bijvoorbeeld over gastenverblijven, een fitnessruimte met tweemaal per week een privé-instructeur, een zwembad met uitzicht op de Erasmusbrug en een collectieve ruimte met poolbiljart en, tot voor kort, een breedbeeld tv-scherm.

,,Vorige maand is het scherm gestolen'', vertelt Corné Moerland, accountmanager van Vesteda, het bedrijf dat driekwart van de appartementen verhuurt. ,,Insluiping blijkt niet te voorkomen, we willen het aantal bewakingscamera's in het gebouw uitbreiden tot 46.'' Persoonlijk vindt Moerland dat een onaangenaam idee en hij was dan ook bang voor weerstand bij de bewoners, maar veiligheidsmaatregelen worden tegenwoordig met liefde omarmd. De bewakingscamera is onze steun en toeverlaat geworden, zoals kunstenares Jill Magid laat zien in de video Trust. Geblinddoekt loopt zij door het centrum van Liverpool, via haar koptelefoon krijgt ze aanwijzingen van een man die haar bewegingen volgt via de ruim tweehonderd politiemonitoren van de stad. Aanvankelijk zijn haar bewegingen wat onzeker, maar al snel volgt ze glimlachend haar weg.

Van buiten vormen de Hoge Heren een streng duo: twee matzwarte torens die zich verheffen op een gezamenlijke voet van vier verdiepingen met helgroen verlichte parkeerdekken. Binnen hangt de minimalistische chic van luchthavens: ingetogen moderne kunst, grijze marmeren vloeren, lage glazen tafels. De sauna en het stoombad blijven volautomatisch op temperatuur, of er nu iemand gebruik van maakt of niet. Hier bekruipt je de indruk dat de moderne wereld zonder mensen eigenlijk veel beter zou functioneren.

Op dinsdagavond is de fitness-ruimte in ieder geval wel gevuld, instructeur Varujean Petrosjan hoeft hier veel minder te doen dan op de sportschool in Schiedam waar hij overdag les geeft: ,,Mensen hier hebben hun eigen wereld, ze weten wat ze willen. Eigenlijk hebben ze maar één vraag: wat kun jij ze bieden? Het gaat hier allemaal heel compact, niet zoals in Schiedam gewoon een beetje gezellig napraten.''

Met huurprijzen tot 2.855 euro voor een serviced apartment herbergen de Hoge Heren nu de top van de Rotterdamse huurmarkt. Eind dit jaar wordt een nieuw hoogtepunt bereikt, ook letterlijk, want met ruim 150 meter wordt Montevideo op de Kop van Zuid de hoogste woontoren van Nederland. Vesteda heeft hier ruim een derde van de 196 appartementen gekocht. Het voorzieningenniveau wordt hier nog hoger, een conciërge zal de ingang bewaken.

,,Veiligheid is een sine qua non'', zegt directievoorzitter Huub Smeets. ,,Daar gaan onze huurders blind van uit. In een vijfsterrenhotel vraag je ook niet of de kamers warm water hebben. Daarom moeten we een stap verder zetten.'' Uit de monitoring van hun huurders blijkt dat klanttevredenheid slechts voor dertig procent afhangt van de woning, het effect van de locatie en de directe omgeving is veel groter. ,,Wij zijn niet alleen verhuurder, maar ook belegger en hebben dus een langdurige betrokkenheid bij onze woningen. Uit welbegrepen eigenbelang investeren we daarom in de openbare ruimte. In de toren die we naast Montevideo neerzetten realiseren we een theater, zodat Lantaren/Venster naar de Kop van Zuid kan verhuizen. Op het Ceramiqueterrein in Maastricht, waar we een kleine zevenhonderd woningen hebben, investeren we in een dependance van het Nederlands Architectuurinstituut. Je moet zorgen dat de loop erin komt, dat zorgt voor sociale controle en daarmee waardestijging op lange termijn.''

Deze aanpak is overigens alleen mogelijk als er voldoende kritische massa is. Bij een stand alone als de Hoge Heren werkt het niet, daar fluit de wind 's avonds om de blinde gevels.

Te koop

Dé gated community bestaat niet, de mate van toegankelijkheid en van onafhankelijkheid van de omgeving vertoont veel gradaties. In het oktobernummer van Blauwe Kamer, tijdschrift voor landschapsontwikkeling en stedenbouw zette Harry den Hartog deze variabelen op twee assen. Geheel toegankelijk én geheel afhankelijk is volgens hem de volksbuurt, aan het andere uiteinde kwam Biosphere 2 te staan, het glazen ecosysteem dat volledig autarkisch moest gaan functioneren. Eerst faalde het als wetenschappelijk experiment omdat het systeem op eigen kracht onvoldoende zuurstof produceerde om de bewoners in leven te houden. Begin dit jaar flopte het ook commercieel: de 85 duizend jaarlijkse bezoekers waren niet voldoende om de kosten te dekken. Op 10 januari ging 's werelds extreemste gated community in de verkoop.

Langzamerhand wordt duidelijk dat het eigenlijk niet gaat om de vraag of er een hek om een wijk mag en of dat hek vervolgens de hele dag op slot mag: belangrijker is de wijze waarop een gated community zich verhoudt tot zijn omgeving. Een ommuurde wijk die een relatie met de buitenwereld legt is minder autistisch dan een wijk die officieel toegankelijk is, maar waar het ontbreken van stoepen, pleinen en andere openbare ruimte elke ontmoeting bij voorbaat onmogelijk maakt.

Gated communities halen niet alleen collectieve functies als een stedelijk plein of een zwembad binnen hun muren, in sommige gevallen slagen ze er ook in hun omgeving te stimuleren door het draagvlak voor openbare functies te vergroten of door die zelfs actief aan te trekken, zoals de Eindhovense bazaar en het Rotterdamse filmtheater.

De heldere grenzen die hekken en poorten suggereren blijken in de praktijk minder scherp dan verwacht: het private wordt collectiever, het openbare raakt geprivatiseerd. De Nederlandse afkeer van gated communities zou wel eens zo groot kunnen zijn dat hun maatschappelijke potentie, die ze ook hebben, onbenut blijft.