Hebzucht

Laatst kreeg ik een urgente e-mail van Alhaja Suha Arafat, de vrouw van wijlen Yasser Arafat. Zij schreef mij hoe ze sinds de dood van Arafat vernederd is door de leiding van de Palestinian Liberation Organization (PLO). Ze was zelfs blootgesteld aan fysieke en psychologische marteling. Gelukkig had ze mijn e-mailadres gevonden in de persoonlijke agenda van haar overleden echtgenoot. Daaruit leidde ze af dat ik een zakenpartner was van Arafat. In radeloosheid benaderde de treurende weduwe mij nu, omdat ze alle vertrouwen in de Palestijnen had verloren.

`U hebt vast gehoord', schreef zij, `over een geheime bankrekening van Arafat, waarop hij grote sommen geld heeft gestort op naam van zijn vrouw'. Uiteraard ging ze dat geld niet aan het corrupte Palestijnse bewind geven. `Ze zijn erop uit om mij voor het leven arm te maken. Zoals u weet, heeft de moslimgemeenschap geen respect voor vrouwen; vandaar mijn beroep op hulp uit het buitenland'. Mevrouw Arafat had 90,3 miljoen dollar op een buitenlandse bankrekening gestort en zij verzocht mij dit bedrag op mijn eigen rekening over te schrijven en te beleggen.

Mevrouw Arafat is niet de enige prominente weduwe, die in het afgelopen jaar een beroep op mij heeft gedaan. Allen beschikten zij over ruime fondsen, die door hun echtgenoot achterover waren gedrukt, en allemaal beloofden zij een percentage van het grote geld aan hun vertrouwensman, sukkel P. Borst, als hij over de brug kwam met zijn bankrekening. Zo deed ook de vrouw van Joseph Estrada, de voormalige president van de Filippijnen, een beroep op mij. Haar man was weliswaar nog niet dood, maar onder huisarrest en beschuldigd van corruptie, verduistering en het plunderen van de Filippijnse kas. In dit geval ging het om 30 miljoen en de vertrouwelijkheid werd sterk beklemtoond, omdat de zoon van het echtpaar Estrada inmiddels al in het gevang zit.

Toen deze e-mails begonnen, een paar jaar geleden, kwamen zij van Afrikaanse politieke leiders. De afzenders gingen er van uit dat ik denk dat al die leiders gauwdieven zijn, die geld in veiligheid moesten brengen, en dat ik als onscrupuleuze buitenlander daarbij wel zou willen helpen. De zoon van wijlen generaal Saniabacha, gewezen staatshoofd van Nigeria, beschrijft koeltjes hoe de huidige Nigeriaanse regering poogt het bij elkaar gestolen geld van zijn vader terug te krijgen. Zelfs bevriezing van de tegoeden bij Zwitserse banken dreigt! De grootste Afrikaanse schurken inspireren de meest inventieve e-mails. Het afzetten van Charles Taylor als president van Liberia en zijn vlucht naar Nigeria resulteert in een stroom van post: vrouw Juwel Taylor heeft twee kilogram diamanten en veertien goudstaven in de aanbieding; de jongere broer van Charles Taylor heeft 45,7 miljoen dollar onder te brengen; de persoonlijke assistent heeft al 7,5 miljoen dollar in Nederland die alleen nog maar naar een betrouwbare bankrekening moet worden doorgeschoven. De mooiste e-mail kwam van de voormalige secretaresse van Charles Taylor. Die had een pakketje opengemaakt om te zien of er geen bom inzat, maar zij vond 10,5 miljoen pond, die ze nu met mij wilde delen.

In de afgelopen jaren heeft er zoveel in de krant gestaan over Nigeriaanse benden die pogen langs slinkse wegen persoonlijke gegevens los te krijgen, dat een oplichter van niveau niet meer aan kan komen met afgezette Afrikaanse leiders en een Nigeriaans adres. Waarschijnlijk hebben ze in Nigeria ook een innovatie platform, want de laatste tijd krijg ik geraffineerdere e-mails. De meest professionele komen van `medewerkers' van Michael Khodorkovski, de baas van de Russische Yukos oliemaatschappij. Hij zit nu in het gevang en poogt uiteraard via mij grote sommen geld in veiligheid te brengen. Het aardige van die e-mails is dat alle details kloppen en dat er websites worden verstrekt waarin de argeloze lezer de hele geschiedenis van de Yukos oliemaatschappij kan nazien.

In de loop der jaren zijn er nog tal van andere varianten ontwikkeld. De meest gebruikte volgt op ieder vliegtuig dat neerstort: er blijken altijd inzittenden te zijn zonder erfgenamen; dat resulteert in bankrekeningen die niet worden opgevraagd en die alleen geplunderd kunnen worden met behulp van een betrouwbare buitenstaander. Een andere variant haakt aan bij politiek nieuws: de boer in Zimbabwe wiens boerderij is onteigend, maar die gelukkig nog een appeltje voor de dorst heeft; het christelijke stamhoofd in Dafour, omgebracht door de Janjabeed militia; een nabestaande van een Iraakse generaal, omgekomen bij de bezetting van Irak, etcetera.

