Geslaagde sprong in het duister

PARIJS, 9 MEI 1950

De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Schuman, lanceerde bij het eerste lustrum van de bevrijding een revolutionair plan: voeg de Franse en de Duitse productie van kolen en staal samen en plaats haar onder gezamenlijk supranationaal gezag. De Verenigde Staten reageerden enthousiast. Zij waren druk bezig West-Europa er weer bovenop te helpen (Marshall-plan) en zagen in het plan-Schuman extra kansen om Duitsland binnenboord en de Sovjet-Unie buiten de deur houden.

Een jaar later zag de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) het licht. Ook Italië en de Benelux deden mee. Groot-Brittannië niet. Overdracht van nationale bevoegdheden ging de Britten te ver.

MESSINA, 1/2 JUNI 1955

Meteen werden plannen voor verdergaande militaire en politieke samenwerking gesmeed. Maar die werden in het Franse parlement door de communisten en gaullisten getorpedeerd. Daarop stelde de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Wim Beyen, op een conferentie in het Italiaanse Messina voor, de aandacht vooral te richten op economische integratie.

Beyens voorstel doorbrak de impasse en legde – geholpen door Suez-crisis en Hongaarse opstand – de basis voor het Verdrag van Rome (1957) over de Europese Economische Gemeenschap (EEG, later EG) met `vijf vrijheden' als centrale doelstelling: vrij verkeer van goederen, diensten, personen, kapitaal en betalingsverkeer. ,,Een sprong in het duister'', zei PvdA-voorman Marinus van der Goes van Naters in de Tweede Kamer. Maar deze kreeg wel zijn zegen.

PARIJS, 14 JANUARI 1963

Medio 1961 gooide Groot-Brittannië het roer radicaal om. Premier MacMillan vreesde klem te raken tussen sterke handelsblokken aan weerszijden van de Atlantische Oceaan en zocht aansluiting bij de EG. Maar hij rekende buiten de net aangetreden Franse president, generaal De Gaulle. Die zag niets in Britse participatie, want daarmee zou Europa een Amerikaans paard van Troje binnenhalen. In januari 1963 sprak De Gaulle zijn veto uit over Britse toetreding. Uiteindelijk kwam Groot-Brittannië in 1973 bij de EG, samen met Ierland en Denemarken.

LUXEMBURG, 17 FEBRUARI 1986

Economische samenwerking in West-Europa beperkte zich aanvankelijk tot kolen, staal, kernenergie, landbouw en vervoer, maar veronderstelde steeds vaker politieke coördinatie, of het nu ging om energiepolitiek (na twee ontwrichtende oliecrises), internationale handel of ontwikkelingshulp. Op initiatief van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Hans-Dietrich Genscher, kwam het in februari 1986 tot eerste afspraken over een ,,gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid'', versterking van sociale cohesie en voltooiing van de interne markt ,,niet later dan 1992''. (Het werd eind 1993).

De nieuwe koers (`Europese Akte') werd onder regie van de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, de Franse ex-premier Jacques Delors, voortvarend ingeslagen. Leidraad was dat een voltooide interne markt op den duur niet goed kon functioneren zonder monetaire unie als sluitstuk. En passant werden Griekenland, Spanje en Portugal, na de val van hun militaire dictaturen, in de EG-gelederen opgenomen.

MAASTRICHT, 9/10 DECEMBER 1991

De verrassend snelle en fluwelen revoluties in Midden- en Oost-Europa plaatsten de EG voor een ongekende uitdaging. De Duitse bondskanselier Helmut Kohl zette de zaak na de val van de Muur in november 1989 op scherp, niet alleen door een snelle Duitse hereniging te forceren, maar ook door Duitse medewerking aan de monetaire unie te koppelen aan nauwere politieke samenwerking.

Frankrijk aarzelde, maar begin 1990 haalde president FranÇois Mitterrand bakzeil. Samen met Kohl legde hij de basis voor het Verdrag van Maastricht (december 1991), waarin de EG werd omgedoopt tot Europese Unie.

Het was een typisch Frans-Duits compromis: in ruil voor de door Frankrijk gewenste monetaire unie kreeg Duitsland zijn verlangde (aanzet tot een) politieke unie (buitenlands beleid en justitie). Of men op weg was naar een federatie, wilde de Tweede Kamer weten van EG-specialist Piet VerLoren van Themaat. ,,Neen, maar de Gemeenschap toont wel federale trekken.''

NICE, 7/9 DECEMBER 2000

De EU begon uit haar voegen te barsten. Finland, Oostenrijk en Zweden konden er nog bij, maar daarna moest het EU-bouwwerk op de schop. `Eerst verdiepen, dan verbreden', werd het parool.

Intussen blameerde de Unie zich op de Balkan, waar de Joegoslavische Federatie bloedig werd ontmanteld. Aan haar aantrekkingskracht deed dat niet af. De kandidaten verdrongen zich op de stoep van de Unie zonder binnengrenzen. Met uitgekiende hulpprogramma's werden ze klaargestoomd voor toetreding.

Ook op andere terreinen – asiel en immigratie, euro per 1 januari 2002, kenniseconomie – ontbrak het op de golven van de Europese hoogconjunctuur niet aan ambities. Alleen de noodzakelijke hervorming van het EU-bestuur wilde maar niet lukken. Ook het nieuwe EU-verdrag van Nice van december 2000 kon niet bekoren. De Unie bleef onvoldoende democratisch, slagvaardig en doorzichtig.

BRUSSEL, 17/18 JUNI 2004

Vaak is het Duits-Franse paar de motor van Europese integratie genoemd. De deal rond de monetaire unie was er een voorbeeld van. En ze trokken in 2003 ook samen de grote Conventie vlot over de toekomst van de EU. Omgekeerd gold dat de Europese integratie dikwijls stokte als de Frans-Duitse motor haperde. Zo hielden Parijs en Berlijn zich eendrachtig afzijdig bij de Amerikaanse oorlog in Irak – de rest van Europa hopeloos verdeeld achterlatend. Onlangs nog trapten ze even eensgezind op de rem toen ze verstrikt waren geraakt in de Europese begrotingsregels.

De Conventie legde de basis voor het akkoord dat de 25 EU-leiders in juni vorig jaar bereikten over een nieuw verdrag dat sinsdien als Europese Grondwet door het leven gaat. Anderhalve maand eerder had de EU een ,,historische uitbreiding'' met tien nieuwe lidstaten beleefd. Deze big bang werd gevierd als definitieve overwinning op de naoorlogse deling van Europa. Maar zij kon niet verhullen dat `verdieping' en `verbreding' waren verwisseld.

BRUSSEL, 9 MEI 2005

Omkijkend bij het twaalfde lustrum van de bevrijding en 55 jaar na de lancering van het plan-Schuman oogt het resultaat zo gek nog niet, zeker niet voor `een sprong in het duister'. De Duitse Einbindung, de pacificatie in Zuid-, Midden- en Oost-Europa, het machtige handelsblok, de welvaart – het zijn stuk voor stuk majeure prestaties.

Maar de economie stagneert, de werkloosheid is hoog en de onvrede met de buitenwereld groot. Het volk mort en zet tegen de gure wind van de globalisering een nationale kraag op. Is de Europese Unie daartegen bestand? Het lot van de Europese Grondwet mag dan voor het antwoord op die vraag niet beslissend zijn, veelzeggend wordt het zeker.