Gevolgen voor bestuur en burger

De Grondwet stelt een aantal bestuurlijke hervormingen voor om te voorkomen dat de Europese Unie een log orgaan wordt met langdurige overlegsessies.

Voor bestuurders heeft de Europese Grondwet meer zichtbare gevolgen dan voor burgers. Eén van de redenen is dat het grondwettelijk verdrag de gevolgen probeert op te vangen van de uitbreiding van de Europese Unie. Het verdrag moet de Unie onder meer behoeden voor geruzie over nationale veto's, of eindeloze vergadersessies van een almaar uitdijende Europese Commissie. Automatisch gevolg voor Nederland en de andere lidstaten is dat hun bestuurders in de EU wat moeten inschikken.

Zo zal de Europese Commissie in 2014 kleiner worden omdat het moeizaam vergaderen is met 25 of nog meer Commissarissen. Het aantal leden staat dan gelijk aan tweederde van het aantal lidstaten (18 bij dan 27 of 28 EU-leden). De leden worden gekozen volgens een toerbeurtsysteem op basis van strikte gelijkwaardigheid tussen de lidstaten. Van elke vijftien jaar mag elke lidstaat tien jaar lang iemand naar de Europese Commissie afvaardigen.

Om de besluitvorming in de gegroeide Unie verder te vergemakkelijken, wordt het aantal onderwerpen waarover bij meerderheid kan worden besloten, uitgebreid. Ministers van grote lidstaten hebben daarbij een zwaardere stem dan die van kleinere landen. Onder andere justitiële onderwerpen gaan onder deze gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming vallen. Daardoor wordt het moeilijker voor nationale lidstaten om de besluitvorming met veto's op te houden. Deze blokkade blijft echter mogelijk voor onderwerpen die zwaar wegen voor lidstaten, zoals defensiekwesties, belastingonderwerpen, of de sociale zekerheid.

Voor Nederland wordt in dit verband vaak het drugsbeleid genoemd, en in mindere mate de abortus- en euthanasiewetgeving. Het kabinet heeft wat betreft beide onderwerpen aangegeven zo nodig het veto-recht te gebruiken. De Luxemburgse premier Jean Claude Juncker momenteel EU-voorzitter zei ooit dat kleine landen als het zijne maximaal één keer per jaar een veto kunnen uitspreken; anders worden ze door de anderen van obstructie beticht.

De manier waarop de meerderheden in de Europese besluitvorming worden berekend, verandert vanaf 2009 van zeer ingewikkeld (volgens het Verdrag van Nice) in gewoon ingewikkeld. Een voorstel wordt dan door de Europese Raad aangenomen wanneer 55 procent van de lidstaten met het voorstel instemt en deze lidstaten tenminste 65 procent van de bevolking van de EU vertegenwoordigen.

Een andere hervorming die samenhangt met de uitbreiding, betreft de komst van een vaste voorzitter van de Europese Raad van staatshoofden en regeringsleiders. Die wordt vanaf 2007 2,5 jaar lang voorzitter van de Europese Raad. Zo wordt onder meer voorkomen dat de premier van een onervaren kleine lidstaat zoals Malta of Litouwen namens de hele EU het woord gaat voeren over bijvoorbeeld internationale crises.

Overigens komt het oude roulatiesysteem daarmee niet helemaal ten einde. Elke anderhalf jaar blijft een lidstaat, bijgestaan door twee andere, de diverse raden van vakministers voorzitten. De samenstelling van deze trio's is zo gekozen dat een ervaren lidstaat een nieuwe lidstaat (of twee) `onder de arm' neemt. Nederland gaat dat met Slowakije en Malta doen, en wel tussen 1 juli 2017 en 31 december 2018.

Eén van de veranderingen die minder met de uitbreiding van de EU te maken heeft, maar meer met het streven om Europa beter democratisch te legitimeren, is de mogelijkheid voor nationale parlementen binnen de Unie om het Brussels beleid te beïnvloeden. Als minimaal eenderde van die parlementen (nu negen) bezwaren heeft tegen een voorstel van de Europese Commissie, kunnen ze binnen zes weken na publicatie van dit voorstel bezwaar maken. De Commissie beslist vervolgens of ze het voorstel wil handhaven, intrekken of aanpassen.

De afgelopen weken heeft de Tweede Kamer, net als andere parlementen, geoefend met deze `gele kaart'. Daaruit bleek dat het betreffende grondwetsartikel veel voeten in de aarde heeft, niet alleen voor de relaties tusen de nationale parlementen. Dichter bij huis zullen de Eerste en Tweede Kamer moeten leren hun werk veel meer op elkaar af te stemmen.