Nasa repareert Hubble nu weer wel

De Hubble-telescoop, het paradepaardeje van de Nasa dat op 25 april zijn vijftiende verjaardag in de ruimte vierde, heeft toch weer uitzicht op levensverlenging. In een hoorzitting van een Senaatscommissie liet Michael Griffin, sinds april de nieuwe baas van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie, weten dat de Nasa zijn prioriteiten wil wijzigen. Opvallendste punten: er moet eerder een opvolger van de Space Shuttle komen en de servicevlucht naar de Hubble gaat toch door.

Januari 2004, twee dagen nadat Bush zijn visioen van bemande ruimtereizen naar Mars had ontvouwd, kwam de toenmalige Nasa-baas Sean O'Keefe met een treurige boodschap: de geplande Space Shuttlevlucht naar de Hubble, dringend nodig om reparaties aan de ruimtelescoop uit te voeren en batterijen te vervangen, was geschrapt. Dat had alles te maken met de ramp van de Columbia, op 1 februari 2003. Nieuwe veiligheidseisen aan de Shuttle zouden een servicevlucht naar de Hubble te duur maken.

Er stak een storm van protest op. De Hubble, leverancier van oogstrelende plaatjes en prachtig onderzoek, liet je niet zomaar aan zijn lot over! O'Keefe haalde bakzeil en kwam met een onbemande robotmissie op de proppen die de Hubble in 2007 zou aandoen. Maar januari dit jaar werd die weer afgelast omdat er geen geld voor zou zijn. Toen O'Keefe kort daarop opstapte besloot opvolger Griffin de Hubble alsnog te redden door wijzigingen in het Nasa-programma door te voeren. Zo moet het door Bush gepropageerde laboratorium op Mars twee jaar langer wachten en ook de Prometheus-raketten met kernaandrijving hebben minder haast. Het vrijgekomen geld gaat onder andere naar een bemande reparatiemissie voor de Hubble. In ruil voor deze geste wordt er geknepen op twee projecten om naar exoplaneten te zoeken.