Hoeder van de Grondwet

Art.I-29 (1) Het Hof van Justitie van de Europese Unie verzekert de eerbiediging van het recht bij de uitlegging en toepassing van de Europese Grondwet.

Van Gend & Loos, Costa/ENEL, Cassis de Dijon, Barber en Bosman – het zijn maar enkele voorbeelden van de vele zaken waarin het Europese Hof van Justitie in Luxemburg zijn stempel heeft gedrukt op de Europese integratie.

De zaken Van Gend & Loos (1963) en Costa/ENEL (1964) waren baanbrekend voor de eigen `Europese' rechtsorde. Daarin bepaalde het Hof dat het EU-recht rechtstreekse werking in de lidstaten heeft en dat het EU-recht voorrang heeft boven het nationale recht van de lidstaten. Het betekende dat EU-burgers zich voortaan voor hun nationale rechters konden beroepen op Europese verdragen, verordeningen en wetten.

Cassis de Dijon (1979, over vrij verkeer van goederen), Barber (1990, gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de sociale zekerheid) en Bosman (1995, vrij verkeer van werknemers) zijn voorbeelden van zaken waarmee het Hof een cruciale wending gaf aan de richting waarin de Europese rechtsorde zich verder ontwikkelde.

In de Grondwet krijgt de Unie op enkele terreinen nieuwe bevoegdheden, zoals bij asiel en immigratie, en bij strafrechtelijke samenwerking. Daardoor zal het Hof het (nog) drukker krijgen. Daarom zal het Hof worden uitgebreid met enkele gespecialiseerde `lagere' rechtbanken. Het Hof van Justitie zelf, met één rechter uit elke lidstaat, zal zich meer en meer ontwikkelen tot een soort constitutioneel hof van de EU.