Kritiek Joodse Raad op Mahnmal kan eervoller

De voorzitter van de Duitse Joodse Raad Paul Spiegel heeft twee kritiekpunten op het nieuwe Mahnmal in Berlijn: het noemt de schuldigen van de holocaust niet, én het stelt niet de vraag naar het waarom (NRC Handelsblad, 11 mei).

Allereerst stelt een monument nooit de vraag naar het waarom, ook de monumenten in het alom bejubelde Joods Museum van Libeskind niet. Hier staan 49 zuilen in de tuin en er is een ruimte die zijn monumentale betekenis ontleent aan de beklemmende hermetische architectuur. Elders in het Joods Museum worden de schuldigen genoemd, net zoals elders onder het Mahnmal in het bijbehorende informatiecentrum.

De meeste monumenten worden bezocht door mensen die willen gedenken, die al weten. Het bijzondere van het Mahnmal is nu juist dat ook de mensen die niet uit zijn op gedenken, onvermijdelijk geconfronteerd worden met dit enorme monument. Op de duurste plek van de stad is ruimte gemaakt voor een uitzonderlijk groot en opvallend raar `ding' dat de aandacht naar zich toetrekt. Je loopt erheen met de vraag wat het is en ziet de bordjes `Denkmal für die ermordeten Juden Europas'.

Kritiek op deze naam had Paul Spiegel gesierd, want wat een omissie! Voor de zoveelste keer worden de vermoorde communisten, de homoseksuelen, de zigeuners, de gehandicapten niet genoemd en herinnerd.