Dag Mark

Het mooiste compliment kwam van Txiki Begiristain. De technisch-directeur van Barcelona zei: ,,Mark is een goed mens.''

Dat hoor je altijd van een vreemdeling, nooit eens van een Nederlander, zelfs niet van Guus Hiddink. Johan Cruijff en Marco van Basten hebben niet eens in de gaten dat Mark een goed mens is, laat staan dat ze de prachtige voetballer in die hoedanigheid zouden begroeten. Verder dan `Mark deugt misschien wel' zullen ze niet komen. Dan nog met lange tanden. Onmiddellijk gevolgd door de sneer dat hij af en toe een speler uit zijn rug weg laat lopen. Zoals Kaka, die avond van de halve finale. Emotionele algebra.

Nog één keer zien we Mark van Bommel in het PSV-shirt, voor de bekerfinale. Dan is hij weg, naar Camp Nou. Waar hij verenigd zal worden met een ander goed mens: Frank Rijkaard. Eindelijk is het Mark gelukt: een grote transfer, naar het grote Barcelona. Ik ben blij voor hem. Van Bommel heeft recht op eerherstel. In Nederland heeft hij nooit de egards gekregen die hij verdiende. Zelfs in Eindhoven kon het al die tijd best een ruk warmer om hem heen zijn geweest.

Het ligt ook aan Mark. Hij deed het met de benen, niet met maniertjes. Altijd zuinig van emotie, geharnast bijna. Het was alsof de middenvelder liever de herinnering dan een mening vertegenwoordigde. De herinnering aan de ruïne Fortuna Sittard. Aan kapperstaal heeft hij zich nooit bezondigd, dan verlies je Humberto Tan als dragende spreekpop.

Mark van Bommel: een sneeuwlandschap.

Hij kan fel zijn in het duel, een enkele keer gemeen zelfs, maar voor vervoering heeft hij geen talent. Hij is er niet om het succes uit te leggen, hij is er om het succes te voltooien. Dienend en regisserend tegelijkertijd. Het gemoed altijd verpakt in een soort Stalinistische folie.

Er was een periode dat hij wat minder speelde. Bakken kritiek gingen over hem heen. Te licht voor de top? Volgevreten? Uitgekeken op stad en provincie? Dat was het allemaal niet. Mevrouw Van Bommel zat in een postnataal dipje. Dát knaagde de spelvreugde weg. Maar was het een excuus? Niet voor Mark van Bommel. Ook toen droeg hij zichzelf in stilte. Terloops, het gaat weer helemaal goed met mevrouw Van Bommel.

Dag Mark.

Op de dag dat zijn transfer naar Barcelona bekend werd gemaakt, sprong hij geen gat in de lucht. Mark springt naar bal en man, niet naar geluk. Dat moet anders, als hij straks in het kolkende Camp Nou zijn opwachting maakt. Waar clubkleuren en traditie per definitie onderhuids gaan. Waar het onzegbare een eigen leven gaat leiden. Waar een afgebroken zwangerschap van de vrouw van een rechtsback wereldnieuws is. Mark zal zich moeten aanpassen. Het lukt hem wel, aan de hand van Frank Rijkaard.

De transfer van Van Bommel is een statement van deze coach. Rijkaard heeft de allergie van Cruijff voor de bijna ex-PSV'er getrotseerd. Ik kan mij niet voorstellen dat Cruijff, beroepssouffleur van het Barça-bestuur, op deze transfer heeft aangedrongen. Wel, integendeel. Maar Rijkaard is Rijkaard: leuk, beleefd, en eigenzinniger dan de neten. Hij is een van de weinige voetballers die tegen Cruijff durfde te roepen: ,,Fuck you.'' Die dag verliet hij ook het trainingsveld van Ajax en verdween in de wereld. Alleen omdat Johan hem had toegeblaft dat hij nog steeds niet wist hoe je een bal moet stoppen, buitenkant voet. Mentale souvereiniteit.

Rijkaard en Van Bommel: schaduwen van elkaar. En dus halen ze samen de duisternis uit de werkelijkheid van het hedendaagse voetbal. In Barcelona, nota bene.

De vader van Mark van Bommel was een slijter. Ik zou hem nu graag zeggen: ,,Drink, goede vriend. Drink à volonté op de wereldse schoonheid van je lieve jongen die nog man moet worden. Drink op het gebeitelde masker van zijn eeuwige jeugd. Drink op James Dean. Drink op Mark van Bommel.''