En dan zijn er de loterijen. Toen ik de eerste daarvan kreeg vond ik het wel een mooie vondst: de e-mail bevat felicitaties voor het winnen van 1 miljoen Euro in een e-mail loterij, door een onduidelijke organisatie opgezet voor reclamedoeleinden. Om het geloofwaardiger te maken is recent daarbij ook de naam van het bedrijf Microsoft toegevoegd. Wie even contact opneemt met de vertrouwenwekkende `Director External Affairs', Dr Clifford F. Lopez, kan zijn miljoen tegemoet zien. Aan deze loterijen is niets Nigeriaans meer. Alles ziet er vertrouwenwekkend uit met keurige adressen in Spanje of Engeland en zelfs één van HMY van Hornbeck, Laan van Hornwijck 55 in Rijswijk, ongetwijfeld een niet bestaand adres. Ook hier gaat het er kennelijk om dat de onnozele prijswinnaar enige gegevens beschikbaar stelt, waarmee de bende aan de slag kan om hun berovingen uit te voeren. Die loterijen zijn de laatste tijd een tikje uit de hand gelopen, ik krijg er soms wel vijf per dag, soms dezelfde tot vier keer. Dat komt ervan als je in een aantal verschillende adresboeken staat.

De nieuwste variant is een directe poging om bankgegevens te krijgen. De simpelste circulaire meldt dat de bank een software-update doorvoert en daarvoor van iedere cliënt opnieuw de toegangsgegevens moet hebben. Meer geraffineerde circulaires melden pogingen tot diefstal van identiteit, waarvoor het nodig is om direct alle bankdetails, inclusief de creditcard gegevens op te sturen. Een mooie versie lamenteert over de feilen in de Microsoft sofware, waardoor virussen binnen kunnen komen. De bank heeft nu nieuwe beveiliging aangebracht en de klant moet alleen even inloggen om die beveiliging te installeren. `Anders', word er dreigend bij geschreven, `zal de bank gedwongen zijn om de rekening voor altijd op te heffen'. De namen van de banken zien er authentiek uit: Sun Trust, Smith-Barney City Group, Regent Bank, Washington Mutual, Bank of Oklahoma. Ik neem aan dat dit in Amerika vertrouwenwekkend oogt, maar het is natuurlijk wat onhandig om daar bij Europeanen mee aan te komen.

De e-mails die mij het best bevallen zijn de godvruchtige, bijvoorbeeld die van broeder Roman Gabriel, die in mij een ware Christen heeft gevonden, geïnspireerd door God. Hij roept mijn hulp in om zijn geld te gebruiken voor zaken die tot meerdere glorie van God zullen dienen. Kennelijk is mijn emailadres ook op een christelijke site terechtgekomen. Prachtig is ook de brief die begint met de zin: `Gegroet in de naam van Allah'. Daarin wordt mijn hulp gevraagd om 10 miljoen dollar te besteden aan de verbreiding van de Islam en de hulp aan arme moslimgetrouwen.

Ik krijg soms de neiging om op dit soort e-mails in te gaan, teneinde de oplichters op te lichten. Dat is af te raden. Vorig jaar stond er een lang stuk in de International Herald Tribune over vigilantes, die pogen internet oplichters te ontmaskeren, maar volgens de Amerikaanse politie is dat niet zonder risico. Het gaat om keiharde criminelen, die er niet voor terugdeinzen om iedereen, die hen in de weg loopt, aan te pakken. Meteen wissen is het devies en hopen dat er eens een effectief filter komt tegen ongevraagde e-mail.

Met nostalgie denk ik nog wel eens terug aan vroeger jaren toen oplichters nog echt hun best moesten doen om aandacht te krijgen. Ik herinner mij een schitterende brief van de weduwe van een collega uit Nicaragua. Haar man was omgebracht door rechtse paramilitairen. Wanhopig vroeg zij om een bescheiden bedrag teneinde met haar kinderen naar Spanje te kunnen vluchten. Het was een handgeschreven brief op zo'n blauwe luchtpost envelop uit het grijze verleden. In die tijd waren bedelbrieven heel zeldzaam en ik heb zelfs even geaarzeld of ik niet iets moest sturen. Twee weken later kwam er een urgent rondschrijven van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen dat alle leden deze brief hadden gekregen, keurig aangepast naar het vakgebied van elk lid, en dat een aantal mensen zo onnozel was geweest om geld op te sturen. Zo geraffineerd kon het dus ook. Academieleden zijn een dankbaar doelwit. De adresboeken zijn openbaar, de leden hebben bovenmodale inkomens en ze zijn naïef.