Een topavond

De winkels zijn dicht maar Oscar Kocken (21) is nog steeds op zoek naar de ware

Het was zondag, naar goed christelijk gebruik waren de winkels gesloten en dus zat ik zonder eten. Vooruit plannen is nooit mijn sterkste kant geweest en dit is dan kennelijk de straf van God.

Dit bracht mij echter geen steek verder: ik had nog steeds honger. Er zat daarom weinig anders op dan mijn huis te verlaten en op bezoek te gaan bij willekeurig wie. Nu wil het toeval dat er mensen zijn die mijn gezelschap om een of andere duistere reden op prijs stellen. Uit wantrouwen negeer ik dit soort lieden zoveel mogelijk – wie mij mag, heeft ofwel geen smaak, ofwel een minderwaardigheidscomplex – maar de omstandigheden dwongen mij op deze avond om mij over die minachting heen te zetten. Immers: wie verplicht mij om niet hypocriet te zijn?

Omdat ik natuurlijk ook gekke henkie niet ben, koos ik als doelwit van mijn bezoek iemand die mij behalve een voedzame maaltijd mogelijk ook een leuke avond kon bieden. De keuze was geen eenvoudige, op alle kandidaten viel wel iets aan te merken. Was het niet hun slechte adem, dan was het wel hun voorliefde voor boeken van Hafid Bouazza. U zult het niet geloven, maar zelfs dergelijke figuren menen aanspraak te kunnen maken op mijn vriendschap. Degene die ooit beweerde dat het bij mensen meer om innerlijk dan om uiterlijk gaat, had gelijk: het zijn namelijk vaak de mooiste meisjes die deze boekjes kunnen waarderen. Dat ik hen om deze reden uitsluit is niet anders te omschrijven dan tragisch.

Uiteindelijk viel mijn keus op een bloedmooi meisje. Het mocht dan wel zo zijn dat het in feite meer om innerlijk dan om uiterlijk gaat, maar laten we wel wezen: dat oordeel is bijzonder subjectief. Wat iemand anders een prachtig innerlijk vindt, dat vind ik misschien wel gewoon een mooi uiterlijk. Denkt u daar maar eens over na. Bovendien, ik herhaal het graag: wie verplicht mij om niet hypocriet te zijn?

Enfin, het bloedmooie meisje heette mij welkom, bracht me een wijntje en ik bekeek haar eens goed: ze had donkerblond haar, bruine ogen en als ze lachte, beet ze met haar boventanden op haar onderlip. Ik gaf mijn ogen goed de kost, niks mocht aan mijn aandacht ontsnappen. Toen ik daarmee klaar was, gaf zij mij de kost: een voedzame maaltijd. Ze kwam zelfs tegemoet aan mijn aspergewens. Ook het hardgekookte ei met botersaus ontbrak niet, evenals de krielaardappeltjes. Het leek wel feest.

Tot mijn ontsteltenis bleek het bloedmooie meisje ook nog eens een zeer aangename gesprekspartner te zijn. We praatten over onze mooiste vakanties ooit, dronken een wijntje, spraken over kappers die nooit begrijpen wat voor kapsel je wil, dronken een wijntje, lachten om het idee dat hondenbaasjes op hun hond gaan lijken, en Camelrokers op hun sigaretten, dronken een wijntje, discussieerden over de vraag of we nog een wijntje zouden drinken, dronken nog een wijntje, vroegen ons af of dit nu wel zo slim was, dronken nog een wijntje, mijmerden over het bestaan van de ware. ,,Dé ware?'' Ze grinnikte. We vonden alles grappig op dit moment.

Het was laat geworden. Ik had een topavond gehad. Mijn gebeden waren verhoord. Na jaren zoeken had ik nu eindelijk een meisje gevonden dat niet alleen bloedmooi was, maar ook leuk, of andersom: een meisje dat niet alleen leuk was, maar ook bloedmooi. Als je het kan omdraaien dan is het waar, dat was de les van vanavond. Ik liep naar de deur. Ze pakte me bij mijn middel, drukte zich tegen me aan, kuste me in mijn nek.

,,Blijf je bij me vannacht?'' zoende ze. Ze lachte me aan, beet op haar lip. De houten vloer kraakte. Had ze in haar kast niet een flinke rij boeken van de heer Bouazza, dan had ik het wel geweten.