Hoi Kanjer

Krijgt u een e-mail of een brief van iemand die u niet kent, er zit geen kogel in, u wordt niet uitgescholden of bedreigd, het is een gewone zakelijke brief, dan staat er negen van de tien keer onder: Met vriendelijke groeten. Toen het jaren geleden in gebruik kwam, heb ik me afgevraagd wat ik me erbij voor moest stellen. Een vriendelijke groet wisselen met iemand op straat is een wederzijds blijk van gereserveerde waardering. Je knikt erbij, je glimlacht een beetje, dat doet de ander ook en het is weer bevestigd: degenen die elkaar hier tegenkwamen, zijn geen vijanden. Dat is in deze tijd meer dan een plichtpleging. Maar op papier?

Heel vroeger had je de titulatuur. In je zakagenda stonden de formules van de aanhef en de laatste regel. We hadden wel een democratie, maar de ene mens was de andere niet. Als je een brief moest schrijven aan een baron die burgemeester van een dorp was, gebruikte je andere bewoordingen dan voor een doctorandus, tevens hoofdambtenaar. Weledele, weledelgestrenge, zeergeleerde, hooggeleerde om te beginnen en tot slot op z'n minst hoogachtend. Daarna kwamen de gevoelens van hoogachting, meeste hoogachting en nog het een en ander. Je zou denken dat het wel in de computerprogramma's staat, maar daar vind je vooral wetenswaardigheden over makeerstiftmarkeringen, schuifbalken en dergelijke dingen. Voor de oude titulatuur moet je in de Grote Van Dale kijken.

Dan had je de informele brief. Die begon met beste en de voornaam; en tot slot de hartelijke groeten. Waarde gebruikte je als je afstand wilde of moest bewaren. Maar er kon ook een ironische bedoeling achter zitten of zo iemand wilde deftig uit de hoek komen. Personages uit de avonturen van Dik Trom hebben een voorkeur voor waarde, veronderstel ik. Meneer Denappel, als hij veldwachter Flipse schreef: Waarde Flipse. In de buurt van waarde komt allerbeste. En tot slot deden ze de beste groeten.

Toen is de tijd van de fundamentele democratisering aangebroken. Titulatuur met alle verbaal bevestigde standsverschillen en franje werd tot flauwekul verklaard, eerst door de jongeren van toen die nu de ouderen zijn, en zij hebben het weer de jongeren van nu geleerd, zodat je, als je een departement, de belastingen, een ziekenhuis of de Conexxion belt, je altijd Moniek of Alex aan de telefoon krijgt. Wat moet je dan zeggen? Mevrouw Moniek, u spreekt met Samuel. En nadat je bent doorverbonden met Astrid die het ook niet weet, zeggen dat je het zelf wel zult uitzoeken en de vriendelijke groeten doen? Of plechtig verklaren dat Samuel nu op het punt staat heel boos te worden, en te riskeren dat de vriend van Moniek straks voor je deur staat om je manieren te leren?

Titulatuur mag ondemocratisch zijn maar er was één groot voordeel aan verbonden. Je kon er afstand mee bewaren, wederzijds. Niet alle mensen zijn onmiddellijk elkaars vriend of vijand. Als je er rekening mee moet houden dat alle Nederlanders virtueel al op je lip zitten, valt er binnenkort niet meer op straat te lopen. Misschien beseffen wij dat niet maar Nederland hoort tot de amicaalste, joviaalste landen ter wereld. Als ik mijn geleende mobieltje aanzet en de code heb gedrukt, verschijnt in het schermpje de mededeling HOI KANJER! Dat bedoel ik.

Sinds wanneer hebben we e-mail? Geen idee, maar het is wel zeker dat daarmee een nieuw systeem van zeden en gewoonten in de communicatie is gevestigd; of bevestigd. Beste, gebruikt tussen vrienden of goede bekenden, lijkt me vrijwel verdwenen. In plaats daarvan komen Ha, Hoi en Dag. Geachte in de aanhef van een mail aan een onbekende is op de terugtocht. Je leest: Beste, met je voornaam en je achternaam. En ten slotte krijg je vrijwel altijd de vriendelijke groeten. De beschaving schrijdt voort. Blijft het daarbij, dan heb ik er niets tegen.

In deze krant van 7 mei staat een bericht, Privacy-site gesloten wegens `fout publiek', waarin gemeld wordt dat de internetjournalist Wessel Zweers zijn website, genaamd Internetprivacy.nl van het net heeft gehaald omdat zeventig procent van zijn bezoek zijn informatie voor illegale of volgens hem onethische doelen wilde gebruiken. Veel bezoekers waren op zoek naar het e-mailadres of telefoonnummer van bekende Nederlanders, vooral `slecht presterende voetbaltrainers'. Zweers vindt het wel jammer, want hij heeft met zijn site veel geld verdiend, maar, zei hij, `mijn geweten vind ik uiteindelijk belangrijker dan mijn girorekening.'

Bewonderenswaardig, vind ik. En iedereen die wel eens het doelwit is geweest van een elektronisch bezorgde rauwe scheldpartij, zal het daarmee eens zijn. Internet is niet alleen de vervulling van de openheid en democratie waarvoor we het een jaar of tien geleden aanzagen. Het is ook de voortgezette openbaring van ons joviale volkskarakter; de andere kant van de vriendelijke groeten.

Iets heel anders. Ik had het over een mobieltje waarmee je niet alleen kunt telefoneren en fotograferen maar dat ook een geheugen voor drieduizend liedjes heeft. Dat vergeleek ik met het Zwitserse zakmes, ook zo'n wonder van almacht. Een lezer mailt me dat sinds vorig jaar zo'n zakmes met liedjes te koop is. Behalve het mes, de nagelvijl en de schaar zit er ook een USB-stick in, met 1 gigabyte geheugen. Genoeg voor driehonderd liedjes. Steeds beter overleven in de wildernis.