De krant antwoordt:

Is de redactie verantwoordelijk voor feitelijke fouten in brieven van lezers en moeten we die vermijden? Het antwoord op beide vragen is `ja'. De redactie moet in beginsel onzin uit de krant houden en is verantwoordelijk voor alles wat er in staat. Maar het is niet altijd eenvoudig om aan te wijzen wat er expliciet fout is en wat niet.

De lezers moeten daarover ook zelf in de brievenrubriek met elkaar van mening kunnen verschillen.

De redactie is geen jury, althans niet in de brievenrubriek. Een publiceerbare brief beweert iets, voegt iets toe, is actueel, plausibel, interessant om te lezen en bovenal beknopt. De brievenredactie slaagt er meestal wel in om aperte fouten te weren. Maar als een redenering aannemelijk is en de brief verder publicabel, dan laten we het debat verder aan de lezers. Een zeker spelelement zit er ook in; betrokken lezers scheppen er een genoegen in om een correctie uit te delen, niet alleen aan de redactie maar ook aan andere lezers.

Tegelijk wil de krant ook expliciet ruimhartig zijn door zich in deze rubriek juist niet in het debat te mengen. Soms in de wetenschap dat de briefschrijver een wel heel eenzijdige en soms zeer discutabele versie van de werkelijkheid presenteert. Daar moet echter ook ruimte voor zijn, al was het maar om andere lezers te laten zien dat de `waarheid' relatief is en de redactie niet het alleenrecht op de feiten claimt.

Die terughoudendheid komt volgens mij niet zozeer voort uit deftigheid, maar uit fairness jegens belanghebbenden en uit respect voor de lezer die ook in staat geacht moet worden om informatie in zo'n min of meer vrije rubriek op waarde te schatten. De brievenrubriek is dus in beginsel het podium van de lezer, waar de redactie niet op gaat staan. Tegelijk zien we ook dat kranten steeds vaker direct met individuele lezers communiceren. Deze rubriek over redactioneel beleid is er een voorbeeld van. De krant kent directe (e-mail) vragenrubrieken over film, pensioenen, economie, taal en de Europese Grondwet. De antwoorden zijn vaak direct, persoonlijk en niet zelden op besliste toon gegeven. Dergelijke `interactiviteit' is bij nieuwe media vrijwel standaard. De lezer is er aan gewend geraakt. Voor nieuwe lezers is het vanzelfsprekend. De krant verandert er door van doorgevers van nieuws worden we docent, scheidsrechter, leraar en adviseur van de lezer.

Tegen die achtergrond vraagt deze lezer eigenlijk niet iets bijzonders. Als de krant lange naschriften kan schrijven over de inhoud van pensioenregelingen op de `Geld telt'-pagina of het nieuwe Europese grondwettelijke verdrag op de Europa-pagina, waarom dan niet bij `gewone' lezersbrieven?

Ons argument hierboven is immers niet meer dan dat het niet past bij onze gebruikelijke manier van werken en de gegroeide verhouding met de briefschrijvende lezer. Is, anders gezegd, in de krant van de toekomst de brievenrubriek vervangen door een weergave van interessante e-mail-uitwisselingen of chatsessies tussen lezer en redactie? Of wilt u één domein in de krant behouden waar de redactie zich juist niet laat horen? Ik lees uw ingezonden brieven hierover met interesse.

nieuwe kwesties:

lezerschrijft@nrc.nl