Mysterieuze charme van Triëst

De Italiaanse havenstad Triëst heet een sombere stad te zijn. Maar Renate van der Zee wordt er getroffen door de rust

De meeste Italianen schijnen niet te weten dat Triëst in Italië ligt. En volgens reisboekenauteur Jan Morris heeft deze stad ook nog eens de hebbelijkheid altijd op een vouw in de landkaart liggen. Triëst is dan ook een vergeten stad, weggestopt in een rare hoek, een smal kuststrookje dat als een benige vinger in Slovenië prikt.

Eeuwenlang was Triëst de vermaarde, welvarende haven van de Habsburgse dubbelmonarchie en de erfenis daarvan is een zweem van Wenen in de straten. De glorie van het Habsburgse rijk is allang vergaan en Triëst heeft zijn belang als internationale havenstad verloren. De kosmopolitische glans is afgesleten.

En toch hangt in Triëst een intrigerende sfeer. Het is een trieste stad, zeggen veel reizigers. Paul Theroux vond hem plechtig en luguber; Jan Morris schreef zelfs een loodzwaar boek over de melancholie waarvan Triëst doortrokken zou zijn. Maar wie op een lenteavond door de stad slentert, wordt niet zozeer getroffen door de somberheid als wel door de rust die de stad uitstraalt. De Triëstini zijn bedaarder dan de doorsnee Italiaan. Triëst is een stad van oude mensen, die graag in Weens aandoende koffiehuizen zitten, waar ze hun koffie aan een tafeltje nuttigen, en niet, volgens Italiaans gebruik, gehaast aan de bar. Want koffiedrinken nemen ze heel serieus in Triëst: de beroemde koffiefabrikant Illy heeft er zijn fabriek staan.

Sommige van de koffiehuizen hebben beroemde klanten gehad, zoals het prachtige caffé San Marco of het Stella Polare, waar James Joyce graag kwam. De Ierse schrijver woonde twaalf jaar in Triëst en schreef er onder meer `Portrait of the Artist as a Young Man', `Dubliners' en bedacht er een deel van `Ulysses'. Hij reisde met zijn vriendin Nora Barnacle naar de Italiaanse stad en raakte meteen bij aankomst in de problemen. Zoekend naar een onderkomen voor de nacht liep Joyce een stelletje dronken matrozen tegen het lijf en werd hij gearresteerd. De Britse consul haalde hem persoonlijk uit de gevangenis.

Die gebeurtenis zette zo'n beetje de toon voor Joyce's tijd in Triëst. Hij zwierf door de stad, die toen vol futuristen, irredentisten en socialisten zat, en verbraste zijn geld in de talloze café's, kroegen en bordelen. Joyce-liefhebbers op zoek naar het `huis waar de schrijver woonde', zien zich geconfronteerd met een lange lijst adressen: des schrijvers levenswandel stond hem niet toe huur te betalen.

Pasticceria

Joyce genoot overigens niet alleen van de drank maar ook van het eten in Triëst. Een van de plekken waar hij regelmatig kwam, was de pasticceria Pirona. Die bestaat nog steeds. Ze verkopen er plaatselijke zoetigheden maar ook sachertorte en presnitz, een lekkernij van bladerdeeg gevuld met noten en zuidvruchten. Joyce was er gek op.

Joyce was niet de enige beroemde schrijver die een band had met Triëst. Italo Svevo werd er geboren, de jonge Thomas Mann schreef in het Hotel de la Ville aan `Buddenbrooks' en de negentiende-eeuwse diplomaat sir Richard Burton werkte er aan een ongekuiste vertaling van Duizend-en-één-Nacht. Een jeugdige Sigmund Freud bestudeerde in Triëst de voortplantingsorganen van palingen, maar kon de mannetjes niet van de vrouwtjes onderscheiden.

Rainer Maria Rilke schreef de `Duineser Elegien' toen hij de gast was van Maria von Turn und Taxis Hohelohe op Castello Duino. De dichter zou de eerste strofen hebben gehoord in de wind toen hij een wandeling maakte over een rotspad langs de zee: thans Sentiero Rilke, goed voor een schitterende kustwandeling. Over Castello Duino fluisteren de Triëstini overigens dat het er spookt. Een geheimzinnige witte vrouwenfiguur zou zich door de zalen bewegen; de geest van een jonkvrouw die ooit van de rotsen is afgeduwd door haar gemaal. Ook op het kasteel Miramare schijnt het niet helemaal pluis te zijn. Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk, de jongere broer van keizer Franz Josef, bouwde Miramare in de negentiende eeuw. De Triëstini geloven dat wie een nacht doorbrengt op Miramare onheil over zichzelf afroept. Zo belandde Maximiliaan voor een Mexicaans vuurpeloton, verloor zijn vrouw Charlotte haar verstand en werd keizerin Sisi doodgestoken.

Tegenwoordig is Castello Miramare overdag open en kun je wandelen in de mooie tuinen die zijn ontworpen door Maximiliaan zelf. De vergane glorie en de kalme on-Italiaansheid van Triëst bezitten een geheimzinnige charme. En het is heerlijk om 's avonds over de Piazza Unitá te dwalen en te voelen hoe er over het water een koele, bijna vochtige luchtstroom komt aandrijven die zich langzaam over de stad legt als een kalmerende hand op een oud, vermoeid voorhoofd.