`Corporaties vinden geld in handen houden mooi'

Corporaties en overheid geven elkaar de schuld van de stagnerende woningbouw. Deze week werd de nieuwe koers bekend: meer concurrentie, meer lokale controle.

Een gouden sector, noemt minister Dekker de 530 woningcorporaties. Als ze dat zegt, doelt ze alleen niet op de kwaliteit van de huizen of op de prestaties van de verhuurders. Wel heeft ze het over het geld dat bij de corporaties zo ruim voorhanden is: 27,8 miljard euro. ,,Er is geen geldprobleem. Heel bijzonder. Dat kunnen we bijna nergens zeggen in Nederland. Investeren dus. Daarmee lossen we het woningtekort op.''

Maar dat gaat maar moeizaam. De corporaties, die tien jaar geleden op afstand werden geplaatst van de overheid, komen deze maanden onder meer en meer druk te staan. Het tekort aan huurhuizen loopt op – de wachttijd is gemiddeld 3,1 jaar – en de corporaties doen met hun vermogen alles, behalve huurhuizen bouwen, zo willen critici doen geloven. Het ministerie van VROM en de corporaties willen na tien jaar een nieuw stelsel van verhoudingen afspreken en lieten een advies uitbrengen. Deze week kwam het rapport uit.

Waarom moeten Nederlanders die niet bij die 2,4 miljoen hurende families horen zich eigenlijk druk maken om de woningcorporaties?

,,Zij hoeven zich niet diréct druk te maken, maar het is goed te weten dat tachtig procent van alle huurwoningen in handen van de corporaties is. Grote groepen mensen hebben er dus belang bij dat corporaties hun taken goed uitvoeren.''

Doen ze dat niet dan?

,,Niet altijd. Dat komt omdat we eerder een ander beleid hadden. Toen vroegen we de corporaties hun huurwoningen te verkopen. Dat is ook gebeurd. Nu zijn we terug bij de kern van de corporatietaken: bouwen voor die mensen die door hun inkomen niet toekomen aan duurder wonen. En dat díé woningen dan zoals nu worden bezet door mensen met een hoger inkomen, kan niet. Die mensen moeten doorstromen. Maar daar is weer meer aanbod voor nodig. Corporaties moeten dus hun taak uitvoeren. Pas dan is er meer te kiezen: voor starters, voor ouderen.''

Waarom bouwen sommige corporaties dan niet, denkt u?

,,Corporaties vinden het heel mooi als ze een mooie financiële liquiditeit hebben, behoorlijk wat geld in handen hebben. Het lijkt er soms op dat hun vermogen meer bepalend is dan hetgeen waarvoor het voor ingezet moet worden. Maar ik zeg: zet dat vermogen nou in. Die wachtlijsten voor woningen moeten weg, daar zitten we allemaal op te wachten.

,,Daarnaast duren de onderhandelingen over nieuwbouw met gemeenten soms heel lang. Gemeenten en corporaties blijven dan om elkaar heen draaien, komen niet tot afspraken. Gemeenten moeten beter in het zadel komen. Ze hebben nu nog niet de formele positie om te onderhandelen. Dan draaien gemeenten dus met corporaties om de hete brij heen: wie betaalt nu welke kosten? Maar je kunt niet een jaar lang blijven praten. Er móéten afspraken worden gemaakt. Daarom krijgen de gemeenten nu meer macht. En dan geldt gewoon: de gemeente staat voor de publieke ruimte, de corporatie voor de woningen in het plan dat de gemeente heeft gemaakt.''

Zijn gemeenten wel capabel genoeg?

,,Als ze dat niet zijn, moeten ze die vaardigheden met de hoogst mogelijke vaart verkrijgen. Corporaties zijn private ondernemingen en onderhandelen met dit soort partijen betekent inderdaad dat je beslagen ten ijs moet komen. Gemeenten zijn soms aarzelend in hun omgang met corporaties. Het zijn nou eenmaal commerciële partijen en zij hebben dus het geld. Daar zal nog wel wat verbeterd moeten worden. Maar vanuit Den Haag kunnen we niet alles bepalen. Het ministerie kan wel helpen met workshops en cursussen voor die gemeenten.''

Wat zegt het over uw ministerie dat de bevoegdheid over de corporaties nu verplaatst wordt naar gemeenten?

,,Het bouwproces gebeurt op gemeentelijk niveau. Voor het ministerie hoort daarbij dus een andere rol. Wij geven het systeem aan, hoe het moet, maar we moeten ruimte bieden om op lokaal niveau gebieden te ontwikkelen. De macht die we uit handen geven, is de macht voor de uitvoering. We ondersteuen wel, maar vanuit Den Haag kunnen we geen blauwdruk meer leveren van wat er overal in het land op lokaal niveau moet gebeuren. Die tijd is voorbij. Je moet vertrouwen hebben...''

...ook al zegt u: ze zijn niet altijd capabel genoeg...

,,...je kunt niet beginnen zonder vertrouwen. Als er wantrouwen is, wordt er niet ontwikkeld. Gemeenten moeten de sturing in handen krijgen. Dan moet je dat ook uit handen durven te geven. En natuurlijk zal dat niet altijd gladjes verlopen.''

Wat kan er mis gaan?

,,Een wethouder kan bijvoorbeeld zeggen: dit is mijn visie op de lokale woningproductie. Maar dan kan blijken dat de exacte doelen daarmee onduidelijk zijn. In aantal woningen, in de ontwikkeling van een wijk, in de voorzieningen die daarbij horen. Dan kan de bouw meteen al stagneren.

,,Of gemeenten hebben wel een plan, maar daar nog niet met bewoners over gepraat. Want stel je toch voor dat... Dus even niet voldoende informeren. Maar bewonersparticipatie is juist erg belangrijk. Inderdaad, als je zegt `uw huis is hier over vijf jaar weg', dan schrikt iedereen. Komt er verzet. Maar als je uitlegt waarom het gaat gebeuren, krijg je vaak heel goede suggesties.''

Het voorstel van deze week is dat corporaties buiten hun eigen gemeente met elkaar mogen gaan concurreren. Sommigen zullen daardoor groeien. Kunnen gemeenten dat dan nog aan?

,,Die concurrentie zou inderdaad kunnen leiden tot schaalvergroting. Grote zakelijke partners komen dan aan tafel bij de gemeenten. Die overheden moeten dus de bouwplannen overzien en de eigen risico's kennen. Gemeenten kunnen desnoods deskundigheid inhuren bij grotere gemeenten.''

Als corporaties mogen bouwen waar ze willen, waar zit dan de garantie dat ook voor de lastigste wijken nog corporaties zijn?

,,Ik houd de corporatie aan de taak om te bouwen voor – ik vind het wel een griezelig en ouderwets woord, maar toch – de doelgroep. Daarvoor moet je in de eerste plaats bouwen. Daar moeten raden van commissarissen toezicht op houden. En waarmee de corporaties dan nog meer mee bezig zijn, zoals bijvoorbeeld geen huurhuizen maar wel dure koopwoningen bouwen, daarover moeten ze veel transparanter zijn. Niet uitleggen vind ik niet kunnen. Je kunt wel mooie prognoses hebben, maar als ze mislukken moet je dat kunnen verklaren. Niks mis mee, dat doet ieder bedrijf.''

www.nrc.nl : Dossier woningmarkt