De `flower power' generatie moet zich keren tegen de kille zakelijkheid van onze politici

In het huidige Europa domineert het belang van het geld. Met als gevolg dat de 45- tot 60-jarigen van nu het kind van de rekening worden.

Ik ben geboren in 1953. Ik behoor daarom tot de `flower power' generatie. Mijn adolescentie stond in het teken van het afstand nemen van bekrompenheid en kille zakelijkheid. Het moest allemaal veel beter worden. Ook behoor ik tot de generatie van het rapport van de Club van Rome. Wij voelden ons verantwoordelijk voor het levensgeluk van toekomstige generaties.

Lang heeft deze stroming niet standgehouden. Onze idealen raakten al snel achterhaald door oliecrisis van 1973 en de daarop volgende economische malaise. En wij moesten het gelag betalen. In de periode 1975-1985, toen mijn generatie zich op de arbeidsmarkt ging bewegen, waren er juist geen banen meer te vinden. Vele generatiegenoten hebben hun carrièreverwachtingen drastisch moeten bijstellen.

Ook de educatie van onze kinderen verliep weinig voorspoedig. Aanvankelijk werd de ontwikkeling van het basis- en middelbaar onderwijs grondig ontwricht door een vloedgolf van grotendeels met elkaar strijdige aanwijzingen en richtlijnen vanuit het ministerie. Dit bleek funest voor de kwaliteit van het onderwijs. Wat betreft het hoger en universitair onderwijs is het niet veel beter gesteld. Ook daar mag Nederlands talent niet excelleren.

Onlangs heeft zich een volgende potentiële ramp aangekondigd voor de thans 45- tot 60-jarigen. Er zijn ingrijpende hervormingen van de sociale wetgeving aangekondigd. De duur van de werkloosheidsuitkering wordt verkort en de ontslagprocedures worden versoepeld. Werknemers van onze leeftijd kunnen gemakkelijk hun baan verliezen. Hoe zal het toekomstscenario van een dergelijke 57-jarige kersverse werkloze eruitzien? Hij krijgt drie jaar een werkloosheidsuitkering en belandt dan in de bijstand. Dat betekent ongetwijfeld dat zijn bezittingen, pensioenaanspraken en aanvullende oudedagsvoorzieningen door de bijstandsverlener zullen worden geclaimd. Pas na jaren krijgt hij recht op AOW. Van een `Zwitserlevengevoel' zal dan waarschijnlijk wel geen sprake meer zijn.

De laatste keer dat de `babyboomer' het gelag gaat betalen, ligt waarschijnlijk aan het einde van zijn leven. Zoals nu kan worden voorzien, zal dat waarschijnlijk geen pretje zijn. Naast armoede wachten ons ook kommervolle laatste jaren in een logement of verpleeghuis, waar eigenlijk geen voldoende verzorging is. ,,Doet u het deze week nog maar in uw broek, meneer Loonen. U bent volgende week al weer aan de beurt voor verschoning.'' Het is nu al geen pretje om in het verpleeghuis te moeten verblijven, maar dat is nog maar het begin.

Uiteraard treft mij het verwijt van het voortzetten van het doemdenken en het aan de dag leggen van klaaggedrag. Wij hebben jarenlang gehoord dat wij moeten ophouden met zeuren en dat we positief moeten denken. Ik heb daar eigenlijk een beetje genoeg van. Ik heb sterk het gevoel de carrière te hebben gefinancierd van een aantal opportunistische generatiegenoten die ons nu stank voor dank geven.

Heeft dat iets met de eenwording van Europa te maken? Ja, alles. Het beleid van de Nederlandse overheid staat vooral in het teken van de Europese samenwerking. Het pijnlijke is, dat de leden van mijn generatie daar meestal positief tegenover staan. Het vreedzame samenleven van verschillende volken en het politieke vrij verkeer van personen en gedachtegoed is een van de belangrijkste thema's van de jaren zeventig. Maar in het huidige Europa domineert het belang van het geld. Het gaat daar vooral om samenwerking ter bevordering van handel en economie.

Politici, ministers en hoge ambtenaren laten ons in de steek. Zij zijn niet bereid om Nederlanders tegen deze bedreigingen te beschermen en roepen om het hardst dat wij vooral `ja' moeten zeggen tegen Europa. Dat komt, omdat in het huidige Den Haag grotendeels gehandeld wordt vanuit eigenbelang. Politici en hoge ambtenaren zijn vooral begaan met het eigen carrièreperspectief in het moderne Europa. Wij hadden al langere tijd last van het ontbreken van een langetermijnvisie. Dat is alleen maar toegenomen.

Het is daarom de hoogste tijd dat het politieke bestel wordt veranderd. De Staten-Generaal kan het beste worden vervangen door een soort Rekenkamer, die er op toeziet dat er geen corruptie wordt gepleegd en dat de belangen van groepen burgers zo min mogelijk worden geschaad. De huidige politieke partijen kunnen we missen als kiespijn en voor de controle zijn beter af met een rechtstreekse vertegenwoordiging vanuit de verschillende regio's. De activiteiten van de regering moeten door de rechterlijke macht worden getoetst aan de Grondwet en vooral ook aan normen van goed fatsoen. En leg belangrijke inhoudelijke beslissingen in een referendum voor aan het volk. In ieder geval is het wenselijk dat de huidige politici en alle hogere ambtenaren op korte termijn van het toneel verdwijnen. Alleen dat al lijkt mij een belangrijke verbetering.

Arts verbonden aan het Delta Psychiatrisch Centrum te Poortugaal en hoogleraar farmacotherapie bij psychiatrische patiënten aan de Rijks Universiteit Groningen (RUG).