Met vrouw in Marrakech

Atte Jongstra leert afdingen in Marrakech

Wie een voet zet in het centrum van Marrakech, wordt onmiddellijk beroofd van zijn persoonlijkheid. Al op het enorme, beroemde plein Jemaa-el-Fna wordt de argeloze toerist besprongen door gidsen die je slechts als drager zien – van een portemonnee welteverstaan.

Ik geef toe: mijn weerbaarheid was gehavend. Ik had te hard gewerkt in de weken voor vertrek, en was in de buurt van ons in een buitenwijk gelegen hotel dusdanig gedesoriënteerd geraakt dat ik met mijn neusbrug een reclamebord raakte. De kracht was uit mijn zelfstandigheid gevloeid, ik bloedde en was een gemakkelijke prooi.

Natuurlijk probeerden we de logge man in een soepjurk af te wimpelen, die zich aanbood als soek-gids. Hij liet zich niet afschudden, we hadden leidsman Abdullah maar te volgen.

,,Een gids voor vijf euro, een koopje toch?'' zei ik.

Mijn vrouw schudde het hoofd: ,,Wel eens van afdingen gehoord?''

Abdullah wist de weg in het labyrinth van Marrakech. Er was de leermarkt, de kruidenmarkt, de potten- en pannenmarkt, de buurt van de koperslagers en de touwwinders, alle geledingen van vraag en aanbod werden door ons doorsneden, als een streep, op weg naar broers, neven, achterneven en verdere verwanten van Abdullah.Ik moet zeggen: hij had gevoel voor onze behoeften. Binnen een kwartier stond ik als Berber vermomd in een winkeltje van twee bij twee: op geelleren puntslippers, in djallabah, en om het hoofd een bedoeïenenlap gewonden.

,,Precies wat je wou, toch?'' zei mijn vrouw.

Ik trok de portemonnee en betaalde wat de djallabah/slipperman vroeg. ,,Afdingen!'' zei mijn vrouw. ,,Je gedraagt je als een lam in 't slachthuis.''

Onze man Abdullah wenkte weer. In straf tempo werden we naar een antiekkelder gevoerd. De muntthee stond al mierzoet in de kopjes te dampen, we moesten ons welkom voelen. Ik werd tussen de halfedelstenen en woestijnrozen gezet, mijn vrouw verdween in de sieradenafdeling, waar ze haar zinnen zette op een ketting met zilveren ballen en kralen van blauwe steen. Ik moet zeggen: ze speelde het goed, bood een fractie van het gevraagde, en liet zich door een zee aan gespeeld verdriet niet vermurwen.

,,Let op, kun je wat van leren,'' zei ze.

Men probeerde het met meer thee. Mijn vrouw deed er een fractie op, de winkelhouder zakte tot de helft. ,,Dank u,'' zei mijn vrouw. ,,Maar nee, dank u.'' De man kon niet dieper gaan, wij de winkel uit. Teruggehaald, uiterste prijs vernomen. Ze bleef bij haar bod, ik kreeg medelijden.

,,Uw echtgenote onderhandelt als een Berbervrouw,' zuchtte de winkelhouder. Thee. Verdriet. Zuchten. Allerlaatste prijs – een kwart van 't eerst gevraagde. Ketting aangeschaft.

,,Ik wilde hem per se hebben,'' zei mijn vrouw tevreden. Zo drie dagen Marrakech gedaan, steeds met andere gidsen. Dan komt de soek je de neus uit, de godvergeten luchtvervuiling van de stad, de zee van volk. We namen voor een dag een taxi naar de half vervallen Tin Mal-moskee in de bergen. Op de foto gezet. Mooi. Vervolgens afgedaald naar de Ourika-vallei, idyllisch dal met Atlaswater. Schitterend. Huis van Mick Jagger gepasseerd, tapijtenwinkel betreden, daar viel niet aan te ontkomen – een neef van de chauffeur.

,,U hebt geluk,'' zei de sympathieke tapijtenman. ,,U bent hier aan de bron voor Berberse tapijten.'' Hij wees op zijn uithangbord: La source de tapis. Terwijl er verse thee werd gezet, rolde men de kleden uit, wel vijftig. Ik kon geen tapijt meer zien, behalve eentje. Er was door een arme vrouw in de bergen een heel jaar aan geknoopt, vernamen wij. La source des tapis bleek een coöperatie die zonder tussenpersonen tegen afbraakprijzen kon leveren. ,,Nou,'' zei ik. ,,dan hoeven we ditmaal dus niet te onderhandelen. Ze zitten duidelijk op de bodem. En het sociale wil ook wat.''

Was ik helemaal gek geworden? Waarop ze toch eenderde korting wist te bedingen, ma Berbère. Chapeau, ik houd van haar. Geld is geld, ik ben niet rijk als Jagger. Met bont tapijt naar Marrakech teruggereden, zeer voldaan.

En ja, dan betreedt men de stad toch anders na een dag vol frisse lucht. Weer de hele mens geworden, méér dan geld alleen. De kracht teruggekregen om gidsen af te slaan, zodoende op eigen benen de parels betreden van Marrakech, sinds 1062 de hoofdstad van Marokko's Zuiden. Zoals de Koutoubia-moskee en het fraaie paleis Bahia. Cultuur gedaan, goed gegeten, goed gedronken, het weer in orde, wat wil de mens nog meer? We gingen voor vakantie, misschien te veel een handelsreis geworden. Maar het source-tapijt ligt in ons woonvertrek te pronken, ik schreef dit stuk gekleed in mijn lang gewenste djallabah, en zo hebben we toch weer de allerbeste herinneringen aan Marrakech.